five

Bureauonderzoek glasvezeltracé Beijum te Groningen

收藏
DataCite Commons2025-01-27 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/VM1TCP
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Antea Group projectnummer 494441 In juni 2024 is in opdracht van Allinq door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor Glasvezeltracé Beijum te Groningen (gemeente Groningen). Aanleiding voor het onderzoek is de aanleg van een glasvezelnetwerk. Een aantal delen van het plangebied lopen door archeologische dubbelbestemmingen. In de ijstijden werd het Groningse landschap gevormd door de invloed van landijs, dat twee keer over Noord-Nederland schoof. Toen het ijs zich terugtrok, bleven er morenen, stuwwallen en keileem achter, die de basis vormden voor de hogere delen van het landschap, zoals de Hondsrug, ten zuiden van Groningen, en het Westerkwartier. Ook ontstonden er smeltwaterdalen, zoals het Hunzedal en het Eelderdiep. Het landijs liet een laag keileem achter, die de ondergrond waterdicht maakte. De keileemlaag en de Hondsrug behoren tot de Formatie van Drenthe, die bestaat uit grof zand, grind en keien die door het landijs zijn meegevoerd. De top van de keileem is later door eeuwenlange weersinvloeden verweerd tot keizand. Na de laatste ijstijd en het begin van het Holoceen steeg de zeespiegel en werd het klimaat warmer en natter. Het landschap veranderde in een uitgestrekt moerassig veengebied, dat zich uitstrekte van Friesland tot Drenthe. Dit veengebied werd doorsneden door rivieren zoals de Hunze, de Drentsche Aa en de Eems, die zand en klei afzetten langs hun oevers. Deze afzettingen vormen en bestaan uit fijn zand, leem en klei met veenlagen. Het veen werd gevormd door de opeenhoping van dode plantenresten in natte omstandigheden. Dit veen vormde een dik pakket en groeide omhoog in het landschap. Tijdens een stormvloed kon het water vanuit de estuaria en via de rivierdalen het land diep binnendringen en werd in de rivierdalen een pakket klei en silt afgezet (Formatie van Naaldwijk). Beijum is een van de vroegst bewoonde gebieden van de provincie Groningen. Al in de periode van 250 voor tot 150 na Chr. was er sprake van bewoning op de wierde Beiahêm. Deze wierde werd in de 3e eeuw overspoeld, maar de verhoging van het landschap waar de wierde gelegen moet hebben, is nog steeds zichtbaar. In de 11e eeuw werd begonnen met de afgraving van het veengebied en ontstond het dorp Beijum. Waarschijnlijk in de 12e of 13e eeuw werd een parochie met bijbehorende kerk gesticht in Beijum, waarvan de collatie rond 1460 in handen kwam van het Geertruidsgasthuis. De parochie werd in 1475 opgeheven en de kerk werd gereduceerd tot een kapel. De kerk is waarschijnlijk kort voor 1631 afgebroken. De moderne wijk Beijum werd gebouwd in de jaren zeventig en tachtig van de 20e eeuw, als onderdeel van een groter plan voor een nieuw stadsdeel Noorddijk. Beijum was oorspronkelijk een boerendorp en werd gescheiden van de stad Groningen door weilanden. De overgang van boerendorp naar moderne stadswijk vond plaats eind jaren '70. De eerste bewoners van de nieuwe wijk betrokken hun nieuwbouwwoning in 1978. In het plangebied zijn ook diverse archeologische onderzoeken uitgevoerd. Deze bestaan voornamelijk uit bureau- en/of booronderzoeken. Er heeft een beperkt aantal veldverkenningen en begeleidingen plaatsgevonden. Er zijn tijdens deze onderzoeken zowel wierden en resten gevonden van middeleeuwse bewoning, als verstoorde lagen aangetroffen. Om de mate van mogelijke verstoring in meer detail vast te stellen is een KLIC oriëntatiemelding gedaan. Er is bekend geworden dat het tracé over bestaande kabel- en leidingsleuven loopt. In de bijlage zijn hiervan kaarten opgenomen. Hierdoor is de kans op het aantreffen van archeologische resten laag. Antea Group adviseert op het plangebied daarom ook vrij te geven. Het nemen van een besluit is voorbehouden aan het bevoegd gezag, in dezen de gemeente Groningen. Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-01-24
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务