five

(22350.009) Eindrapportage archeologisch vooronderzoek Westelijke Ontsluiting (fase 2) in Wageningen

收藏
DataCite Commons2025-02-10 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/ZFB1D9
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied alleen nog een middelhoge trefkans/archeologische verwachting op het voorkomen van archeologische resten van jagers-verzamelaars en vroege-landbouwers (Steentijd resten, (Laat-)Paleolithicum t/m Neolithicum). Vanaf de Bronstijd geldt een lage trefkans/archeologische verwachting. Deze verwachting is met name gebaseerd op de landschappelijke ligging van het plangebied binnen de Gelderse Vallei en specifiek binnen een (ten dele verspoelde) dekzandvlakte. Enkele honderden meters ten oosten van het plangebied liggen gordeldekzanden, als overgangsgebied naar de Stuwwal van Ede-Wageningen en waarvan het maaiveld in oostelijke richting geleidelijk aan omhoog loopt. Voor de perioden Laat-Paleolithicum t/m Neolithicum (jagers-verzamelaars, vroege-landbouwers) zal het plangebied wellicht nog een voldoende geschikte (tijdelijke) nederzettingslocatie hebben gevormd, hoewel de voorkeur zal zijn uitgegaan naar de hogere delen van het gordeldekzandgebied ten oosten. Vanaf het Vroeg-Neolithicum ontstond er hoogveengroei in de Gelderse Vallei. Het hoogveen, dat zich ontwikkelde vanuit de dekzandvlaktes (depressies in het Pleistocene landschap), was zeer vochtig waardoor het gebied voor mensen onbewoonbaar en moeilijk begaanbaar was. Binnen het plangebied zelf heeft waarschijnlijk geen hoogveen gelegen, maar er zal vanaf in ieder geval de Bronstijd sprake zijn geweest van vrij natte/drassige condities. Voor landbouwers zal het plangebied dan ook minder geschikt zo niet ongeschikt zijn geweest als nederzettingslocatie. Reeds uitgevoerde archeologische onderzoeken hebben tot op heden alleen tijdens een oppervlaktekartering één of meerdere vuurstenen artefacten opgeleverd, op een locatie circa 500 meter ten noordwesten van het plangebied. Het navolgende proefputtenonderzoek op deze locatie liet zien dat de vuursteensite uit het Meso-/Neolithicum reeds verstoord is door agrarische activiteiten. Vrij recent uitgevoerd prospectief onderzoek aangrenzend ten noorden van het plangebied (voor fase 1 van de Westelijke Ontsluiting) heeft geresulteerd in het aantreffen van een diepgaand verstoorde bodemopbouw. Historisch kaartmateriaal laat verder zien dat het plangebied binnen een gebied van jonge ontginningen heeft gelegen. Er zijn geen aanwijzingen dat ter plaatse dan wel in de directe omgeving van het plangebied historische (boeren)erven hebben gelegen. Het gebruik/de inrichting als kruising en autoweg dateert vanaf de jaren ’70 van de 20e eeuw en waarschijnlijk hebben meerdere keren wegvernieuwing/-reconstructies plaatsgevonden. Gegevens vanuit het KLIC geven aan dat voor de aanleg van nutsvoorzieningen plaatselijk/voor tracés verstoringen/vergravingen moeten hebben plaatsgevonden tot 0,5-1 m -mv en mogelijk tot 2 m -mv (denk aan riolering, verbindingen tussen waterpartijen voor verdeling/afvoer van hemelwater).   Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) bevestigen de verwachting van reeds (waarschijnlijk grootschalig) uitgevoerde bodemverstorende ingrepen/vergravingen, zowel binnen de met asfaltverharde weggedeelten als in de aangrenzende bermen/groenstroken. Verstoringen reiken tot een variërende diepte van minimaal 115 en maximaal 190 cm -mv, gemiddeld tot 150 cm -mv. Onder het verstoringsniveau vindt direct de overgang plaats naar de C-horizont en zijn restanten van het oorspronkelijke/van nature gevormde bodemprofiel niet waargenomen. De C-horizont betreft direct sneeuwsmelt- dan wel ijssmeltwaterafzettingen. Mocht er sprake zijn geweest van een afdekkende laag van (ten dele verspoelde) dekzandafzettingen (welke op basis van het bureauonderzoek werden verwacht in de oorspronkelijke bodemopbouw), dan is deze reeds volledig vergraven (naar alle waarschijnlijkheid ten gevolge van wegaanleg/wegreconstructies en aanleg van reeds aanwezige nutsvoorzieningen). Conclusie Geconcludeerd wordt dat binnen het gehele onderzochte plangebied (merendeel van een wegkruising met aangrenzende bermen/groenstroken) reeds grootschalige en diepgaande recente bodemingrepen hebben plaatsgevonden en dat hierdoor het archeologisch niveau (potentiële vondstniveau én sporenvlak) volledig is aangetast. Restanten van het van nature gevormde bodemprofiel/de oorspronkelijke bodemopbouw (op basis van het eerder uitgevoerde bureauonderzoek meest waarschijnlijk een beekeerdgrond) zijn in géén van de boringen aangetroffen. Voor de plangebied is dan ook geen sprake meer van een archeologische verwachting. Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om geen vervolgonderzoek te laten uitoeren. Voor het plangebied geldt dat de natuurlijke bodemopbouw verstoord is tot (ver) in de oorspronkelijke top van het oorspronkelijk moedermateriaal. De geplande bodemverstorende ingrepen zullen niet resulteren in verstoringen van archeologische waarden, aangezien deze in situ niet meer worden verwacht. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Het is verder raadzaam om ook de gemeente Wageningen op de hoogte te stellen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-02-05
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务