Archeologisch vooronderzoek plangebied Deijlerweg 175 - 177 te Wassenaar, gemeente Wassenaar
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/HY186I
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie Cultuurhistorie heeft in opdracht van American School of The Hague een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Deijlerweg te Wassenaar, gemeente Wassenaar. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 9,2 hectare en is momenteel grotendeels in agrarisch gebruik. Binnen het plangebied zal sloop plaatsvinden van een deel van de bestaande bebouwing. Het kerngebouw van de boerderij Deylerhoeve blijft bewaard als onderdeel van de nieuwe plannen. Daarnaast zullen twee nieuwe gebouwen worden gerealiseerd. Ook wordt het terrein nader ingericht met enkele kleinere landschappelijke ingrepen. De precieze ingrepen zijn nog niet bekend. Binnen het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen daterend vanaf het Neolithicum tot de Nieuwe tijd. Na de vorming van de strandwal waarop het plangebied gelegen is, is dit gebied bewoonbaar. De strandwal is gevormd in het Neolithicum. Uit nabijgelegen vindplaatsen blijkt dat hier een akkercomplex en een nederzetting in de omgeving hebben gelegen uit het Laat-Neolithicum en de Bronstijd. De aanwezigheid van een waterput uit de Romeinse tijd en nog andere vondsten uit Romeinse periode in de nabijheid van het plangebied geven aan dat er tot de Middeleeuwen een continu gebruik van het landschap verwacht kan worden. De ligging van het plangebied in één van de vroegste buurtschappen van Wassenaar, duidt erop dat ook in de Middeleeuwen het landschap bewoond en in gebruik is. De boerderij Deylerhoeve dateert zeker vanaf het einde van de 19e eeuw, maar op basis van de historische kaarten zijn er op min of meer dezelfde plaats voorgangers aanwezig, in ieder geval vanaf het begin van de 19e eeuw, en vermoedelijk ook al vanaf de 17e eeuw. Daarnaast dient binnen het plangebied rekening te worden gehouden met resten van gevechtshandelingen die hebben plaatsgevonden in het begin van de Tweede Wereldoorlog (meidagen 1940). Hoewel bij het booronderzoek geen aanwijzingen zijn gevonden voor verschillende niveaus, kunnen mogelijk nog diepere sporen aanwezig zijn onder de bouwvoor. Mogelijke aftopping lijkt binnen het plangebied niet grootschalig te hebben plaatsgevonden, maar geleidelijk waardoor de bouwvoor in het midden van het plangebied dunner is dan aan de randen. Het is daardoor nog goed mogelijk dat binnen het plangebied nog diepere sporen aangetroffen kunnen worden. Daarnaast is in een drietal boringen een begraven bodem aangetroffen op een diepte van 110 – 140 cm onder maaiveld. Deze boringen bevinden zich aan de randen van het plangebied. Het is mogelijk dat de begraven bodem het tweede niveau vertegenwoordigd. Advies Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied overwegend een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Uit onderzoeken in de omgeving kunnen deze resten direct onder het maaiveld voorkomen en zijn ze mogelijk in verschillende niveaus aanwezig. Bij het booronderzoek is gebleken dat de archeologische verwachting bijgesteld kan worden naar middelhoog, maar dat er geen sprake lijkt te zijn van grootschalige aftopping. Hierdoor kunnen archeologische resten ter hoogte van een dikkere bouwvoor juist beter beschermd zijn geraakt. Ter hoogte van de dunnere bouwvoor, waar mogelijk wel aftopping heeft plaatsgevonden, kunnen nog diepere sporen bewaard zijn gebleven. Ter hoogte van de Deijlerhoeve blijft de archeologische verwachting onverminderd hoog. Binnen het plangebied is sprake van verschillende ingrepen: - Nieuwbouw (auditorium) ter hoogte van de Deijlerhoeve, verlegging van de huidige waterloop. - Nieuwbouw (schoolgebouw), ecozone en landschappelijk ingrepen in het westelijke deel van het plangebied. - Nog nader te bepalen terreininrichting. Aangezien de plannen ter hoogte van het noordoostelijke deel van het plangebied nog grotendeels onbekend zijn, is dit deel buiten het booronderzoek gehouden en blijft de dubbelbestemming gehandhaafd. Indien hier ingrepen gaan plaatsvinden met een oppervlakte van meer dan 100 m2 en dieper dan 30 cm, dient een verkennend booronderzoek plaats te vinden, waarbij volgens de provinciale richtlijnen 10 boringen per ha dienen te worden gezet tot minimaal 2 m -mv en 1 boring per 10 tot minimaal 4 m -mv In het zuidwestelijke deel van het terrein zijn twee nieuwe gebouwen gepland. In het noorden van het terrein is een auditorium gepland ter plaatse van de huidige bestaande bebouwing. Voor de plaatsing van het auditorium zal ook de watergang verplaatst worden. Ter plaatse van de bestaande bebouwing blijft de archeologische verwachting onverminderd hoog op basis van het bureauonderzoek. Het booronderzoek heeft daar geen nader inzicht of verandering in gebracht. Het kerngebouw van de Deijlerhoeve uit 1912 (met mogelijk voorloper onder de huidige bebouwing met een datering vermoedelijk vanaf Late Middeleeuwen) blijft bewaard, echter is het mogelijk dat zich onder de overige huidige bebouwing nog funderingsresten van voorgangers aanwezig zijn of resten van het Middeleeuwse erf. Bij deze werkzaamheden wordt vermoedelijk ook gegraven door de intacte bodemopbouw welke is aangetroffen in boring 4998-001. Er wordt geadviseerd om de sloop tot het huidige maaiveld plaats te laten vinden. Hierna dient een proefsleuvenonderzoek plaats te vinden ter hoogte van de geplande nieuwe bebouwing en de verlegging van de watergang. Bij voorkeur wordt ook een proefsleuf haaks op de strandwal aangelegd om inzicht te krijgen in de opbouw en verloop van deze strandwal. Voorafgaand aan een dergelijk onderzoek dient eerst een Programma van Eisen te worden opgesteld dat de goedkeuring behoeft van het bevoegd gezag, de gemeente Wassenaar. Aan de westzijde van het plangebied is een nieuw schoolgebouw gepland. Voor toegang naar dit schoolgebouw zal over de huidige waterpartij een brug worden aangelegd. Rondom het schoolgebouw wordt het terrein verder ingericht waarbij wordt gedacht aan een hoogstamboomgaard. Aangezien de inrichtingsplannen nog niet definitief zijn vastgesteld, geldt dat nog niet duidelijk tot hoe diep de verstoringen zullen plaatsvinden. Aangezien plaatselijk de bouwvoor slechts 15 cm dik is, wordt een proefsleuvenonderzoek geadviseerd om aanvullende uitspraken te kunnen doen over de conservering van de mogelijk aanwezige archeologische resten. Dit onderzoek dient in ieder geval plaats te vinden ter hoogte van de geplande nieuwbouw, aangegeven op afbeelding 16. Ook hier heeft het de voorkeur om de proefsleuven met een minimale dekkingsgraad van ca. 10% haaks op de strandwal aan te leggen. Afhankelijk van de resultaten en de geplande verstoringsdiepten, kunnen aanvullende sleuven worden aangelegd ter hoogte van de ecozone en de hoogstamboomgaard. Ten aanzien van de verdere ontwikkelingen binnen dit deel wordt geadviseerd om ook hier een proefsleuvenonderzoek uit te voeren met een dekkingsgraad van ca. 5%. Het wordt aanbevolen om binnen het meest zuidelijke deel van het plangebied, waar een intacte begraven bodem is waargenomen, een proefsleuf aan te leggen om dit deel nader te onderzoeken. Het doel van het onderzoek is om de globale opbouw en archeologische waarde van het terrein beter te kunnen vast stellen. Hierbij kan ingezet worden op een gericht onderzoek ter plaatse van geplande ingrepen, zodra deze bekend zijn om voor die delen te bepalen wat de archeologische waarde is en hier mogelijk de dubbelbestemming te kunnen verwijderen. Voorafgaand aan een dergelijk onderzoek dient eerst een Programma van Eisen te worden opgesteld dat de goedkeuring behoeft van het bevoegd gezag, de gemeente Wassenaar. Het bevoegd gezag, de gemeente Wassenaar, dient eerst over het advies in dit rapport een besluit te nemen. Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondsten of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondsten). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondsten’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Wassenaar, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Naschrift Per mail op d.d. 2 november 2023 heeft het bevoegd gezag aangegeven akkoord te zijn met dit rapport, indien nog een ‘ideaal’ profiel werd toegevoegd en de bodemaanduiding bij de boorstaten duidelijker kon worden opgenomen. Deze opmerkingen zijn verwerkt en daarna is op 17 november 2023 deze definitieve versie opgesteld.
创建时间:
2024-01-31



