five

Plangebied Oostoever Aduarderdiep tussen Steentil en Brillerij

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/U4NLD5
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden, waarvan het zuidelijke deel betrekking heeft op het bestemmingsplan binnen de voormalige gemeente Zuidhorn en deels Winsum en het noordelijke deel binnen de voormalige gemeente Winsum. Het plangebied heeft een lage tot hoge archeologische verwachting. Permanente bewoning in het Noord-Nederlandse kustgebied gaat in principe terug tot in de 7e of 6e eeuw voor Christus. Het plangebied bestond destijds uit een kwelderlandschap, met op korte afstand kwelderruggen (figuur 7). Door het noordelijk deelgebied liep daarnaast een vertakking van de zeegeul. In het onderzoeksgebied wijzen de archeologische onderzoeken op de vroegste bewoning in de midden-ijzertijd en in de Romeinse tijd. Later, in de 4e eeuw na Christus, raakte het kustgebied grotendeels ontvolkt. Uit het archeologisch onderzoek blijkt dat in de middeleeuwen de omgeving tussen Steentil en Brillerij weer bewoond raakt. In de middeleeuwen wordt in de omgeving het klooster Aduard gesticht. Dit heeft veel invloed op de inrichting van de omgeving. De kloosterlingen van Aduard waren betrokken bij de aanleg van het Aduarderdiep. Zij hadden toegang tot de financiële middelen, kennis en organisatie om de aanleg te bewerkstellen. Ter hoogte van Steentil werd ook een brug gebouwd. Na de Reformatie zijn de kloosters in de huidige provincie Groningen gesloten en hun bezittingen geconfisqueerd door ‘Stad en Lande’. Vanaf de 16e eeuw speelde de adel – de hoofdelingen – een belangrijke rol in de omgeving. Zij bouwden na een tijdperk van kloosters en kerken de eerste bakstenen gebouwen, zogenaamde borgen. In eerste instantie waren dit steenhuizen met een verdedigingsfunctie, maar later nam dit de vorm aan van een buitenplaats. Later, in de 19e eeuw, hebben drie steenfabrieken tussen Steentil en Brillerij gestaan. Het plangebied bevindt zich in een getijdengebied, waardoor jongere afdekkende overslibbingspakketten oudere loopvlakken kunnen afdekken. Archeologische resten worden zodoende afgedekt en kunnen zich direct onder de bouwvoor tot op enige diepte daaronder bevinden. Het oppervlak uit het pleistoceen met daarin eventueel steentijdresten valt buiten het bereik van de geplande ontgravingsdiepte en zal dan ook niet worden verstoord door de graafwerkzaamheden. Aangezien in het plangebied afdekkende pakketten aanwezig zijn, is mogelijk sprake van een goede conservering van de archeologische resten. Vanwege het jonge afdekkende pakket kan ook een eventueel vroeger loopvlak in het plangebied geconserveerd zijn. Eventuele archeologische restenkunnen zodoende goed beschermd zijn en kennen naar verwachting een hoge gaafheid, mits zij niet verstoord zijn. Op basis van de resultaten van dit onderzoek heeft het plangebied een lage tot hoge archeologische verwachting. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat vanaf de ijzertijd al menselijke activiteit is in de directe omgeving. Mogelijk zijn er nog onbekende bewoningsplaatsen in het onderzoeksgebied, zo blijkt uit de verhogingen in het landschap (AHN4). Vanwege de omvangrijke archeologische verwachting in het gebied is het van belang om naast de dubbelbestemmingen ook de zones zonder dubbelbestemming te toetsen op de aanwezigheid van archeologische waarden. Hiervoor wordt een verkennend booronderzoek in het gehele plangebied noodzakelijk geacht. De boringen worden daarbij om de 50 meter gezet met een maximale diepte van 1,5 meter -mv. Op de locaties van de voormalige boerderijen, steenfabrieken en de verhogingen in het landschap wordt een hogere boordichtheid van 20 meter geadviseerd.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务