five

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Meentweg 59 te Eemnes, gemeente Eemnes (UT) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Meentweg 59 te Eemnes, gemeente Eemnes (UT)

收藏
DataCite Commons2025-02-26 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/SCJKUQ
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Laagland Archeologie heeft in maart en april 2023 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Meentweg 59 te Eemnes. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de nieuwbouw van een woning.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied op een dekzandrug/ dekzandwelving in een vlakte van deels verspoelde dekzanden die gedurende het Holoceen met veen zijn bedekt. Bodemkundig ligt het plangebied op meerveengronden op zand. Archeologische resten kunnen verwacht worden uit de periode Mesolithicum – Neolithicum en de Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. Op grond van de bodemkaart is geen podzolvorming te verwachten. Binnen het onderzoeksgebied van het plangebied zijn geen archeologische resten bekend, maar in de verdere omgeving van het Eemland zijn verschillende Mesolithische en Neolithische vindplaatsen aangetroffen allen gelegen op dekzandruggen. Het plangebied ligt binnen een AMK-terrein betreffende de dorpskern van Eemnes. Resten uit de Late Middeleeuwen, van ongeveer na 1340 na Chr. toen het plangebied onderdeel werd van een ontginningsbasis in het veen, kunnen in het plangebied worden verwacht. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als een erf met bebouwing, een tuin en weide. Uit oude kaarten blijkt dat rekening is te houden met bodemverstoring als gevolg van bebouwingsfasen vanaf ten minste 1850.De archeologische verwachting voor het Mesolithicum – Neolithicum is middelhoog, de archeologische verwachting voor de Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd is hoog. De archeologische verwachting voor de Bronstijd – Vroege Middeleeuwen is laag op basis van de veenbedekking in deze perioden.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Tijdens het verkennend booronderzoek is in plaats van veengronden een zandondergrond onder een matig dikke of dikke A-horizont al dan niet met bodemhorizonten van (afgedekte) veldpodzolgronden zijn aangetroffen. Het gaat bij deze zandondergrond om verspoelde dekzanden. Er is geen veen aangetroffen. Er zijn in het plangebied geen verstoringen van betekenis aangetroffen. De matig dikke tot dikke A-horizont is representatief voor oude bouwlanden/cultuurgronden. Om die reden kan de archeologische verwachting worden gehandhaafd, zoals deze eerder is gedefinieerd.Op basis van de onderzoeksresultaten en omdat eventuele archeologische resten bij de voorliggende plannen met een bodemingreep van ongeveer 300 cm -mv met zekerheid worden verstoord, wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems).Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Eemnes. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, NMF Erfgoedadvies.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-02-26
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务