Terkaple, Roordahiem, Gemeente De Fryske Marren (Fr). Definitieve Opgraving
收藏DANS Data Station Archaeology2018-07-02 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XTQ-ZA73
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In onderzoeksgebied Roordahiem te Terkaple, gemeente De Fryske Marren, provinsje Fryslân, zijn tijdens een opgraving archeologische resten gevonden uit de midden steentijd (mesolithicum) en de jonge steentijd (neolithicum). In het grotere plangebied zijn eerder tijdens een proefsleuvenonderzoek archeologische resten gevonden uit het mesolithicum en neolithicum. Tijdens het voorliggende onderzoek is slechts een deel van de complete vindplaats onderzocht, namelijk dat deel dat door de aanleg van een sloot verstoord zou worden. De bodem in het onderzoeksgebied bestaat uit een door veen overgroeide dekzandrug waarin een intacte podzolbodem aanwezig is. Als gevolg van vernatting is het plangebied tussen 3.850 en 2.750 vC overgroeid geraakt door veen. Tijdens het onderzoek zijn archeologische resten gevonden in de vorm van grondsporen (kuilen en haardkuilen), verspreidingen van bewerkt vuursteen, houtskool en aardewerk. Onderzoek naar het vuursteen duidt op bewoning tijdens de midden steentijd (mesolithicum). Voor zover te bepalen betreft het relatief kleine vondstconcentraties die vooral bestaan uit strooiingen aan vuurstenen artefacten. Tijdens het onderzoek is een deel van een kleine vondstconcentratie opgegraven. Deze concentratie is ruimtelijk geassocieerd met kleine activiteitengebieden. De werktuigassemblage is beperkt en bestaat vooral uit elementen van pijlbewapening terwijl andere formele werktuigtypen zoals schrabbers schaars dan wel afwezig zijn. Er zijn weinig tot geen aanwijzingen voor de productie van pijlbewapening ter plaatse. Dit zou kunnen duiden op kampementen waar activiteiten werden gecombineerd met het herstel of vervanging van jachtgerei. Er is onderzoek uitgevoerd aan de inhoud (houtskool) van zeven bemonsterde grondsporen. 14C-onderzoek verwijst naar twee perioden van mogelijk gebruik van de vindplaats met een hiaat van een kleine 2000 jaar. In de eerste helft van het midden-mesolithicum, en wel in de eerste helft van het Boreaal, zijn haardkuilen gegraven (overgang van negende naar achtste millennium vC). Hierin is dennenhout gestookt, mogelijk met de bedoeling om teer te winnen. De teer zou uit dennenhout betrokken kunnen zijn, maar het kan niet worden uitgesloten dat men uit was op teer van berkenbast. Teer werd gebruikt als lijm waarmee onder andere pijlbewapening aan een pijl kon worden bevestigd. Concluderend kan gezegd worden dat zowel het onderzoek naar het vuursteen als het onderzoek naar de inhoud van grondsporen lijkt te duiden dat in Terkaple sprake is van jachtkampementen uit het midden-mesolithicum. Een werktuigassemblage waarbij de nadruk ligt op de aanwezigheid van elders geproduceerde pijlbewapening, gecombineerd met aanwijzingen voor het winnen van teer duidt op herstelwerkzaamheden aan jachtgerei. De tweede periode die met houtskool kan worden aangewezen is de overgang van midden- naar laat-mesolithicum (laatste helft zevende millennium vC). Deze periode, die ook wel wordt aangeduid met het vroeg-Atlanticum, was niet zichtbaar in de vuursteenassemblage. In die periode zijn enkele kuilen gegraven waarin eikenhout is gestookt. De functie van deze kuilen en het stoken van eikenhout is onbekend. Tot slot duidt de vondst van aardewerk op menselijke activiteiten die gedateerd kunnen worden in het neolithicum. Er is slecht geconserveerd handgevormd aardewerk gevonden, dat zich op basis van uiterlijke kenmerken slecht laat thuisbrengen. Eén fragment lijkt op basis van het baksel en de vorm geplaatst te kunnen worden op de overgangsperiode van de late Swifterbant-cultuur naar de vroege Trechterbeker-cultuur. Al met al kan het aardewerk niet nauwkeuriger worden gedateerd dan tussen 5.300 en 2.750 vC.</p><p>Selectie advies J.B. Veenstra MA (senior KNA archeoloog) Geadviseerd wordt het onderzoeksgebied vrij te geven en geen verder archeologisch onderzoek uit te voeren. Het onderzoeksgebied bestond uit de contouren van een te ontgraven sloot en wegcunet. Dit is nu volledig onderzocht. De totale behoudenswaardige vindplaats is echter veel groter dan het onderzoeksgebied. De begrenzing van de vindplaats wordt gevormd door de contouren van de dekzandkop. Daarom wordt geadviseerd om bij toekomstige graafactiviteiten in het plangebied die buiten de nu opgegraven zone vallen en waarbij de top van het dekzand verstoord of vernietigd dreigt te worden, altijd archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een opgraving (DO). Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente De Fryske Marren en bij de provinciaal archeoloog, dr. G. de Langen (tel: 058-2925487).</p>
提供机构:
De Steekproef
创建时间:
2018-02-01



