five

Maurik, Buitenweg Maurik-Buitenweg, Een grafveld uit de Romeinse tijd

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://easy.dans.knaw.nl/ui/datasets/id/easy-dataset:262779
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van de gemeente Buren heeft BAAC bv (onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie) te ‘s-Hertogenbosch een opgraving uitgevoerd in het plangebied Buitenweg te Maurik, gemeente Buren. het onderzoek is uitgevoerd van 6 tot en met 14 augustus 2012. Aanleiding voor het onderzoek is de geplande bouw van een botenloods ter plaatse. De geplande graafwerkzaamheden vormen een bedreiging voor de aanwezige archeologische waarden. Rond en binnen het onderzoeksgebied zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd in verband met de ontwikkeling van een bedrijventerrein ten zuiden van het huidige onderzoeksterrein. In 2007 heeft BAAC bv een bureauonderzoek en karterend booronderzoek uitgevoerd1, gevolgd door een karterend booronderzoek uitgevoerd door het ADC.2 Deze onderzoeken toonden op verschillende locaties de aanwezigheid van archeologische indicatoren in de ondergrond aan. Een proefsleuvenonderzoek, uitgevoerd door IDDS op het terrein direct ten zuiden van het huidige onderzoeksgebied, toonde de aanwezigheid aan van resten van een grafveld uit de Romeinse tijd. Aansluitend op dit proefsleufonderzoek is een opgraving uitgevoerd waaruit bleek dat het grafveld zich voortzette in noordelijke richting. In 2012 is door het ADC een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd binnen en rond het huidige onderzoeksterrein waaruit bleek dat zich binnen het huidige onderzoeksgebied inderdaad ook graven bevonden. Het plangebied is vervolgens door BAAC bv in 2012 opgegraven. Hierbij is een oppervlak van 2550 m2 onderzocht waarbij 17 graven en zes bijhorende grafstructuren zijn aangetroffen. In dit rapport worden de resultaten van dit onderzoek gepresenteerd. Op basis van het fysisch geografisch onderzoek blijkt eenduidig dat het grafveld op een hoge kronkelwaardrug gelegen heeft. Deze rug moet relatief droog geweest zijn. Dit blijkt met name uit sterke rijping van de bodem in het plangebied. Tussen de kronkelwaardruggen in hebben kronkelwaardgeulen gelegen; geulen die bij hoogwater in de rivier watervoerend zijn. Dergelijke geulen zijn zowel ten noorden als ten zuiden van het opgravingsterrein aanwezig. Of de geulen rondom het grafveld (nog) waterdragend waren, toen het grafveld er lag, is niet bekend. Wel is zeker dat het grafveld zelf hoger lag te midden van een lokaal drassig gebied. De noordzijde van het grafveld lijkt begrensd te worden door de aanwezigheid van een kronkelwaardgeul. Gedurende het onderzoek zijn 17 graven en zes randstructuren aangetroffen. De datering van deze graven ligt in ieder geval tussen het begin van de jaartelling en 270 na Chr. De vondsten die een scherpere datering toelaten wijzen er echter op dat het grafveld met name in de tweede helft van de eerste tot en met de eerste helft van de tweede eeuw in gebruik was. De sporen behorende tot het grafveld bevonden zich binnen een oppervlak van 60 bij 25 m. De grootste dichtheid aan graven lijkt zich te bevinden binnen werkput 2 en het aansluitende deel van werkput 5 aan de oostzijde van het opgegraven areaal. De dichtheid aan graven aan de westzijde (werkputten 1 en 3) is dermate laag dat hier mogelijk de begrenzing van het grafveld is bereikt. Aangezien hier geen tweede vlak is aangelegd staat dit echter niet vast. Door de relatief hoge dichtheid aan graven aan de oostzijde van werkput 2 en in werkput 5 lijkt het aannemelijk dat hier de begrenzing van het grafveld niet bereikt is. De hoeveelheid crematieresten per graf varieert van enkele grammen tot 575 gram. Duidelijk is dat in veel van de graven slechts een deel van het verbrande bot is aangetroffen. Delen van de graven zijn vermoedelijk door latere werkzaamheden verstoord en opgenomen in de bouwvoor. Het is echter de vraag hoeveel van het beschikbare verbrande bot daadwerkelijk in de graven werd bijgezet. De meeste graven (10) bevatten de resten van één individu. Vijf graven bevatten mogelijk de resten van twee individuen, maar zijn de aanwijzingen te vaag om hierover een duidelijke uitspraak te doen. In twee gevallen (de graven 4 en 9) staat vast dat het om twee individuen gaat. In beide graven zijn de resten aangetroffen van twee kinderen, respectievelijk van 0 tot 3 maanden en 6 tot 8 jaar en van 5 tot 6 maanden en 5 tot 6 jaar oud. Kinderen maken sowieso een groot deel uit van de populatie van het grafveld: zeven individuen waren jonger dan 12 jaar. Eén individu was tussen 13 en 19 jaar oud. Van de volwassenen waren er negen tussen 20 en 40 jaar oud, slechts één individu was vermoedelijk ouder dan 40 jaar. Het vondstmateriaal dat in de graven is aangetroffen bestaat voornamelijk uit fragmenten van op de brandstapel meegegeven voorwerpen . In vier graven is er echter sprake van het plaatsen van complete, onverbrand aardewerk in het graf, samen met de crematieresten. In deze graven zijn steeds drie stuks aardewerk aangetroffen bestaande uit eet- en drinkgerei als borden, bekers en kruikjes. Ook bij het overige aardewerk, vermoedelijk wel meegegeven op de brandstapel, is steeds sprake van aardewerk dat verband houdt met het nuttigen of bereiden van drank en voedsel. In dit verband moet het dierlijk bot genoemd worden dat in 4 tot 11 van de graven is aangetroffen. In twee gevallen kon dit bot nader gedetermineerd worden als vogel. Het is mogelijk dat het bot afkomstig is van voedsel dat meegegeven is in het graf. Ondanks het feit dat compleet aardewerk is meegegeven in de graven, is dit aardewerk nooit gebruikt om de crematieresten in te verzamelen. Hiervoor lijkt in de meeste gevallen een container van organisch en vergankelijk materiaal te zijn gebruikt. Naast aardewerk is slechts in beperkte mate ander vondstmateriaal in de graven aangetroffen. In zes graven is metaal aangetroffen. In vier gevallen gaat het om ijzeren nagels, splitpennen of plaatjes. Onduidelijk is waar deze voorwerpen toe gediend hebben, mogelijk waren zij onderdeel van kleine houten voorwerpen of meubelstukken. Een andere mogelijkheid is dat er sloophout is gebruikt voor de brandstapel zoals bij andere onderzoeken ook is geconstateerd. Eén graf leverde een bronzen munt op, een as. Deze munt zou kunnen wijzenop een zekere mate van romanisatie, aangezien munten in het Romeinse rijk werden meegeven aan de overledenen als betaling voor de overtocht naar het hiernamaals. Graf 4 was verreweg het rijkst, zowel wat betreft het meegegeven aardewerk, twee kruikjes, een bord en een pot, als wat betreft de metalen voorwerpen. Dit graf bevatte namelijk in totaal drie fibulae, waarvan twee vermoedelijk oorspronkelijk verbonden door een kettinkje. Bij de aanleg van werkput 2 is verder nog een fragment van een bronzen umbo aangetroffen. Deze kan weliswaar niet aan een specifiek graf worden toegeschreven, maar aangenomen mag worden dat, gezien het feit dat deze deels gesmolten is, de umbo is meegegeven op een brandstapel. Binnen het grafveld zijn zes randstructuren aangetroffen. Hoogstwaarschijnlijk is dit echter slechts een deel van de op het grafveld aanwezige grafstructuren, aangezien deze pas zichtbaar werden op het tweede vlak en er slechts een beperkt deel van het onderzoeksterrein onderzocht kon worden middels een tweede vlak. Aan drie van de randstructuren kon een bijzetting toegeschreven worden. Er zijn drie vierkante en drie ronde randstructuren aangetroffen. Daar waar graven zijn aangetroffen lagen deze steeds in het midden, of iets naast het midden, van de randstructuur. De afmetingen van de randstructuren varieerden aanzienlijk. Twee randstructuren waren maximaal 4 tot 5 m groot, twee tussen 7 en 8 m, en twee tussen 10 en 11 m. Er kan geen verband worden aangetoond tussen de aanwezigheid van en/of de grootte van een grafstructuur enerzijds en de aard van de bijzetting anderzijds. Dit is mede een gevolge van de kleine hoeveelheid graven en grafstructuren. Twee van de randstructuren hadden een kleine opening aan de noordwestzijde, een fenomeen dat vrij gebruikelijk is bij graven uit de Romeinse tijd. Bij de verspreiding van de graven valt op dat er graven zijn die zo dicht bij elkaar liggen dat het uitgesloten kan worden dat elke grafkuil vergezeld ging van een eigen randstructuur. Wel is het mogelijk dat één grafstructuur meerdere graven omvatte. Uit een vergelijking van het grafveld Maurik Buitenweg met andere grafvelden uit de regio blijkt dat het grafveld in vele opzichten representatief is voor grafvelden uit de 1e en 2e eeuw na Christus in het rivierengebied. Zowel wat opbouw van de populatie als begrafenisritueel en bijgaven betreft zijn de verschillen tussen de verschillende grafvelden klein. Op drie punten wijkt het grafveld van Maurik af. Ten eerste zijn daar de twee dubbelgraven waarin steeds twee kinderen zijn bijgezet. Elders worden dubbelgraven steeds ingenomen door een volwassene en een kind of, in een enkel geval, door twee volwassenen. Ten tweede is binnen het grafveld een hond begraven. Hoewel dierbegravingen binnen grafvelden niet ongewoon zijn, betreft het meestal paarden of, zoals in Tiel, een rund. Begravingen van honden komen in de Romeinse tijd wel in nederzettingscontext voor. Hiervan wordt vermoed dat zij een rituele rol speelden. Ten slotte is de vondst van een umbo opmerkelijk. Verondersteld kan worden dat deze afkomstig is uit het graf of de brandstapel van een veteraan uit het Romeinse leger. Door het ontbreken van een duidelijke context (i.e. een graf) kan dit echter niet nader onderbouwd worden.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务