Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Rijdt 65 te Horssen, gemeente Druten
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zbn-6w38
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Pieter Oosterhout, Buro voor Architektuur, een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterende fase) uitgevoerd voor het plangebied Rijdt 65 te Horssen, gemeente Druten. De aanleiding voor het onderzoek is geplande nieuwbouw en daarmee de wijziging van het bestemmingsplan. De exacte plannen voor de locatie bevinden zich nog in de planvormingsfase. In de bestemmingsplanprocedure wordt beoogd om tot een herontwikkelingsvariant te komen die vertaald kan worden in een planologische regeling. Dit houdt in dat een toetsing op eventueel aanwezige archeologische waarden plaats moet vinden.Het plangebied heeft een omvang van ca. 2.200m2 . De nieuwe verstoringsdiepte van de fundering van de gebouwen is niet bekend, maar verwacht wordt dat deze minimaal ca. 0,80 meter minus maaiveld bedraagt. In het vigerende bestemmingsplan ‘Kom Horssen’ heeft het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Dit houdt in dat voor ingrepen dieper dan 0,50m-mv en oppervlaktes groter dan 100 m2 archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het door Hamaland Advies uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek, waarbij een archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld dat getoetst is met behulp van karterende boringen.Conclusie Op grond van de bestudeerde bronnen en de bekende archeologische waarnemingen in de omgeving van het plangebied, wordt geconcludeerd dat het plangebied een hoge trefkans heeft op archeologische vindplaatsen uit de periode IJzertijd tot en met de Nieuwe Tijd. Daarnaast geldt een middelhoge verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met Bronstijd. Er kunnen in het plangebied restanten van nederzettingsterreinen en grafvelden aangetroffen worden, alsmede zogeheten off-site patronen, zoals wegen/karrensporen, afvaldumps etc.Op grond van het uitgevoerde booronderzoek is geconcludeerd dat in het plangebied sprake is van de aanwezigheid van minimaal twee cultuurlagen op een oud riverduin vanaf een diepte van 60 cm-mv tot maximaal 220 cm-mv. De cultuurlagen dateren uit de periode van de Late IJzertijd tot en met de Nieuwe Tijd. Eventueel aanwezige sporen in de ondergrond zullen bestaan uit paalsporen en paalkuilen, wandgreppels, erfgreppels, waterputten, karrenpaden, afvalkuilen, etc. Ook resten van begravingen (grafvelden) kunnen op voorhand niet uitgesloten worden.Selectieadvies Op grond van de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat in het plangebied meerdere vindplaatsen (nederzettingsterreinen) aanwezig zijn vanaf de Late Prehistorie tot en met de Nieuwe Tijd die deel uitmaken van het rivierduin waarop de oudste historische kern van Horssen is gevormd. Rekening houdend met een bufferzone van 20 cm boven de top van het archeologisch niveau, dienen bodemingrepen dieper van 40 cm-mv zoveel mogelijk vermeden te worden. Indien toch diepere bodemingrepen noodzakelijk zijn voor de geplande nieuwbouw, dan adviseren wij om ter plaatse van de geplande bouwkavels minimaal twee proefsleuven te trekken om de archeologische waarde te kunnen bepalen en te bepalen of nader onderzoek door middel van een vlakdekkende opgraving noodzakelijk is.Selectiebesluit Het conceptrapport is op 28 augustus 2016 beoordeeld door mw. drs. E. van der Linden namens gemeente Druten. Het advies van Hamaland Advies kan worden onderschreven. De boringen geven voldoende aanwijzingen dat op het nog onbebouwde deel van het perceel de bodem nog intact is, en dat daar sporen van meerdere vindplaatsen aanwezig zijn. Bodemingrepen dieper dan 40 cm onder het huidige maaiveld dienen dan ook vermeden te worden. Als dergelijke bodemingrepen toch noodzakelijk zijn, is archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Dit proefsleuvenonderzoek is een waarderend onderzoek, waarmee de waarde van de aanwezige vindplaats(en) kan worden vastgesteld. Afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek is daarna mogelijk nog definitief onderzoek nodig (opgraving of eventueel archeologische begeleiding).Onder de huidige bebouwing zullen veel van de archeologische waarden in de bodem verstoord zijn. Afhankelijk van de diepte van de fundering van de huidige bebouwing kunnen diepere archeologische sporen en resten mogelijk nog wel bewaard zijn in de bodem. Een eventuele sloop van de huidige bebouwing zou dan ook archeologisch begeleid moeten worden.Voorbehoud Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”.
创建时间:
2024-01-31



