Plangebied Tracé middenspanningsverbinding te Horst, gemeente Horst aan de Maas.
收藏DataCite Commons2025-05-26 更新2025-06-14 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/FBQFO3
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Inleiding In opdracht van Enexis Netbeheer BV heeft RAAP in oktober 2024 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Tracé middenspanningsverbinding te Horst in de gemeente Horst aan de Maas. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning voor de aanleg van een middenspanningsverbinding. De leidingen zullen grotendeels in gegraven sleuven aangelegd worden, en deels via gestuurde boringen. Resultaten Volgens de geomorfologische kaart doorsnijdt het plangebied ten westen van het beekdal een dekzandrug. Het uiterste westen van het plangebied ligt binnen de bebouwde kern en is niet gekarteerd, maar hier komen waarschijnlijk dekzandwelvingen voor. Ten oosten van het dal komen eerst dekzandwelvingen voor en in het uiterste oosten ligt het plangebied op een dekzandrug. Ca. 100 m ten zuiden van de dekzandwelvingen en -rug in het oostelijke deel van het plangebied, komen landduinen voor. Volgens de bodemkaart bestaat de bodem binnen de dekzandgebieden grotendeels uit hoge zwarte enkeerdgronden. Op de plaats waar het plangebied op de overgang van het dekzand naar de zone van landduinen ligt, komen volgens de bodemkaart duinvaaggronden voor. Dit zijn bodems die afgezien van een schrale bouwvoor, een micropodzol of enkele humeuze laagjes, weinig tekenen van bodemvorming tonen. Ter hoogte van het beekdal komen volgens de bodemkaart beekeerdgronden voor. Deze bodems bevatten een humeuze A-horizont, kleilagen en tonen tekenen van oxidatie als gevolg van de fluctuerende grondwaterzand. Het westelijke deel van het tracé loopt door een AMK-terrein van hoge archeologische waarde. Dit betreft de oude dorpskern van Horst, welke dateert vanaf de late middeleeuwen – nieuwe tijd. Binnen het plangebied zijn geen vondstenlocaties aanwezig. In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn er meerdere vondstenlocaties aanwezig. Het gaat om drie concentraties. Op het kadastrale minuutplan uit de periode 1811-1832 lijkt het plangebied door drie zones van bewoning te lopen: het oude centrum van Horst in het westen (AMK-terrein), rond de vrouwboomweg direct ten westen van het beekdal, en rond de boomsweg in het oosten. Hier geldt in principe een zeer hoge verwachting op historische bebouwing. Verder loopt het tracé vooral door percelen bouwland en grasland. Door het ontstaan van een bouwvoor zal de bodem “onthoofd” zijn. Indien er een afdekkend esdek aanwezig is kan hier nog een relatief intacte bodem onder aanwezig zijn. In het centraal-oostelijk deel loopt het tracé door gemeentelijke (woeste) heidegronden die behoren tot het hedendaagse natuurgebied Reulsberg. Voor de archeologische verwachting wordt een onderscheid gemaakt tussen het natte beekdal en de droge dekzandgronden. Dekzand, droge zones Jager-verzamelaars In een deel van het plangebied komen gradiëntsituaties voor. Zodoende worden in dit deel vindplaatsen van jager-verzamelaars verwacht. Het betreft resten vanaf het paleolithicum t/m. het mesolithicum. Landbouwers Over het algemeen geldt er op de dekzandrug en dekzandwelvingen binnen het plangebied een archeologische verwachting voor vindplaatsen van landbouwers, vanaf het neolithicum t/m de nieuwe tijd. Het dekzandgebied is namelijk matig tot redelijk goed ontwaterd (grondwatertrap V t/m VII). Voor de zone met grondwatertrap VI en VII geldt een hoge archeologische verwachting. Voor de zone met grondwatertrap V geldt een middelhoge verwachting, aangezien dit minder aantrekkelijk was voor landbouwers. Beekdal, natte zone Zowel voor vindplaatsen van jager-verzamelaars als die van landbouwers, geldt er binnen het beekdal een lage archeologische verwachting. Hier worden enkel vindplaatsen verwacht die gerelateerd kunnen worden aan natte beekdalen: afvaldumps (nabij historische bebouwing), klei- of zandwinning, visvangst en jacht, en oversteekplaatsen. Vermoedelijk ligt er binnen het plangebied geen oversteekplaats, want enkele tientallen meters ten noorden ervan is reeds een historische oversteekplaats. Op basis van historische kaarten lijken er geen watermolens aanwezig in de omgeving van het plangebied. Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Gezien de aard van de werken (onder en nabij wegen, waarbij voor grote delen bestaande infrastructuur open gelegd dient te worden) wordt er geadviseerd een archeologische begeleiding – variant archeologische opgraving uit te voeren. Enkele specificaties: ➔ De locaties waar de leidingen via gestuurde boringen gestoken zullen worden, kunnen niet onderzocht worden op eventuele archeologische resten, aangezien hier geen sleuf gegraven wordt. ➔ Enkel de zones waar de dubbelbestemming archeologie van toepassing is, dienen archeologisch onderzocht te worden. Ter hoogte van de enige zone zonder dubbelbestemming archeologie, wordt een geleide boring gepland. ➔ De leidingen worden deels in sleuven van 0,8 m breed, en deels in een sleuven van 1,2 m breed gelegd. De sleuven die maar 0,8 m breed worden, bieden maar een kleine inkijk in de bodem; de waarnemingsmogelijkheden zijn hier zeer beperkt. Hierdoor wordt hier in principe geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd, met uitzondering van zones met een zeer hoog archeologisch potentieel: AMK-zones en zones van historische bebouwing. Bij deze AMKzones en zones van historische bebouwing wordt aangeraden de werken bij de sleuf van 0,8 m breed ook archeologisch te begeleiden. Dit aangezien hier een zeer hoge verwachting geldt voor historische bebouwing. ➔ De sleuven van 1,2 m breed, worden breed genoeg geacht om nuttig archeologisch onderzoek in uit te kunnen voeren. De aanleg hiervan dient begeleid te worden.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-05-23



