Neptunusstraat 90-94, Scheveningen, gemeente Den Haag. Bureauonderzoek Archeologische Waarden en Inventariserend Veldonderzoek-Overig
收藏DataCite Commons2025-02-11 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/7SL9YM
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Aan de Neptunusstraat 90-94 in de gemeente Den Haag (stadsdeel Scheveningen) staat cultuur- en natuurhistorisch museum Muzee. Momenteel zijn hier voorbereidingen gaande voor het ontwerp van de renovatie van het museum. Het specifieke verzoek van de opdrachtgever is een archeologische inventarisatie voor het gehele perceel, waarmee bij de keuze voor renovatieplannen rekening kan worden gehouden. Om inzicht te krijgen in de consequenties voor de eventuele archeologische waarden in het gebied, is een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek (BO) en een inventariserend veldonderzoek - overig (IVO-O boringen) uitgevoerd. Uit dit bureauonderzoek blijkt dat, ondanks meerdere ingrepen tot 1 m onder maaiveld (circa 2,3 m + NAP), waaronder de bouw van een school, bijgebouwen en de aanleg van kabels en leidingen, eventuele archeologische verwachtingsniveaus in de ondergrond intact kunnen zijn. Een boring op 40 m afstand van het plangebied toonde een humeuze bodem aan op een diepte van circa 1,4 m + NAP. Hiermee blijft er een verwachting binnen het plangebied (afgezien van de locatie van een kleine kelder) op archeologische resten uit de ijzertijd, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen. In de late middeleeuwen-nieuwe tijd is mogelijk stadsafval gebruikt om de grond te bemesten. Tijdens het verkennend booronderzoek (IVO-O) is deze gespecificeerde archeologische verwachting getoetst. Daartoe zijn vijf boringen uitgevoerd, waarvan die op het binnenterrein de meeste informatie hebben opgeleverd. In de boringen langs de rand van de binnenplaats en in het noordelijk deel van het plangebied, is de bovenste meter onder maaiveld geroerd. Uit de boringen die ook dieper konden worden gezet, is duidelijk geworden dat de opbouw van de ondergrond verder volledig bestaat uit duinzand, behorend tot de Jonge Duinen (Laag van Den Haag) en de Oude Duinen (Laag van Voorburg). Op een diepte van 2,1 m + NAP (circa 1,3 m onder maaiveld) bevindt zich een bodem van circa 30 cm dikte die de overgang tussen deze lagen markeert. Resten van houtskool, visenbot, geglazuurd aardewerk en fragmenten baksteenpuin tonen aan dat deze bodem is verrijkt met stadsafval, zoals verwacht uit het bureauonderzoek. Echter, de bodem wordt afgedekt door stuifzand behorend tot de Laag van Den Haag. Dit maakt het onwaarschijnlijk dat de genoemde resten pas in de nieuwe tijd in de bodem terecht zijn gekomen, maar des te waarschijnlijker al aan het begin van de vorming van de Jonge Duinen, ergens in de 15de of mogelijk al 14de eeuw. In de Laag van Den Haag erbovenop zijn ook nog andere, maar dunnere en minder vondstrijke bodems aangetroffen. Geadviseerd wordt om bij toekomstige ontwikkelingen rekening te houden met deze archeologische lagen. Gezien de verstoring van de opbouw van de ondergrond tot minstens 1 m onder maaiveld, zal tot deze diepte geen archeologisch vervolgonderzoek nodig zijn. Bij ontwikkelingen en grondroerende werkzaamheden die dieper reiken, wordt een mogelijk middeleeuws akkercomplex aangetast. Om hiervan de aard, omvang en behoudenswaardigheid vast te stellen, is het van belang dat een archeologisch proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-02-11



