five

Transect-rapport 2263: Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P). Blaricum, Bierweg17. Gemeente Blaricum (NH).

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-10-17 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XEB-ARNA
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In februari 2019 is een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Bierweg 17 in Blaricum (gemeente Blaricum). De aanleiding voor het onderzoek was de voorgenomen bouw van een woning met kelder. Hiervoor is grondverzet nodig, waardoor de oorspronkelijke bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord. Om de voorgenomen ontwikkelingen te kunnen laten plaatsvinden is een omgevingsvergunning noodzakelijk. Als onderdeel van de vergunningsaanvraag was conform het bestemmingsplan Villagebieden (2014) een archeologisch vooronderzoek nodig. Binnen het plangebied bestaat het voornemen om de bestaande woning en bijgebouwen (140-150 m²) te slopen. Zowel binnen als buiten de bestaande bouwcontour zal een nieuwe woning en bijgebouwen tot stand worden gebracht met een oppervlakte van ongeveer 300 m², voorzien van een kelder van ongeveer 200 m². Ten behoeve van deze woning zal tot een diepte van ongeveer 80 cm -Mv een aantal funderingsbalken worden aangebracht. Ten behoeve van de kelder zal tot een diepte van maximaal 3,3 m -Mv worden ontgraven. Door de combinatie van deze ingrepen zal de ondergrond in het plangebied ongeveer 300 m² in meer of mindere mate geroerd worden. Voorafgaand aan de bouw van de woning dienen mogelijk nog egalisatiewerkzaamheden plaats te vinden.</p><p>Op basis van vooronderzoek gold in het plangebied een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van archeologische waarden. Op basis hiervan is vervolgonderzoek geadviseerd met behulp van proefsleuven (IVO-P), om zo vast te stellen of er daadwerkelijk sprake was van een vindplaats in het plangebied, en wat de behoudenswaardigheid van een eventuele vindplaats was. Het bevoegd heeft hiermee ingestemd.</p><p>Methode<br>In het veld is het puttenplan aangepast vanwege een gebrek aan manoeuvreerruimte voor de graafmachine en de aanwezigheid van bomen en leidingen. Zodoende zijn er niet één grote, maar drie kleinere werkputten aangelegd op plaatsen waar dit mogelijk was. In alle drie werkputten is één archeologisch leesbaar vlak aangelegd in de top van de C-horizont van het stuwwalzand; in alle drie werkputten bevond vlak 1 zich op ca 1,6 m -Mv. In werkput 1 was dit omstreeks 9,30-9,50 m +NAP; in werkput 2 omstreeks 8,5-8,6 m +NAP en in werkput 3 omstreeks 9,10-9,80 m +NAP. De dGPS-ontvangst was in grote delen van het plangebied beperkt; daarom zijn vlaktekeningen van werkputten 1 en 3 analoog gemaakt en naderhand gedigitaliseerd. Het middels dGPS inmeten van vlakhoogtes was in werkput 3 niet mogelijk; deze zijn voor deze werkput berekend aan de hand van de maaiveldhoogtes ter hoogte van twee hoekpunten, die wel digitaal ingemeten konden worden. <br>Bij iedere haal van de graafmachine is het vlak visueel en met een metaaldetector geïnspecteerd op vondsten. Vondsten zijn verzameld en gedocumenteerd per laag / vak van 4 m x breedte werkput (in grondsporen zijn geen vondsten gedaan). Drie van de vier aangetroffen grondsporen zijn gecoupeerd en afgewerkt om tot een waardestelling te komen. Uit één kansrijk spoor (S.3) is uit voorzorg een houtskoolmonster genomen. Er zijn in totaal vier profielkolommen gedocumenteerd om de bodemopbouw te bestuderen. </p><p>Resultaten<br>De bodem in het plangebied is grotendeels intact, behoudens enkele lokale verstoringen. De bodem bestaat uit een circa 1,0 m dikke, meerfasige enkeerdgrond, waaronder grindrijke stuwwalafzettingen liggen, met hier en daar een dunne laag dekzand. In de top van de natuurlijke afzettingen bevond zich in het hele onderzoeksgebied een verweerde B-horizont. In de oostelijk gelegen werkput 3 zijn vier mogelijke grondsporen gedocumenteerd die niet nader kunnen worden geduid, dan wel gedateerd. In de grondsporen ontbrak vondstmateriaal. Het is onzeker of het archeologische sporen zijn. Archeologisch vondstmateriaal is alleen in de westelijk gelegen werkput 1 aangetroffen, in de enkeerdgrond. Het materiaal bestaat uit roodbakkend keramiek en dateert uit de periode vanaf de 13e eeuw. Het enige wat op basis hiervan geconcludeerd kan worden, is dat het plangebied in de periode vanaf de 13e eeuw in gebruik is geweest als landbouwgrond, en wel dusdanig lang dat er een enkeerdgrond kon ontstaan. De hoge verwachting op archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Vroege-Middeleeuwen is niet uitgekomen, ondanks de grotendeels intacte bodemopbouw.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-10-18
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务