five

Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van twee woningen aan de Noordeindseweg 340 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/UH72WT
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Noordeindseweg 340 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland (kaart 1; afbeelding 1). Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 0,9 ha, en is momenteel deels bebouwd met een woning/bedrijfsgebouw en met kassen. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing te slopen, en daarna nieuwbouw van twee woningen te realiseren (afbeelding 2). De woningen krijgen een oppervlakte van ca. 150 m2 elk. Het is momenteel nog onbekend hoe deze worden gefundeerd en/of onderkelderd. Aangenomen mag worden dat er in ieder geval een fundering met heipalen zal worden gebruikt. Mogelijk zal er nog worden onderkelderd of deels onderkelderd, maar dat is op dit moment nog niet zeker. In dat geval reikt de verstoring per woning (plaatselijk) tot ca. 3 m -mv. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient in kaart gebracht te worden of zich binnen het plangebied behoudenswaardige archeologische waarden (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen. Gezien de aard van de ingrepen (nieuwbouw) kunnen deze naar verwachting tot in het relevante archeologisch niveau reiken. Advies. Het plangebied ligt in het historisch bebouwingslint van de Noordeindseweg waar vanaf de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd mogelijk sprake is geweest van bebouwing langs de weg, en waar zich in de diepere ondergrond mogelijk nog archeologische waarden bevinden uit het Mesolithicum/Neolithicum. De exacte methode van funderen is nog niet bekend, maar aangenomen mag worden dat er gebruik wordt gemaakt van heipalen. Deze heipalen reiken tot in het dieper gelegen niveau met mogelijke waarden uit het Mesolithicum/Neolithicum, op ca. 4 m -mv. De gemeente Lansingerland hanteert echter ten aanzien van heipalen geen voorschriften met betrekking tot de archeologie. De impact van heipalen voor woningen met een dergelijk beperkt oppervlak op een eventuele archeologische vindplaats zal zeer klein zijn. De overige ingrepen ten behoeve van de fundering zullen boven het niveau van 4 m -mv blijven; ook bij een eventuele kelder tot ca. 3 m -mv reikt de ingreep nog steeds boven het archeologisch niveau. Blijft nog over de archeologische verwachting op het aantreffen van resten uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Vergelijking van het inrichtingsplan (afbeelding 2) met de Kadasterkaart 1811-1832 (afbeelding 8) laat zien dat de geplande nieuwbouw op behoorlijke afstand van zowel de weg als de destijds aanwezige bebouwing in de zuidwesthoek is gelegen. De kans op de aanwezigheid van resten van historische bebouwing op de twee bouwlocaties wordt daarom als laag ingeschat; bovendien zijn de twee bouwlocaties nu bebouwd met kassen die voor de nodige verstoringen hebben gezorgd. Vestigia ziet geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek ten aanzien van de nieuwbouw. De archeologische verwachting voor resten uit het Mesolithicum/Neolithicum blijft echter bestaan, en daarom kan de dubbelbestemming archeologie niet worden verwijderd. Mocht de opdrachtgever wensen de dubbelbestemming geheel verwijderd te zien, dan dient in eerste instantie een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen te worden uitgevoerd, zie afbeelding 15. Met een door de gemeente gehanteerd verplicht grid van ca. 10 boringen per hectare, komt dit met het oppervlak en de vorm van de dubbelbestemming neer op ca. 6-8 boringen. Omdat de archeologische resten uit het Mesolithicum/Neolithicum zich waarschijnlijk op ca. 4 m -mv bevinden, zal naar verwachting minimaal tot dit niveau geboord moeten worden. In de zuidwesthoek van het plangebied (momenteel onbebouwd en begroeid met gras) is echter zoals vermeld aantoonbaar sprake van historische bebouwing. Het verdient de voorkeur om eventuele archeologische resten op die locatie niet te verstoren en “in situ” te behouden. Mocht de initiatiefnemer deze zone verder willen ontwikkelen in de vorm van nieuwbouw van woningen, dan dienen zoveel mogelijk de richtlijnen gevolgd te worden voor archeologievriendelijk bouwen, zoals weergegeven in de handreiking van de RCE. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan is vervolgonderzoek noodzakelijk. Om dergelijke resten van historische bebouwing te kunnen karteren en waarderen is niet een booronderzoek, maar een proefsleuvenonderzoek (met de mogelijkheid tot doorstart naar een opgraving) de meest geëigende methode. Hiervoor dient eerst een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld dat de goedkeuring behoeft van het bevoegd gezag, de gemeente Lansingerland. In geval de geplande ingreep binnen deze zone bestaat uit de aanleg van kabels en leidingen/riolering etc. dan dient mogelijk een archeologische begeleiding van de werkzaamheden plaats te vinden, waarvoor eveneens een PvE vereist is. Een en ander is weergegeven op de advieskaart, afbeelding 15. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Lansingerland, om op basis van dit rapport en het hierin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek of het beëindigen van het archeologisch onderzoeksproces. Ook wanneer het plangebied op enig moment op basis van de resultaten van archeologisch onderzoek wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Lansingerland, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务