five

Well-Aijen, Dassencompensatiegebied Hoogwatergeul. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P)

收藏
DANS Data Station Archaeology2013-08-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2B3-2RR9
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Van 29 augustus tot en met 5 september 2011 is door BAAC bv een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-p) uitgevoerd op de noordelijke helft van het zogenaamde ‘Dassencompensatiegebied’ te Well-Aijen, gemeente Bergen. Het maakt deel uit van een pilot-project van het project Zandmaas 2 en de Integrale Verkenning Maas (IVM), waarbij gezocht wordt naar de meest geschikte vorm van archeologiebeleid in een zeer omvangrijk onderzoeksgebied. Ten behoeve hiervan is het terrein in twee helften verdeeld, waarvan op de noordelijke de reguliere processen van de Archeologische MonumentenZorg (AMZ) worden gevolgd en op de zuidelijke helft alternatieve AMZ-methoden worden getest. Het plangebied bevindt zich op een laagterras dat in het Jonge Dryas is gevormd. Dit terras bestaat uit zwak siltig zand of sterk zandige leem met grind als bijmenging. In deze laag werden op enkele plaatsen restanten van oude geulen aangetroffen die in een vlechtend patroon door deze terrassen stroomden. Op het terras is een laag bruingrijze zwak zandige tot sterk zandige leem afgezet, die is geïnterpreteerd als een zogenaamde Bw-horizont (verbruiningshorizont). In geomorfologisch opzicht betreft het hier een overstromingspakket van de Maas, dat door de grotere waterafvoer ten gevolge van de ontbossing vanaf de Romeinse tijd is afgezet. Er zijn 84 oost-west georiënteerde proefsleuven van elk 4x10 meter in een verspringend stippellijn-patroon aangelegd. Hierin werden in totaal 13 antropogene grondsporen aangetroffen, waarvan zeven niet nader te duiden kuilen, verspreid over het plangebied. Verder zijn twee greppels blootgelegd met een datering in de nieuwe tijd (een loopgraaf en een perceelsgreppel die nog op het maaiveld zichtbaar was) en twee paalsporen die mogelijk ouder zijn dan de Romeinse tijd, maar op een dermate grote afstand van elkaar liggen dat een verband tussen beide sporen niet kan worden vastgesteld. De meest opvallende sporen betreffen allereerst een concentratie verbrand bot, waarschijnlijk een crematiegraf. De stratigrafische ligging van het spoor laat zien dat het ouder is dan de Romeinse tijd. Tijdens onderzoeken elders in het gebied langs de Maas zijn ook dergelijke geïsoleerde crematies aangetroffen, welke aan de late prehistorie (midden- of late ijzertijd) zijn toegeschreven. Het nu aangetroffen graf stamt echter volgens het uitgevoerde 14C-onderzoek uit de midden-bronstijd. Vermoedelijk is het begraven van doden op geïsoleerde plaatsen langs de maas een traditie die weliswaar incidenteel voorkomt, maar wel een lange geschiedenis kent. Het tweede opvallende spoor bestaat uit een kuil met hieromheen een rood verkleurde zone van circa vijf meter in diameter. Het bevindt zich in het noordwesten van het plangebied. De rode verkleuring is het gevolg van verhitting die blijkbaar heeft plaatsgevonden. Het spoor is dan ook geïnterpreteerd als oven, mogelijk een ijzeroven, aangezien tijdens het vooronderzoek ook al melding gemaakt wordt van mogelijke ijzerovens binnen het plangebied. De destijds aangewezen kansrijke locaties bleken geen ovens te bevatten, hoewel er op één van deze plaatsen wel een ijzerslak is verzameld. De in het plangebied aangetroffen oven is door de eerder genoemde Bw-horizont gegraven en zal dan ook post-Romeins te dateren zijn. Eerder onderzoek had al uitgewezen dat dergelijke ovens uit de vroege, volle en /of late middeleeuwen kunnen stammen. Vondstmateriaal bestaat hoofdzakelijk uit scherven aardewerk, te dateren in de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Het merendeel hiervan werd in de oostelijke en centrale zones van het plangebied aangetroffen, waar juist geen antropogene grondsporen waren blootgelegd. Concluderend is gesteld dat de blootgelegde archeologische resten niet behoudenswaardig worden geacht. Mogelijk vormt de oven onderdeel van eventuele menselijke activiteiten die buiten het onderzochte plangebied (ten westen of zuiden) hebben plaatsgevonden. Het graf betreft een geïsoleerd spoor, waardoor niet verwacht wordt dat zich meerdere exemplaren binnen het onderzochte deel van het plangebied bevinden.</p>
提供机构:
BAAC bv
创建时间:
2013-09-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务