five

Archeologische begeleiding bij de sloop van het pand Huygensweg 3, Archeologische Berichten Nijmegen - Briefrapport 244

收藏
DANS Data Station Archaeology2017-12-18 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XW8-WFS7
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>De relatief kleine onderzoekslocatie heeft veel sporen opgeleverd die aansluiten bij de sporen uit de opgravingen die in de 20e eeuw op het perceel zijn uitgevoerd. Sommige sluiten goed aan, zoals de greppel van een langbed en ook de uitbraaksleuf van de fundering van de zuilen van de zuilengang die de binnenplaats van de principia van de steenbouwfase uit periode 5 omzoomde. Ook de cisterne past in de uitleg van de principia omdat deze direct onder de stenen goot lag die de binnenplaats van de principia omgaf. De standgreppels en (paal)kuilen kunnen nog niet zo goed gedateerd worden, maar wel is duidelijk dat deze grotendeels uit de Flavische tijd (periode 4) dateren. Het weinige vondstmateriaal weerspiegelt in grote lijnen de geschiedenis van het terrein. De oudste vondst is een scherf uit het laat neolithicum die past bij enkele eerder in de omgeving gedane vondsten. Er zijn geen vondsten gedaan die samenhangen met het gebruik van het terrein als begraafplaats in de late bronstijd of vroege ijzertijd. Alleen de 'ringsloot' rond het langbed herinnert nog aan dit grafveld. Uit de vroeg-Romeinse tijd stamt het fragment van een ogenfibula en de kort na het begin van de jaartelling geslagen as. Omdat de vindplaats niet heel ver van de weg ligt die de Bataafse hoofdplaats Oppidum Batavorum in het centrum van het moderne Nijmegen verbond met de oostelijker gelegen legerplaats op het Kops Plateau ligt het voor de hand dat voorbijgangers op deze weg beide voorwerpen verloren hebben. De scherven van het op de draaischijf vervaardigde vaatwerk en een deel van de metaalvondsten is in de Flavische of vroeg Trajaanse tijd in de bodem geraakt. De riemkoppeling en de bel zijn afkomstig van paardentuig, andere buiten het leerbeslag en een reparatiestuk van vaatwerk zijn minder eenduidig te plaatsen. Intrigerend is de miniatuur dolabra uit periode 4. Mogelijk mag dit voorwerp als votiefoffer gezien worden, maar aanwijzingen voor een cultusplaats in de directe omgeving van de vindplaats ontbreken. Misschien is het als souvenir van een bezoek aan een cultusplaats elders in Nijmegen terecht gekomen. Opvallend is verder de slingerkogel uit periode 4 omdat deze in het verleden slechts spaarzaam in Nijmegen-Oost zijn aangetroffen. Gietresten van een koperlegering, waarvan twee uit een spoor, en dito knipsels, gehamerde 'baren' en gekapte fragmenten zijn een aanwijzing dat in de Augusteïsche of de Flavische tijd (periode 4) in de omgeving metaal is bewerkt.<br>De weinige vondsten uit de eeuwen tussen de Romeinse tijd en de eerste bebouwing in de 20e eeuw (1/4 stuiver, knoop en vingerhoed) zijn met de stad Nijmegen te verbinden, en mogelijk (deels) met bemesting in die tijd op de vindplaats terecht gekomen. Andere vondsten zijn direct met het gebruik van het perceel in de 20e eeuw te verbinden. Enkele vondsten, zoals het marmeren vensterbankfragment, het gesmolten glas en de molenwiek herinneren aan de brand in september 1944. Het onderzoek vormt een klein puzzelstuk in het archeologisch onderzoek van de belangrijkste legerplaats in Romeins Nederland. Weliswaar is van het oudste en grootste legioenskamp (periode 1) niets aangetroffen, maar van beide opeenvolgende legerplaatsen die na 70 op deze plek zijn gebouwd (periode 4-5) wel. Op dit moment zijn de sporen nog niet helemaal te duiden, maar in de toekomst zal dit kleine onderzoek bijdragen aan een synthetiserend onderzoek naar de principia van de enige Romeinse legerplaats in Nederland.</p>
提供机构:
Gemeente Nijmegen
创建时间:
2017-12-19
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务