five

Plangebied De Horn, Gemeente Katwijk. Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek

收藏
DANS Data Station Archaeology2006-05-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-23N-H7AE
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de gemeente Katwijk en Akro Consult heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in april 2005 en januari 2006 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met de realisatie van nieuwbouw in plangebied De Horn in de gemeente Katwijk. Het onderzoek diende te worden uitgevoerd omdat realisatie van de plannen zou kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische resten. Doel van het onderzoek was het opsporen van deze resten en, indien mogelijk, een eerste indruk geven van de kwaliteit (gaafheid en conservering), aard, datering, omvang en diepteligging ervan. Het plangebied kent een lange onderzoeksgeschiedenis. In het plangebied is een beschermd archeologisch monument aanwezig (CMA-code 30F-003; monumentnummer 47135). Het betreft resten van een Merovingisch grafveld. De archeologische onderzoeken concentreerden zich voornamelijk op het Merovingische grafveld. In het overige deel van het plangebied is nog nauwelijks (veld)onderzoek gedaan. Op basis van de resultaten van de eerdere onderzoeken is aangetoond dat onder een pakket oeverafzettingen een strandwal aanwezig is met aan weerszijden strandvlakten (Dijkstra en Flamman, 2002a). De strandwal is gevormd in de laatste fase van het Laat Neolithicum (circa 2300 voor Chr.). In de strandvlakten is Hollandveen gevormd, waarop Afzettingen van Duinkerke zijn gesedimenteerd. Een deel van de strandwal is (in 2 fasen) geërodeerd door een zijkreek van de Oude Rijn (de Vliet), waarlangs kwelderafzettingen zijn gevormd. Hierbij is ook de top van de strandwal deels geërodeerd en afgedekt met een laag kwelderafzettingen. Uit eerder uitgevoerd bureauonderzoek is gebleken dat in het plangebied resten aanwezig kunnen zijn van een molen en de molenaarswoning (Dijkstra en Flamman, 2002b). De archeologische indicatoren in boring 50 zijn aangetroffen in een zone waar een molen heeft gestaan. Uit reeds uitgevoerd proefsleuvenonderzoek is gebleken dat inderdaad nog resten van de molen aanwezig zijn. Het betreft een zogenaamde Standerd molen uit de Late Middeleeuwen (Schute, 2005). De resten van de molen zijn behoudenswaardig. Tijdens het karterend onderzoek zijn in verschillende boringen archeologische indicatoren aangetroffen. Het grootste deel van de indicatoren is gevonden in een laag bruingrijze, zandige klei in het centrum van het plangebied, dus in de kwelderafzettingen. Op basis van het booronderzoek wordt geconcludeerd dat deze indicatoren verband houden met een akkerlaag die ontstaan is vanaf de Late Middeleeuwen. Daarnaast is in de kwelderafzettingen aan de zuidflank van de strandwal in een laklaag verbrande leem aangetroffen. Mede op basis van de resultaten van het op deze plaats uitgevoerde proefsleuvenonderzoek (Dijkstra en Flamman, 2002b) wordt aangenomen dat dit verband houdt met een akkerlaag uit de Romeinse tijd. Op grond van de resultaten van de verschillende onderzoeken wordt geconcludeerd dat buiten het terrein van de molen geen behoudenswaardige archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn. Wel kunnen off-site sporen gerelateerd aan zowel de middeleeuwse als de Romeinse akkerlaag aanwezig zijn. Om meer inzicht te krijgen in de fasering binnen de kwelderafzettingen en om eventuele off-site sporen te documenteren, wordt geadviseerd om het uitgraven van de Vliet onder archeologische begeleiding te laten plaatsvinden.</p>
创建时间:
2006-05-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务