(26903.001) Eindrapportage archeologisch vooronderzoek Rijksweg 35a in Molenhoek
收藏DataCite Commons2025-03-10 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/1YQVEH
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten de perioden vanaf het (Laat) Paleolithicum t/m de Vroege Middeleeuwen, een middelhoge verwachting voor de periode Late Middeleeuwen. Deze verwachting is met name gebaseerd op de ligging van het plangebied op de lagere delen van de flank van een sandr/smeltwaterglooiing (stuwwalflank). Tevens ligt het plangebied op relatief korte afstand waar in het verleden de oude Maasloop lag, als natuurlijke bron van water. De overstromingsvlaktes langs de Maas vormde een geschikt gebied voor jacht, visserij en plantaardige voedselbronnen. De goede doorlatendheid en vruchtbaarheid van de bodems op een sandr/smeltwaterglooiing gelden als gunstige condities voor het plangebied als interessante locatie voor permanente bewoning door landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waargenomen uit de Bronstijd en vooral uit de IJzertijd en Romeinse tijd. Ook op slechts 60 meter ten noordwesten van het plangebied zijn tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden sporen van huisplattegronden, greppels en afvalkuilen aangetroffen en waarbij het aangetroffen vondstmateriaal duidt op een nederzettingscomplex uit de Bronstijd – IJzertijd, meest waarschijnlijk Midden Bronstijd. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat zien dat het plangebied aan het begin van de 19e eeuw deel uitmaakte van de kampontginningen/oude bouwlandcomplexen (het Maas Feld) op afstand van zowel het ten noordwesten gelegen buurtschap/dorp Molenhoek als het ten zuidoosten gelegen buurtschap/dorp Mook. Er wordt dan ook verwacht dat er plaggenbemesting heeft plaatsgevonden. Voor de periode Nieuwe tijd is de verwachting laag, aangezien historisch kaartmateriaal geen aanwijzingen geeft voor Nieuwe tijd (boeren)erven in dan wel in de directe omgeving van het plangebied. Wel heeft het plangebied een hoge verwachting op de aanwezigheid van resten uit de uit de Tachtigjarige Oorlog en de Tweede Wereldoorlog. Niet ver van het plangebied heeft namelijk de slag op de Mookerheide plaatsgevonden (14 april 1574) en hebben er tijdens de Tweede Wereldoorlog gevechtshandelingen plaatsgevonden. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) bevestigen de aanwezigheid van een plaggendek/oud-bouwlanddek en dat er sprake is van een merendeels intacte bodemopbouw. Het oorspronkelijke moedermateriaal betreft daluitspoelings- dan wel sandr-afzettingen (sneeuw-/ijssmeltwaterafzettingen). In de top van deze afzettingen heeft zich van nature een holtpodzolbodem/bruine bosgrond gevormd. Hierop is een plaggendek opgebracht, in overeenstemming met het historisch gebruik van het plangebied. Ook het merendeel van het plaggendek is niet verstoord door recente/moderne bodemingrepen en het onderste deel betreft wellicht een oude/fossiele akkerlaag/cultuurlaag. De oorspronkelijke minerale bovenlaag (A-horizont) en wellicht een klein gedeelte van de Bws-horizont van de holtpodzolbodem/bruine bosgrond zal waarschijnlijk door agrarische bewerking/verploeging zijn opgenomen in de oude/fossiele akkerlaag. Het plaggendek met mogelijk oude/fossiele akkerlaag/cultuurlaag bevindt zich tussen gemiddeld 30 en 80 cm. Alleen de bovenste 20 tot maximaal 40 cm van de huidige bodemopbouw betreft geroerde dan wel (deels) opgebrachte grond en cunet-/stabilisatiezand (onder het met klinkers verharde terreindeel). Conclusie Op basis van de aangetroffen bodemopbouw wordt geconcludeerd dat binnen het plangebied het archeologisch potentiële vondstniveau is aangetast, maar dat het archeologisch potentiële sporenniveau hier nog wel merendeels, zo niet geheel intact aanwezig is. Dit betekent dat eventuele vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars (Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum) zullen zijn verstoord, maar dat sporen van permanente bewoning (landbouwers) nog wel intact kunnen worden aangetroffen. Archeologische sporen (indien aanwezig) zullen meest duidelijk zichtbaar zijn in de BC-horizont en op de overgang naar de C-horizont (vanaf circa 110 cm -mv). Voor het plangebied kan de verwachting voor de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum (aanwezigheid van intacte vuursteenvindplaatsen) worden bijgesteld naar een lage verwachting, echter voor de perioden Laat-Neolithicum t/m Middeleeuwen dient de hoge tot middelhoge verwachting te worden gehandhaafd. Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Er is namelijk sprake van een merendeels intacte bodemopbouw. Geadviseerd wordt het vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) en nadat het plangebied vrij is gemaakt van de bestaande begroeiing (bosschages/struiken) en klinkerverharding. Vooralsnog wordt uitgegaan van één archeologisch sporenniveau. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid (gemeente Mook en Middelaar) goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) te zijn opgesteld, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden is alleen mogelijk als er archeologievriendelijk gebouwd wordt door niet dieper te ontgraven dan 50 cm onder het huidige maaiveld, waardoor het onderste deel van het plaggendek (wellicht een oude/fossiele akkerlaag/cultuurlaag) behouden blijft. Door de initiatiefnemer dient bepaald te worden of het economisch rendabel is om het inrichtingsplan zo aan te passen dat graafwerkzaamheden voor de geplande nieuwbouw/uitbreiding niet dieper gaan dan 50 cm minus huidig maaiveld. Selectiebesluit bevoegde overheid Het plangebied kent twee dubbelbestemmingen archeologie: Waarde Archeologie 1 en Waarde Archeologie 2. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk als de vrijstellingsgrens van respectievelijk 250 m² en 40 cm beneden maaiveld of 2.500 m² en 40 cm beneden maaiveld wordt overschreden. Het bestemmingsplan heeft geen regel dat bij meerdere dubbelbestemmingen archeologie de strengste vrijstellingsgrens voor het hele plangebied geldt. De individuele vrijstellingsgrenzen worden in beide zones niet overschreden. Dat betekent dat archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied vrij kan worden gegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen. Wel geldt de wettelijke meldplicht archeologische (toevals-)vondsten.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-03-06



