(25715.001) Eindrapportage archeologisch vooronderzoek Dorpsstraat 93 in Bemmel
收藏DataCite Commons2025-02-11 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/3TIJVG
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Gespecificeerde archeologische verwachting Vanuit het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische waarden daterend uit alle perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. Verzamelde landschappelijke gegevens geven aan dat het plangebied op een rivierduin ligt, bedekt met oeverafzettingen die waarschijnlijk vooral zijn gesedimenteerd zijn vanaf het ontstaan van de Waal stroomgordel, circa 210 voor Chr. (vanaf de Late-IJzertijd). Het plangebied heeft waarschijnlijk gedurende het Holoceen een gunstige ligging gehad voor het ontplooien van bewoningsactiviteiten. Na bedijking vonden er nog wel dijkdoorbraken plaats. Wellicht dat er in het plangebied dijkdoorbraakafzettingen/overslaggronden voorkomen. Het ondiep voorkomen van rivierduinzand maakt het gevoelig voor erosie tijdens dijkdoorbraken (snelstromend water tijdens overstromingen, in combinatie met golfslag door sterke winden). Reeds uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied hebben geresulteerd in het aantreffen van archeologische resten voornamelijk vanaf de Romeinse tijd. Archeologische vindplaatsen zijn tot op heden vooral aangetroffen binnen de begrenzing van de oude dorpskern van Bemmel, waarbij de meeste vondsten dateren uit de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat zien dat het plangebied in de tweede helft van de 18e eeuw waarschijnlijk in gebruik was als tuin/moestuin van nabijgelegen woon-/boerenerven. De Dorpsstraat betreft tevens een oude/historische weg. Alleen voor WO II archeologie is de verwachting laag. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, gecombineerd verkennende en karterende fase) bevestigd de ligging van het plangebied op een rivierduin/de aanwezigheid van rivierduinafzettingen op geringe diepte, echter de oorspronkelijke top is geërodeerd. Tussen gemiddeld 110 en 170 cm -mv is sprake van zwak humeus, sterk kleiig, matig grof zand, waarbij het zeer waarschijnlijk om een menglaag van rivier-duinzand met klei ten gevolge van overstromingen (wellicht in combinatie met golfslag). Meest waarschijnlijk heeft dit plaatsgevonden na bedijking van de Waal (na 1200 na Chr.). Verder is een afgedekt bodemprofiel niet waargenomen in de huidige top van de rivierduinafzettingen en tevens ontbreken intacte oeverafzettingen. Tevens hebben verstoringen/bodemverstorende ingrepen plaatsgevonden die zeer waarschijnlijk te relateren zijn aan de bouw van de bestaande woning en verder inrichting als erf. De bovenste 80 tot 130 cm van de bodemopbouw bevat resten sloopafval, rode baksteenpuin, kalkzandmortel, resten dakpan en machinaal glas. Zeer waarschijnlijk gaat het om afvalresten vermengd in de teruggestorte grond langs de buitenzijde van de ontgraven bouwkuip, nadat bouw van de deels onderkelderde bestaande woning had plaatsgevonden. In het opgeboorde materiaal zijn verder geen resten aangetroffen ouder dan 20e eeuw. Conclusie Geconcludeerd wordt dat voor het plangebied, op basis van de sterk verstoorde als door natuurlijke processen omgewerkte bodemopbouw, er geen aanwijzingen zijn die kunnen duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Mocht er antropogeen materiaal aanwezig zijn ouder dan 20e eeuw (ouder dan het bouwjaar van de bestaande woning), dan bevinden deze zich niet meer in hun oorspronkelijke context, gezien de aangetroffen bodemopbouw. De gespecificeerde archeologische verwachting, op basis van het bureauonderzoek, dient dan ook bijgesteld te worden naar geen verwachting. Er zijn voor de archeologie geen gevolgen vanuit de voorgenomen bodemingrepen. Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om binnen het plangebied geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Er is sprake van een sterk verstoorde als door natuurlijke processen omgewerkte bodemopbouw. Antropogeen materiaal ouder dan 20e eeuw (ouder dan het bouwjaar van de bestaande woning) wordt ook niet meer in zijn oorspronkelijke context verwacht. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Het is verder raadzaam om ook de gemeente Lingewaard op de hoogte te stellen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-02-10



