five

Archeologisch bureau- en booronderzoek Stadsfenne te Stavoren, gemeente Súdwest-Fryslân (FR)

收藏
DANS Data Station Archaeology2014-05-06 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-28U-6WT3
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Aanleiding tot het hier beschreven archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) zijn de plannen van gemeente Súdwest-Fryslân voor de aanleg van parkeerplaatsen op de onderzochte terreinen aan de Stadsfenne en de Schans te Stavoren. Omdat deze plannen met bodemverstorende ingrepen gepaard gaan, is een archeologisch vooronderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek wordt uitgevoerd conform de Wet op de archeologische monumentenzorg. Gemeente Súdwest-Fryslân heeft MUG Ingenieursbureau, afdeling Archeologie, opdracht gegeven het IVO uit te voeren. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en archeologisch booronderzoek. Het booronderzoek heeft plaatsgevonden op 27 februari 2014 en stond onder leiding van de heer G.J. de Roller, met ondersteuning van de heer J. Uitham van Poelsema Veldwerkbureau.</p><p>Het onderzoeksgebied ligt aan de zuidrand van Stavoren en bestaat uit twee deelgebieden. Het grootste deel ligt ten zuiden van de Stadsfenne en is in gebruik als plantsoen/grasveld (deelgebied 1). Het kleinere deel ligt aan de westkant van de Schans en is in gebruik als groenstrook (deelgebied 2). De onderzoeksgebieden zijn op afbeelding 1 aangegeven met een rode lijn. De oppervlakten van de onderzoeksgebieden zijn voor deelgebied 1 700 m2 en voor deelgebied 2 30 m2. In het bureauonderzoek worden beide deelgebieden als één geheel beschouwd omdat ze zo dicht bij elkaar liggen. In de paragrafen over het booronderzoek zijn de deelgebieden gescheiden omdat de bodemopbouw te veel verschilt.</p><p>Uit het bureauonderzoek blijkt dat de bodemopbouw van de onderzoeksgebieden uit klei op veen op zand bestaat. In de bovengrond kunnen stadslagen aanwezig zijn die puinhoudend en humeus zijn. Deze lagen kunnen middeleeuwse nederzettingsresten, vanaf ten minste de 12e-13e eeuw, bevatten die bestaan uit hout- en steenbouw, beerputten, waterputten en afvalkuilen. Er moet echter ook rekening gehouden worden met verstoringen als gevolg van dijkaanleg, het graven van de Prins Johan Frisosluis, het aanbrengen van de stadswal en het slopen van de middeleeuwse bebouwing en de stadswal. In de zandondergrond kunnen archeologische resten uit de steentijd aanwezig zijn.</p><p>Booronderzoek deelgebied 1<br>Uit het booronderzoek blijkt dat binnen deelgebied 1 een in dikte wisselende (0,8 m en 2 m diepte) opgebrachte toplaag aanwezig is. Hieronder bevindt zich een wat rommelige bodemlaag met puinspikkels, sintels en veenbrokjes die archeologische potenties heeft. Het kan gaan om de bovenlaag van de historische stadsophogingslaag maar het kan ook een (sub)recente ophogingslaag zijn die archeologisch niet behoudens waardig is. Deze bodemlaag bevindt zich (deels) binnen de voorgenomen ontgravingsdiepte van circa 1 m onder het niveau van de Stadsfenne. Onder deze bodemlaag zijn stadslagen aanwezig die bestaan uit donkergrijze klei met zwarte humusvlekken en soms puinspikkels. Naar beneden toe gaan deze over in kwelderafzettingen van grijze klei. De muur aan de zuidgrens van het onderzoeksgebied wordt op circa 0,5 m diepte gefundeerd. Binnen en nabij het tracé van de muur bestaat de bodem tot minimaal 1 m diepte uit opgebrachte grond. De fundering van de muur vormt geen bedreiging voor het archeologisch bodemarchief.</p><p>Afhankelijk van de voor het cunet van de parkeerplaatsen noodzakelijk ontgravingsdiepte kan in deelgebied 1 een mogelijk stadslaag aangesneden worden. Wij bevelen daarom aan het uitgraven van het cunet onder archeologische begeleiding uit te voeren zodat eventueel aanwezige archeologische waarden gedocumenteerd kunnen worden en de bodemlaag mogelijk gedateerd kan worden.</p><p>Booronderzoek deelgebied 2<br>In deelgebied 2 bestaat de bovengrond uit opgebrachte grond. Onder deze ruim 1 m dikke laag bevinden zich stadslagen die geleidelijk overgaan in natuurlijke afzettingen waaronder veen ligt. De dekzandondergrond is hier niet binnen de boordiepte van 4 m aangetroffen. Het onderzoeksgebied is voor het grootste deel in gebruik als leidingtracé, wat voor de nodige bodemverstoringen gezorgd heeft. Binnen de voorgenomen verstoringsdiepte van 1 m bevinden zich geen bodemlagen met archeologische waarden.</p><p>Wij bevelen aan in deelgebied 2 geen verder archeologisch onderzoek uit te voeren.</p>
提供机构:
MUG Ingenieursbureau b.v.
创建时间:
2014-05-07
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务