Archeologisch onderzoek locatie Water-buffer Oude Pastorie, gemeente Beek Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven
收藏DANS Data Station Archaeology2018-12-10 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZJ3-R8ND
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Uit het IVO blijkt een eventuele voortzetting van de vondstrijke zone in beekafzettingen uit de Late IJzertijd, die bij een eerder onderzoek was aangetroffen in 2003 op circa 150 m afstand ten zuidwesten van onderhavig plangebied, zich niet voort te zetten in het te ontgraven deel van de bodem in het plangebied. Mogelijk liggen dergelijke vondstrijke beekafzettingen binnen het plangebied, dieper dan de ontgravingsdiepte. De aangetroffen beekafzettingen, inclusief oude beeklopen, behoren tot een nieuwe fase van sedimentatie in het dal van de Keutelbeek vanaf het Laat-Neolithicum of Vroege Bronstijd. Daarvoor was sinds de klimaatsverbetering na de laatste ijstijd vanaf het begin van het Holoceen sprake van stabiele condities met in het plan-gebied weinig erosie en sedimentatie en met intensieve bodemvorming, waarbij een dikke, kleiige en humeuze bodemhorizont (Ahhorizont) ontstond. Het vormde in het Mesolithicum en Neolithicum het loopoppervlak. In dit pakket zijn losse prehistorische vondsten van hand-gevormd aardewerk en bewerkt vuursteen aangetroffen, naast verbrande leem en houtskool. De humeuze bodemhorizont vormt de top van een pakket met verspoelde leem en zand uit de laatste fase van de ijstijd (overgang van het Late Dryas en Preboreaal). Het leem bestaat uit van de hellingen verspoelde löss. Het zand kan afkomstig zijn van geërodeerde Maasterrassen, waarvan binnen het plangebied in het meest zuidoostelijke deel intacte afzettingen zijn gevonden.<br>De beekafzettingen van de genoemde hernieuwde sedimentatie vanaf het Laat-Neolithicum of Bronstijd bestaan uit bedding- en oeverafzettingen en restgeulvullingen van niet- tot matig humeus zand en leem en met daarop en overstromingsvlakteafzettingen van leem. Ook zal er van nabijgelegen hellingen bodemmateriaal het dal in zijn gespoeld (colluvium). Er is binnen het plangebied sprake van aggradatie, waarbij oudere sedimenten bedekt raakten<br>en er ophoging plaats heeft gevonden. Omdat de opvulling vooral van beneden- naar bovenstrooms plaats-vond, leidde dat tot een verkleining van het dalverhang.<br>Een zwak-humeuze begraven vegetatiehorizont in de beeksedimenten kon in de Romeinse tijd en/of Vroege Middeleeuwen gedateerd worden. Dit maaiveld raakte vermoedelijk bedekt door sterke sedimentatie met geërodeerd materiaal, afkomstig van de grootschalige ontginningen in het stroomgebied van de Keutelbeek in de Late Middeleeuwen A (‘hoge middeleeuwen’ of ‘volle middeleeuwen’).<br>In de beeksedimenten zijn alleen verspoelde vondsten aangetroffen. De beekbeddingss-edimenten met de hoogste archeologische verwachting voor dumpzones, zoals die bij het eerdere onderzoek circa 150 m ten zuidwesten van het plangebied, liggen binnen het plan-gebied, dieper dan de ontgravingsdiepte. Alleen de top ervan was zichtbaar in de proefsleuven die tot die ontgravingsdiepte reikten. Op basis in de hogere lagen aanwezige verspoelde vondsten kunnen de aangetroffen beekgeulen dateren uit de Late Bronstijd en/of IJzertijd.</p><p>De vermoedelijke leemkuilen van pakket 4 worden niet behoudenswaardig bevonden en hiervoor is dan ook geen vervolgonderzoek bij de geplande (en reeds uitgevoerde) verstoringen geadviseerd. Ook pakket 3B met overstromingsvlakteafzettingen vanaf de Late Bronstijd, inclusief een vegetatiehorizont uit de (Laat-)Romeinse tijd en/of Vroege Middeleeuwen, wordt niet behoudens-waardig geacht door het ontbreken van archeologische resten die wijzen op een vindplaats en door de lage ligging in het dal.<br>Omdat de zandige, humeuze prehistorische en/of Romeinse beekbeddingafzettingen van pakket 3A dat wel zijn, dient hiervoor bij het ontwerp en aanleg van de buffer rekening mee gehouden te worden. Deze afzettingen liggen dieper dan het reeds geplande niveau van ontgraving. Gestreefd moet worden naar een behoud in situ. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met plaatselijk ondiep gelegen behoudenswaardige vegetatiehorizont van pakket 2B, die begraven is geraakt van het Laat-Neolithicum of Vroege Bronstijd en al een loopoppervlak vormde in het Mesolithicum.</p>
创建时间:
2018-12-11



