five

Inventarsierend Veldonderzoek d.m.v. verkennende boringen. Watervoorziening Eemshaven td1, td2a en td2b; locaties 1 - 4 (gem. Groningen)

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-05-09 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2ZV-C76Y
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In de periode november – december 2018 heeft Antea Group, in opdracht van Waterbedrijf Groningen, een Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen (IVO-O) uitgevoerd voor een leidingtracé in de gemeente Groningen.1 De directe aanleiding tot dit onderzoek is het voornemen van de opdrachtgever om nieuwe transportleidingen voor drinkwater, industriewater, ruwwater en persriool aan te leggen tussen Garmerwolde en Eemshaven. De transportleidingen komen te liggen in de gemeente Ten Boer, Loppersum, Appingedam, Delfzijl en Eemsmond. Het tracé bestaat uit een hoofdtracé en uit diverse aftakkingen ten behoeve van Waterbedrijf Groningen, North Water en Google. De leidingen worden meest parallel gelegd. De lengte van het hoofdtracé inclusief aftakkingen van het tracé bedraagt circa 45 km. Bij deze graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden geschaad.<br>In dit kader heeft Antea Group reeds in november 2017 een archeologisch bureauonderzoek2 uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het plangebied ligt op zeekleigronden van de kwelder, de getijdevlakte al dan niet met knipklei en zeeboezemvlakte. Het gebied was doorsneden door vele geulen en stroompjes en op de kwelder, zoals bij Spijk, zal bewoning al in de midden-ijzertijd mogelijk zijn geweest. Ten noorden van Spijk ligt het plangebied in recente aandijkingen uit de laatste eeuwen; daarvoor geldt een lage archeologische verwachting. Uit het verspreidingsbeeld van de wierden op de bodemkaart is een voorkeur voor iets lichte kleigrond zichtbaar, maar de schaal van deze ondergrondgegeven is wellicht niet voldoende om hierin een wetmatigheid te zien. Ook op de hogere kweldergronden zal na de midden-Romeinse tijd door een toenemende zee-invloed een periode zijn ingezet van drastische bevolkingsachteruitgang. Veel, zo niet de meeste, dorps- en huiswierden zullen op dat moment zijn verlaten. In de late middeleeuwen en nieuwe tijd zijn vervolgens weer aanwijzingen voor bewoning. Wederom werd gebruik gemaakt van de relatieve verhogingen. Eerder aangelegde wierden werden opnieuw bewoond. Het holocene zeekleilandschap ligt gestapeld op het pleistocene dekzandlandschap. Dit dekzand bevindt zich overal in het plangebied naar verwachting onder de verstoringsdiepte, zodat er vooralsnog geen rekening wordt gehouden met vindplaatsen op het dekzand (bewoners uit de periode laat-paleolithicum tot en met neolithicum).<br>Resumerend; op basis van het bureauonderzoek werden (overslibde) wierden uit de periode late ijzertijd/Romeinse tijd – middeleeuwen/nieuwe tijd en/of huisplaatsen uit de late middeleeuwen (nieuwe tijd) verwacht (op de hoge(re) delen van het kwelder- en getijdegebied). Daarnaast werden archeologische resten uit de periode laat-paleolithicum – neolithicum verwacht op (plaatselijk) hoger gelegen dekzand(kopjes of –ruggen). Om de verwachtingen uit dit bureauonderzoek te toetsen is door Antea Group geadviseerd om een archeologisch booronderzoek (verkennende fase) uit te (laten) voeren voor de vergunningsplichtige onderzoekslocaties binnen het onderzoeksgebied. Het veldonderzoek binnen dit deel van het plangebied (de gemeente Groningen) heeft geen aanwijzingen gevonden om de aanwezigheid van archeologische resten (zoals wierden) te veronderstellen. Plaatselijk zijn weliswaar sterk siltige/uiterst siltige kleiafzettingen aangetroffen die duiden op wat hoger gelegen kwelders of inversieruggen, maar over het algemeen is dit pakket verstoord of maakt onderdeel uit van de bouwvoor. Alleen ter plaatse van boringen 1154, 1161, 1162, 1220, 1221 en 1238 – 1241 is dit potentieel kansrijke pakket (grotendeels) intact aanwezig. Er zijn echter geen aanwijzingen gevonden voor vegetatielagen, wierdelagen en/of oude loopniveaus. Plaatselijk is in de diepere ondergrond pleistoceen dekzand (Formatie van Boxtel) aangetroffen. Het lijkt echter te gaan om een lager gelegen dekzandvlakte; de top is immers wat venig en wortel- en/of riethoudend en er is geen podzolprofiel aanwezig.<br>(Selectie)advies<br>Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt aanbevolen:<br>1. Het onderzochte gedeelte van het plangebied vrij te geven ten gunste van de voorgenomen ontwikkeling;<br>2. De percelen waar boringen 1182 tot en met 1204 (zone 4) waren gepland (geen betredings-toestemming) in een later stadium alsnog te onderzoeken.</p>
提供机构:
Antea Group
创建时间:
2019-05-10
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务