Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de watertransportleiding Woerden-Bodegraven, deeltracé EPM15246 Nieuwerbrug a/d Rijn – Molendijk Weiweg, gemeente Bodegraven-Reeuwijk
收藏DANS Data Station Archaeology2019-09-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZTG-YHRW
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Oasen drinkwater heeft Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie een archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd voor een plangebied in de plaats Nieuwerbrug aan de Rijn. Binnen het plangebied zal de bestaande PVC – transportleiding vervangen worden. Dit zal gebeuren door een inwendig gecementeerde stalen leiding die door middel van gestuurde boringen (HDD) aan te leggen. </p><p>Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient in kaart gebracht te worden of zich binnen het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen</p><p>In het kader van dit project is voorafgaande aan het huidige onderzoek een archeologisch onderzoek uitgevoerd door Earth Integrated Archaeology (bijlage 3). Op basis van dit onderzoek is geadviseerd een verkennend booronderzoek uit te voeren. </p><p>Het doel van het onderhavige verkennend en karterend archeologisch booronderzoek was het toetsen van de fysisch-geografische en bodemkundige gegevens van het plangebied, en het in kaart brengen van eventuele archeologische resten. Op basis van de resultaten van het booronderzoek is een advies opgesteld in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). ). Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek.</p><p>Tijdens het booronderzoek is geconstateerd dat er onder een geroerde toplaag van 40 tot maximaal 70 cm dikte zich deels uitlopers van oeverafzettingen (siltige klei, Formatie van Echteld, in de twee westelijke deelgebieden) en deels komafzettingen bestaand uit klei (Formatie van Echteld) en veen (Hollandveen Laagpakket, Formatie van Nieuwkoop) bevinden. De overgang van de geroerde toplaag naar de daaronder aanwezige natuurlijke afzettingen is op een diepte variërend van 25 tot 70 cm beneden maaiveld aangetroffen. De top van de natuurlijke afzettingen is ten minste deels verstoord en opgenomen in het geroerde pakket. De klastische afzettingen onder de bouwvoor (zowel de matig siltige als sterk siltige kleien) zijn overal kalkrijk. In de natuurlijke afzettingen zijn geen laklagen (in de klei) of veraarde niveaus (in het veen) aangetroffen die zouden kunnen duiden op een langduriger droge ligging en periode van bodemvorming die te associëren zouden zijn met betere gebruikscondities voor de mens. Tijdens het veldonderzoek zijn geen primaire dan wel secundaire indicatoren aangetroffen, ook niet in relatie tot de Limesweg. De vier deelgebieden bevinden zich ongeveer 200 tot 400 meter ten zuiden van het verwachte tracé van de Limesweg (zie afbeelding 4). </p><p>Gezien de aangetroffen verstoringen binnen het plangebied, het ontbreken van archeologische indicatoren in de boringen, en de aangetroffen landschappelijke situatie kan worden gesteld dat de kans op het aantreffen van een (intacte) archeologische vindplaats klein is. </p><p>Advies<br>Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek is de archeologische verwachting voor het plangebied ter plaatse van de in- en uittredepunten daarom bijgesteld naar ‘laag’ en adviseert Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie dan ook geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ).</p><p>Het bevoegd gezag, de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, dient op basis van dit rapport en het daarin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van de beëindiging van het onderzoeksproces. </p><p>Ook wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.</p>
创建时间:
2019-09-23



