five

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Molenstraat (ong.) te Boven-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal (GD) Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Molenstraat (ong.) te Boven-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, Gelderland

收藏
DANS Data Station Archaeology2023-06-07 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z7K-ZA3T
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in september 2021 een Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Molenstraat (ong.) te Boven-Leeuwen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van nieuwe woningen.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform het protocol SIKB KNA 4003.<br>Eerder is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis daarvan is de archeologische verwachting hoog voor archeologische resten uit de periode IJzertijd tot Vroege Middeleeuwen. Omdat het terrein ten noorden bestaande uit een Holoceen rivierduin na die periode mogelijk gunstiger was voor bewoning is de archeologische verwachting voor de periode Volle Middeleeuwen tot Nieuwe tijd eerder matig.<br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>De onverstoorde natuurlijke afzettingen beginnen op 20 à 30 cm -mv (tot 5,08 à 5,33 m +NAP), direct onder de bouwvoor. Er is een laklaag op respectievelijk 50 en 60 cm -mv (4,98 à 5,02 m +NAP) aangetroffen in boring 2 en 4 met daarin wat houtskoolresten als archeologische indicator. De archeologische verwachting blijft hoog voor een deel van het terrein.</p><p>In wezen wordt de maximale diepte waarbinnen archeologische niveaus te verwachten zijn, afgezien van de Pleistocene ondergrond die van weinig praktische relevantie is, bepaald door de diepte waarop de crevasseafzettingen en/of de diepte waarop de komafzettingen beginnen. De crevasseafzettingen wijzen op een dynamisch en actief afzettingsmilieu dat daardoor ongunstig was voor bewoning. De archeologische verwachting is laag vanaf het niveau van deze sterk zandige kleiafzettingen. De komafzettingen representeren een landschapseenheid die weinig geschikt was voor bewoning omdat het daarvoor te nat was. In de meeste gevallen zijn vanaf 50 à 110 cm -mv (4,38 à 5,00 m +NAP) crevasseafzettingen uit een te dynamisch afzettingsmilieu aanwezig. De komafzettingen zijn op 150 à 180 cm -mv (3,68 à 4,02 m +NAP) aangetroffen.</p><p>Overal waar de crevasseafzettingen (te) hoog in het profiel aanwezig zijn ontbreekt de laklaag waarin archeologische indicatoren zijn aangetroffen. Daar waar de crevasseafzettingen zich te hoog in het profiel bevinden is de verwachting laag voor vindplaatsen vanaf de Late IJzertijd tot Late Middeleeuwen (zie Bijlage 7). Waar de crevasseafzettingen op grotere diepte zijn aangetroffen of afwezig zijn, zijn oeverafzettingen aanwezig van enige dikte, waarin meestal een laklaag is aangetroffen. Er zijn zo drie zones aan te wijzen, waarvan in twee een laklaag met archeologische indicatoren is aangetroffen. Binnen deze twee zones is het zeer waarschijnlijk dat er een vindplaats aanwezig is. Vanuit de archeologisch adviseur namens de gemeente is opgemerkt dat met een verdichting van het grid een eventuele vindplaats eenvoudig is op te sporen. De uitvoerder was op het moment van uitvoering ervan overtuigd dat afdoende was aangetoond dat er naar alle waarschijnlijkheid een vindplaats aanwezig is. De te verwachten vindplaatsen moeten ergens in de Late IJzertijd tot Vroege Middeleeuwen dateren, waarvan het complextype momenteel onbekend is. De archeologische verwachting vanaf de Volle Middeleeuwen is matig voor het gehele plangebied. De totale oppervlakte waarbinnen vindplaatsen uit de periode Late IJzertijd tot Vroege Middeleeuwen te verwachten zijn heeft een grootteorde van in totaal 1740 m2 (zie Bijlage 7).</p><p>Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems) binnen de drie zones met een hoge archeologische verwachting en/of waar een vindplaats waarschijnlijk is (Bijlage 7), indien hier bodemverstorende werkzaamheden plaatsvinden. Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).<br>De beoordeling van dit advies is in handen van de gemeente West Maas en Waal, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer René Isarin, Crevasse Advies.</p>
提供机构:
Laagland Archeologie VOF
创建时间:
2023-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务