Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zandstraat achter nr. 9 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel (NB) Laagland Archeologie heeft in november 2023 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Zandstraat achter nr. 9 te Gemert. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van bedrijfsgebouwen met bedrijfsunits.
收藏DANS Data Station Archaeology2025-08-20 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/K0WQT2
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in november 2023 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Zandstraat achter nr. 9 te Gemert. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van bedrijfsgebouwen met bedrijfsunits.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied geomorfologisch op een complex van dekzandwelvingen met in het noordelijke deel een dalvormige laagte. Er ligt binnen 100 m ten noordoosten een waterloop, die natuurlijk oogt, maar mogelijk deels gegraven is, omdat deze niet in een gekarteerde dalvormige laagte ligt. Bodemkundig ligt het plangebied in een zone met hoge zwarte enkeerdgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand. Onder het plaggendek zijn waarschijnlijk beekeerdgronden of veldpodzolgronden te verwachten.<br>In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit Mesolithicum en de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd bekend.<br>In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als bouwland. Uit oude kaarten blijkt dat rekening is te houden met bodemverstoring als gevolg van bebouwing vanaf 1963. Het plangebied lijkt niet ontgrond te zijn geweest.<br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat een algemeen onverstoorde bodemopbouw is aangetroffen. In een aantal boringen is een AC-profiel aangetroffen, terwijl in net iets minder als de helft ook nog een B- en/of BC-horizont is aangetroffen. De natuurlijke, intacte ondergrond is voornamelijk op ca. 40 cm -mv (ca. 16,18 - 16,42 m +NAP) aangetroffen onder een A-horizont. De archeologische verwachting dient te worden gehandhaafd voor het onderzochte deel van het plangebied. Verder zal de top van de natuurlijke ondergrond en daarmee samenhangend de top van het archeologische niveau heel waarschijnlijk vergraven worden.<br>Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems).<br>Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Omdat er mogelijk nog asbest aanwezig is op het onderzochte terreindeel en er vooral asbest achtergebleven kan zijn op enige diepte wordt geadviseerd om de mogelijkheid open te houden de uitvoering van dit proefsleuvenonderzoek in de variant ?archeologische begeleiding? uit te voeren.<br>Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Gemert-Bakel. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, Dhr. Sjoerd Beuger, gemeente Gemert-Bakel Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).</p>
提供机构:
Laagland Archeologie VOF
创建时间:
2025-01-01



