five

AB Droevendal Leeuwarden

收藏
DataCite Commons2025-11-06 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/9GTWGP
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Bij het onderzoek in de straat Droevendal te Leeuwarden is een groot aantal archeologische resten aangetroffen. Aanleiding tot het onderzoek was het verleggen en vervangen van kabels en leidingen in de straat. Toen bij de start van de werkzaamheden grafkisten en menselijke resten tevoorschijn kwamen, is dit door de aannemer direct gemeld bij de gemeente. De werkzaamheden zijn hierna eerst stilgelegd en daarna verder uitgevoerd onder archeologische begeleiding (opgraving, variant begeleiding). Het onderzoeksgebied ligt op het terrein van het voormalig Franciscaner minderbroederklooster Galilea, dat hier tussen circa 1500 en 1580 gevestigd was. Na 1580 werd het voormalige kloosterterrein verkaveld en werden er zowel in noord-zuidelijke als in oost-westelijke richting nieuwe straten aangelegd. Een van die nieuwe straten was het Droevendal. Deze straat werd dwars over het voormalige monnikenkerkhof aangelegd, zodat er van het voormalige uitgestrekte kerkhof nog slechts een klein deel overbleef dat haar oorspronkelijke bestemming bleef behouden. Echter, vanaf dat moment zouden nog slechts ter dood gebrachte of in het gevang gestorven criminelen hier hun laatste rustplaats vinden. Deze plek stond bij de Leeuwarders dan ook al snel bekend als het Misdadigerskerkhof. Het huidige onderzoeksgebied ligt op de Minnematerp, een van de drie kernterpen van Leeuwarden. De archeologische sporen zijn ingegraven in de top van de terpophogingen, die op basis van het erin aangetroffen vondstmateriaal dateert vanaf de 13e eeuw. De aangetroffen archeologische sporen zijn te verdelen in twee perioden: de periode vóór en na de aanleg van de straat Droevendal in het eerste kwart van de 17e eeuw. De sporen en structuren uit de kloosterperiode, vóór de aanleg van de straat, bestaan uit resten van het kerkhof (graven, kisten, botconcentraties), resten van de muur rond het kerkhof en uit een afvalkuil. De graven bevinden zich alleen in het westelijk deel van het onderzoeksgebied. De sporen en structuren uit de periode na de aanleg van de straat bestaan uit resten van historische bebouwing (funderingen, muurresten, uitbraaksleuven, palen) en uit een (recente) houtconcentratie die samenhangt met de kabels en leidingen. Er zijn in totaal 22 in situ graven gevonden in het onderzoeksgebied, maar de hoeveelheid graven zal hier oorspronkelijk veel groter zijn geweest. Getuige het vele zwerfbot dat bij het onderzoek is aangetroffen en de verstoringen van de ingravingen van de kabels en leidingen, zal de aanleg van deze kabels en leidingen zeer zeker graven hebben verstoord. Door alle verstoringen was iets minder dan de helft van de skeletten redelijk tot goed intact. De rest van de graven was verrommeld, gehalveerd of verder incompleet. Van een deel van de graven was al een deel weggespit in het verleden en waren deksels of zijplanken verdwenen. In het kerkhof zijn naast mannen, zoals te verwachten in een Franciscaner kloosterkerkhof, ook vrouwen, jongvolwassenen, (zeer) jonge kinderen en zelfs foetussen bijgezet. Het aandeel kinderen in het opgegraven deel van het kerkhof is behoorlijk hoog. Het kerkhof is dus niet alleen voor de kloosterbroeders gebruikt, maar ook voor burgers. Dit is op zich niet zo verwonderlijk en is ook bij andere onderzoeken naar Franciscaner kloosterkerkhoven naar voren gekomen. De monniken waren door hun geloften van armoede geheel afhankelijk van inkomsten van de burgerij. Mensen die in de kloostergrond begraven wilden worden, moesten hiervoor betalen. Bovendien waren Franciscaners (vooral) gericht op het welzijn van de armen en zieken in de samenleving. Degenen die overleden, kregen daarmee wellicht (ook) een plek op het kloosterkerkhof. De in situ graven lagen maximaal in drie lagen boven elkaar; de onderlinge afstand verschilt. De graven lagen dicht op elkaar, maar overlapten niet. Alleen de (jongere?) kinder- en babygraven hadden soms de onderliggende graven verstoord. In principe gaat het bij alle aangetroffen in situ graven om primaire begravingen; los van het zwerfbot tussen de graven zijn er geen knekelkuilen of -kisten gevonden. Wel zijn in twee graven meerdere individuen bij elkaar bijgezet: het gaat hierbij telkens om een volwassene waarbij één of meerdere zeer jonge kinderen en/of foetussen zijn bijgezet. Het gros van de graven dateert uit de 16e eeuw. Onder de begravenen bevinden zich twee onthoofde individuen. Het gaat hier zeer waarschijnlijk om misdadigers die in de Blokhuispoort gevangen zaten en daar zijn gexecuteerd. Van beide graven is skeletmateriaal gedateerd middels koolstofdatering (¹⁴C): beide graven hebben een ruime datering en kunnen worden geplaatst in de periode tussen circa 1450 en 1625. In één van de kisten is een grafgift gevonden: een mes. Mogelijk gaat het om het mes waarmee de veroordeelde/gexecuteerde zijn misdaad heeft gepleegd; het was destijds een oud gebruik om het moordwapen mee te geven in het graf. De graven van de twee onthoofde individuen kunnen als enige van de graven bij het Misdadigerskerkhof hebben gehoord en daarmee jonger zijn dan de andere graven. Er zijn speculaties over wie de onthoofde personen zouden kunnen zijn die in de graven zijn bijgezet. Mogelijk gaat het om Jemme Herjuwsma en Gerbrand Mockema, twee hoofdelingen. Beide zijn in 1512 op hetzelfde moment en door dezelfde beul onthoofd en daarna begraven in kisten in het Galilerklooster. Een andere gegadigde voor de persoon die in het graf met het mes is begraven, betreft Cornelis Adriaansz. Cuijck, die op 16 maart 1619 veroordeeld werd voor de moord op Anthonius van Aylva. In het eerste geval behoren de graven/het graf met het mes niet tot het Misdadigerskerkhof, in het tweede geval wel.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-11-06
5,000+
优质数据集
54 个
任务类型
进入经典数据集
二维码
社区交流群

面向社区/商业的数据集话题

二维码
科研交流群

面向高校/科研机构的开源数据集话题

数据驱动未来

携手共赢发展

商业合作