Lichtenbergweg en omgeving Gemeente Den Haag Bureauonderzoek archeologische waarde en Inventariserend veldonderzoek-boringen
收藏DANS Data Station Archaeology2020-12-14 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZJZ-UAFD
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Voor het plangebied aan de Lichtenbergweg in de gemeente Den Haag is een gecombineerd archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd om de archeologische waarde en verwachting van het terrein vast te stellen. Uit het bureauonderzoek is naar voren gekomen dat voor een deel van het noordelijke deel van het plangebied geen archeologische verwachting geldt. Voor het overige deel van het plangebied is in het bureauonderzoek de archeologische verwachting gespecificeerd. Om deze verwachting te toetsen is in dat deel van het plangebied een booronderzoek uitgevoerd. Bij dit booronderzoek zijn vijftien boringen gezet. <br>Uit het booronderzoek is naar voren gekomen dat de bodemopbouw in het plangebied, op een vergraven bodem in de top van de Gantellaag na, goed bewaard is gebleven. Daarbij blijken de verschillende lithostratigrafische lagen binnen het plangebied onder zeer natte condities te zijn ontstaan. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen dat er in het verleden langdurige perioden zijn geweest waarin bewoning mogelijk was binnen het plangebied. De afwezigheid van diepe geulinsnijdingen binnen het plangebied toont aan dat de Gantelgeul die op de Nieuwe Geologische Kaart van Den Haag en Rijswijk binnen het plangebied staat weergegeven niet bestaat of elders moet lopen. <br>Het onderliggende zand, gelegen op een diepte van circa 2,70 m –NAP, heeft in het laat neolithicum deel uitgemaakt van een waddenlandschap. In de top van het veen is slechts in twee boringen veraarding aangetroffen, terwijl in het overgrote deel van de boringen het klei uit de bovenliggende Gantellaag deels vermengd is met de top van het veen. Hieruit kan afgeleid worden dat de top van het veen nooit langdurig droog heeft gelegen. In de late prehistorie zal het landschap binnen het plangebied onderdeel zijn geweest van een moeras. De klei die het veen afdekt (Gantellaag) is in hoge mate homogeen, zonder enige aanwijzingen voor een hoger gelegen kwelderwal of oeverwal langs een dichtslibbende getijdengeul. In dit pakket is evenmin een bodem herkend. Zodoende zijn bewoningssporen uit de Late IJzertijd of Romeinse Tijd zeer onwaarschijnlijk. <br>Sporen van middeleeuwse ontginningsactiviteiten zijn in geen enkele boring herkend. Daarmee moeten alle genoemde verwachtingen bijgesteld worden naar een laag niveau.</p>
提供机构:
Afdeling Archeologie; gemeente Den Haag
创建时间:
2020-12-15



