five

Bureauonderzoek Archeologie Plangebied N311 (aanpassing rotondes en aanleg schouwpad), Marknesse, Gemeente Noordoostpolder

收藏
DataCite Commons2026-04-20 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/GNUYNK
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van de Provincie Flevoland een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het niet-jaarlijks onderhoud aan de N331 voor twee rotondes te Marknesse en de verplaatsing van een Schouwpad langs de N331 te Marknesse (zie Afbeelding 1). De noordelijk gelegen rotonde is gelegen in de N331 ter plaatse van de Vollenhoverweg en de kruising met de Steenwijkerweg. De zuidelijke rotonde is gelegen in de N331 ter plaatse van de Vollenhoverweg en de kruising met de Repelweg. Het Schouwpad loopt in de berm van de N331 daar genaamd Marknesseweg, vanaf de Oosterringweg in het oosten tot aan de Emmeloordseweg. Volgens opgave van de Provincie worden de grondwerkzaamheden bij de rotondes tot maximaal 1 m-mv uitgevoerd. De werkzaamheden voor het nieuwe Schouwpad zullen tot maximaal 60 cm-mv uitgevoerd worden. De werkzaamheden zijn in de bijlage opgesomd. De oppervlakten van de genoemde deelgebieden zijn: • Rotonde N331 kruising Steenwijkerweg:3.300 m² • Zuidelijke Rotonde N331 kruising Repelweg: 6.200 m² • Schouwpad: 9.321 m² over een lengte van 1,71 km. Op de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Noordoostpolder1, liggen de noordelijke rotonde N331-Steenwijkerweg en het Schouwpad in een zone met een waarde 7 waar een onderzoeksverplichting geldt voor plangebieden groter dan 10.000 m² en bodemingrepen dieper dan 50 cm. De zuidelijke rotonde N331-Repelweg ligt in een zone met waarde 6 waar een onderzoeksverplichting geldt bij plangebieden groter dan 5.000 m² en bij bodemingrepen dieper dan 50 cm. Dubbelbestemmingen van de nieuwe beleidsadvieskaart zijn nog niet in de bestemmingsplannen verwerkt, maar via de Erfgoedverordening geldt de laatste versie van de beleidsadvieskaart. Dit vervangt dus het bestemmingsplan. Vanwege de overschrijding van de vrijstellingsgrenzen van met name de dieptegrens is voor de geplande ontwikkeling een archeologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van een KNA-conform bureauonderzoek. Namens het bevoegd gezag heeft mevr. M. Marinelli (Sitemanager Werelderfgoed Schokland), de resultaten van het onderzoek getoetst. De opmerkingen van 16-12-2020 zijn verwerkt in deze definitieve versie van het rapport. Conclusie en aanbeveling Conclusie Dit bureauonderzoek is uitgevoerd in het kader van het niet-jaarlijks onderhoud aan de N331 voor twee rotondes te Marknesse en de verplaatsing van een Schouwpad langs de N331 te Marknesse (zie Afbeelding 1). De oorspronkelijke rotondes zijn vanaf 1948 onderdeel van de provinciale weg met een T-kruising en het Schouwpad is vanaf 1951 onderdeel van de berm van de huidige provinciale weg. De huidige rotondes zijn in 1995 en 2006 aangelegd. Voor het gehele plangebied worden in het kader van het niet-jaarlijks onderhoud bodemingrepen tot 1,00 m-mv en 0,60 m-mv gerealiseerd. De ingrepen in de afzonderlijke deelgebieden hebben ieder een kleiner oppervlak dan de oppervlakte waarvoor een onderzoeksverplichting geldt, maar hebben door de diepte van de ingrepen toch een onderzoeksverplichting. Vandaar dat op verzoek van Provincie Flevoland een KNA-conform bureauonderzoek is uitgevoerd. Op grond van de beschikbare onderzoeksgegevens en de resultaten van dit bureauonderzoek is geconcludeerd dat het relevante archeologisch niveau, de top van het pleistocene dekzand, op een diepte vanaf 2,00 m-mv aanwezig is en is naar verwachting deels geërodeerd is. De lage archeologische verwachting is middels diverse booronderzoeken in de omgeving van het plangebied bevestigd. Selectieadvies Op grond van de onderzoeksresultaten ziet Hamaland Advies geen aanleiding voor vervolgonderzoek. De kans dat archeologische waardevolle niveaus worden geraakt is nihil. De geplande bodemingrepen blijven ruim 1 meter boven het relevante archeologisch niveau. Aanbevolen wordt dan ook om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen bodemingrepen. Er bestaat een geringe kans dat er nog delen van scheepswrakken worden aangetroffen bij de grondwerkzaamheden. Hiervoor geldt de wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet (art. 5.10 en 5.11) bij de RCE. Dit advies is slechts gegeven bij de huidige diepteverstoringen. Als de ondergrond dieper verstoord gaat worden dan 2,00 m-mv dan is het advies wel vervolgonderzoek uit te voeren. Selectiebesluit Op 16 december 2020 heeft mevr. M. Marinelli, namens de gemeente (bevoegd gezag) het onderzoek getoetst. De opmerkingen zijn verwerkt in deze definitieve versie van het rapport. Zij is het eens met het advies: vrijgave voor wat betreft het aspect archeologie. Er is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. De gemeente (mevrouw J. Bijlsma) neemt in deze het selectiebesluit en zal dit aan de initiatiefnemer kenbaar maken. Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijke ambtenaar van gemeente Noordoostpolder, mevrouw M. Marinelli, Sitemanager Werelderfgoed
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-04-20
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务