Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Molenstraat 157 A te Soest, gemeente Soest
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zjt-z9aj
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving te Arnhem een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied aan de Molenstraat 157 A te Soest (zie Afbeelding 1, bijlage 1). Het plangebied wordt begrensd door de (woon)kavels aan de Nieuweweg in het westen, Molenstraat 157 in het noorden en een volkstuincomplex aan de noordoost- en zuidzijde. Direct zuidelijk grenst de Soester Eng aan het plangebied. Hier bevindt zich een grafheuvel uit de periode Mesolithicum/Midden Bronstijd.Het plangebied is in de huidige situatie in gebruik als gemeentewerf en heeft een oppervlakte van circa 1,35 hectare. De gemeente is voornemens om de locatie te (laten) herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. De precieze invulling daarvan is nog niet bekend. De bestaande gemeentewerf kan eventueel ook in kleinere vorm behouden blijven. Alvorens het initiatief verder uit te werken, wil de gemeente graag eerst inzicht hebben in de relevante haalbaarheidsaspecten. De uitkomsten van de onderzoeken kunnen als randvoorwaarden dienen bij de verdere uitwerking van het initiatief.De nieuwe woningbouwontwikkeling zorgt voor een nieuwe bodemverstoring die bij het opstellen van dit onderzoek dus nog niet bij de opdrachtgever bekend is. De archeologie zal mede bepalend zijn voor de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Soest ligt het plangebied in een zone met een hoge verwachting voor zowel jagers-verzamelaars als landbouwers (AWG 2 en AWV1). Vanwege de ligging in twee categorieën, geldt de hoogste gemeentelijke eis. Deze is om bij bodemingrepen dieper dan 30 cm-mv en groter dan 50 m², voorafgaand aan de ruimtelijke planvorming, een archeologisch onderzoek plaats te laten vinden. Dit onderzoek dient conform de AMZ-cyclus te worden uitgevoerd. Vanwege de overschrijding van de vrijstellingsgrens is door Hamaland Advies een KNA conform bureauonderzoek uitgevoerd waarbij een gespecificeerd archeologische verwachtingsmodel is opgesteld en advies voor vervolgonderzoek is geformuleerd. Het verwachtingsmodel is getoetst met behulp van inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Het bevoegd gezag, de Gemeente Soest en haar adviseur bij het Centrum voor Archeologie (CAR) dienen de resultaten van dit onderzoek te toetsen.ConclusieHet bureauonderzoek toont aan dat het plangebied een hoge verwachting heeft op archeologische resten vanaf het Mesolithicum tot de Nieuwe Tijd en een lage verwachting voor de periode Paleolithicum en de Tweede Wereldoorlog. Het plangebied ligt in het dekzandlandschap op de overgang naar het stuwwallenlandschap in een voormalig heideveld. Vanaf 1826 heeft het plangebied incidentele bebouwing gekend in een voornamelijk agrarisch gebied. Eind 20e eeuw is het plangebied als kwekerij in gebruik geweest en later als gemeentelijke Milieustraat.Archeologische resten vanaf het Mesolithicum tot de Nieuwe Tijd worden verwacht vanaf het maaiveld tot ongeveer 1,40 m-mv in het fijne zand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk. Vindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum kunnen theoretisch gezien verwacht worden in de grove grindige zanden van de Formatie van Drenthe vanaf een diepte van 1,40 m-mv. Echter, vondsten uit deze periode worden vrijwel uitsluitend bij grootschalig grondverzet zoals ontzandingen aangetroffen. Dergelijk grootschalig grondverzet is hier niet gepland, waardoor de trefkans op resten uit deze periode nihil is. Door wind en water kunnen vindplaatsen vanaf 10.000 jaar geleden, verstoven, overstoven, bedekt of weggespoeld zijn. De bodem is verstoord door ruimtelijke ontwikkelingen vanaf omstreeks 1826, maar de diepte van deze verstoring is onbekend.De archeologische niveaus bestaan meestal uit een vermenging van onder meer kleine fragmenten aardewerk, houtskool en bot met het oorspronkelijke substraat. De meeste typen archeologische resten (bot, houtskool, aardwerk, metaal) zullen door de droge en zuurstofrijke condities slecht zijn geconserveerd. Tevens kunnen aan oude wegen gerelateerde sporen en vondsten worden aangetroffen (karresporen, munten en andere ‘verloren voorwerpen’). De nieuwe ontwikkeling geeft een verstoring die nog onbekend is, maar reikt dieper dan de onderzoeksgrens van 0,30m-mv, zodat potentieel aanwezige archeologische niveaus verstoord kunnen worden en veldonderzoek noodzakelijk is. De onderzoeksstrategie is verwoord in het Plan van Aanpak dat op 1-2-2017 geaccordeerd is door CAR.Uit de resultaten van het verkennend booronderzoek kan opgemaakt worden dat de bodem in grote delen van het plangebied verstoord is tot in de C-horizont. Alleen in boring 5 en boring 7 is een goed ontwikkelde B-horizont aangetroffen, terwijl in boring 8 een restant van de B-horizont is aangetroffen. Hier is sprake van een moderpodzol. In de rest van het plangebied varieert de verstoringsdiepte van de bodem van 50 cm-mv (boring 4) tot meer dan 220 cm-mv (boring 6). Gemiddeld is de bodem tot een diepte van ca. 90 cm-mv tot 100 cm-mv verstoord. Gedurende het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Wel is in boring 1, 5 en 7 een oude akkerlaag aangetroffen.SelectieadviesHamaland Advies adviseert om in het onderzoeksgebied geen vervolgonderzoek uit te laten voeren. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat in grote delen van het plangebied de bodem tot in de Chorizont verstoord is. Van de oorspronkelijke top van de C-horizont is in de meeste gevallen circa 20cm verdwenen, waarmee ook oppervlakkige spoor- en vondstniveaus verdwenen zijn. Indien aanwezig, dan zullen alleen diepe sporen bewaard gebleven zijn, zoals waterputten, standgreppels, etc. Daarnaast is archeologische booronderzoek niet geschikt voor het opsporen van kleinschalige vindplaatsen zoals grafstructuren, veldovens en meiers. In slechts twee van de negen boringen is een duidelijk intacte bodem aangetroffen. Deze intacte bodems liggen in de randzone van het plangebied waar minder bodemverstorende activiteiten hebben plaatsgevonden. Onze verwachting is dat indien in deze intacte bodems nog een archeologische vindplaats aanwezig is, deze zich voornamelijk buiten het plangebied zal bevinden. Hamaland Advies ziet dan ook geen belemmeringen om het plangebied vrij te geven voor toekomstige bouwwerkzaamheden. Op 12 mei 2017 is het conceptrapport namens het bevoegd gezag beoordeeld door drs. M. Verhamme, adviseur voor de gemeente Soest bij het CAR. Het rapport is akkoord bevonden behoudens enkele opmerkingen die in deze definitieve versie zijn opgenomen. Tevens is nog geen selectiebesluit vastgesteld voor het plangebied.VoorbehoudBovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (Gemeente Soest) en diens archeologisch adviseur (CAR). Het oordeel van het bevoegd gezag kan afwijken van de door Hamaland Advies aangereikte adviezen.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort en de archeologisch adviseur van de gemeente Soest (CAR).
创建时间:
2024-01-31



