Transect-rapport 1864: Archeologisch Bureauonderzoek, Veldinspectie en Inventariserend Veldonderzoek, Karterende Fase. Rhenen, Cuneraweg 352, Gemeente Rhenen (UT)
收藏DANS Data Station Archaeology2018-11-12 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X2Z-3MKY
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In september 2018 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Cuneraweg 352 in Rhenen (gemeente Rhenen). De aanleiding voor het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de realisatie van twee nieuwe woningen. Bij de voorgenomen werkzaamheden zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de oorspronkelijke bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord. In het plangebied geldt volgens het bestemmingsplan Consolidatieplan Buitengebied Rhenen een hoge archeologische verwachting (Waarde – Archeologie, Overige Zone – Hoge Verwachtingswaarde). Een archeologisch onderzoek is dan verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm -Mv. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning een archeologische waardestelling nodig is. Hiervoor dient een archeologisch vooronderzoek te worden uitgevoerd. • Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting op de aanwezigheid van nederzettingsresten uit de periode Laat-Paleolithicum-Bronstijd en sporen van landgebruik uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd. Het bevindt zich immers aan de voet van de stuwwal van de Utrechtse Heuvelrug op de overgang van een waaier met hellingafzettingen naar een zone met dekzandwelvingen. Hoe exact het plangebied binnen dit landschap ligt is niet bekend. De trefkans is in ieder geval hoog op het moment de oorspronkelijke bodemopbouw in het plangebied intact is gebleven en er (onverspoelde) dekzandafzettingen in de ondergrond van het plangebied aanwezig zijn. Deze zouden een aanwijzing voor de aanwezigheid van een dekzandrug of welving kunnen vormen, hetgeen tevens wijst op het bestaan van bewoningsmogelijkheden. Op basis van het AHN viel dit in ieder geval niet te constateren. • Tevens is op basis van het bureauonderzoek niet duidelijk geworden of het plangebied als gevolg van vernatting met veen bedekt is geraakt. Op het moment dit niet het geval is geldt voor de periode IJzertijd-Vroege Middeleeuwen een middelhoge archeologische verwachting. • Voor wat betreft de periode Late Middeleeuwen / Nieuwe tijd geldt een lage archeologische verwachting op het aantreffen van sporen van nederzettingen. De omgeving in het plangebied is pas sinds de 13e eeuw ontgonnen en geschikt gemaakt voor landbouw. Het ligt daarbij direct aan de Cuneraweg, een oorspronkelijk middeleeuwse weg. Het is niet uitgesloten dat hierlangs in de Late Middeleeuwen bewoning plaatsvond, echter de ontginning van het gebied geschiedde vanuit het noorden (de Bisschop Davidsgrift) en bewoning vond vermoedelijk plaats langs deze weg. Op basis van historisch kaartmateriaal was er vanaf de 19e eeuw in het plangebied in ieder geval geen sprake van bebouwing. Dit maakt de kans klein dat er tot in het begin van de Late Middeleeuwen ook bebouwing aanwezig is geweest. De verwachting op sporen van landgebruik is daarentegen wel hoog voor deze periodes. • Op basis van het archeologisch vooronderzoek is vastgesteld dat het plangebied een lage verwachting heeft op de aanwezigheid van archeologische resten. Dit is gebaseerd op de hoge mate van verstoring van de ondergrond in het plangebied. De top van het pleistocene zand in het gebied is volledig vergraven geraakt, vermoedelijk als gevolg van de aanleg en sloop van de voorheen aanwezige bebouwing in het gebied.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2018-11-13



