five

(26529.001) Eindrapportage archeologisch vooronderzoek Den Sliem 8 in Groenlo

收藏
DataCite Commons2025-02-13 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/VNJPKH
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden vanaf het (Laat-)Paleolithicum t/m de Romeinse tijd. Het plangebied heeft namelijk oorspronkelijk een specifieke ligging gehad binnen een gebied van dekzandwelvingen en met in de nabijheid van de oude loop van het beekdal/lokale rivierdal van de Groenlosche Slinge. Wellicht dat de dekzandwelvingen door jagers en verzamelaars gezien werden als voldoende geschikt voor het ontplooien van tijdelijke bewoningsactiviteiten, maar waarschijnlijk was op en langs de flanken van hoger gelegen dekzandruggen/-koppen (waar meer duidelijk sprake is van een gradiëntzone) langs het oorspronkelijke dal van de Groenlosche Slinge, sprake van betere bewoningscondities. Wellicht had het plangebied ook voldoende gunstige bodemkundige eigenschappen voor de prehistorische landbouw, echter ook hier geldt dat deze meest gunstig waren ter plaatse van de hoger gelegen dekzandruggen/-koppen. Archeologische vindplaatsen binnen het onderzoeksgebied (en daar waar het tracé van de N18 is aangelegd) zijn ook tijdens een opgraving aangetroffen op een hoger element in het landschap (dekzandrug/-kop), direct langs de beekloop van de Groenlosche Slinge. Binnen lager gelegen landschapselementen waar de huidige N18 loopt, hebben archeologische begeleidingen van graafwerkzaamheden geen vindplaatsen opgeleverd. Gedetailleerd historisch kaartmateriaal laat verder zien dat aan het het begin van de 19e eeuw het plangebied ten noorden van de loop van de Groenlosche Slinge lag en in agrarisch gebruik was. Het (boeren)erf Bruggeweerd, als historisch erf, lag niet ver ten noorden/noordwesten van het plangebied, echter wel aan de overzijde van een zandweg. Daarom wordt het minder waarschijnlijk geacht dat binnen de begrenzing van het plangebied structuren/sporen/resten voorkomen gerelateerd aan dit historisch erf, ondanks de ligging van het plangebied binnen de 50 meter attentiezone op de (geactualiseerde) archeologische beleidskaart van de gemeente Oost Gelre. Daarom heeft het plangebied een middelhoge verwachting voor de periode Middeleeuwen en een lage verwachting voor de periode Nieuwe tijd. Verder bevindt het plangebied zich in het zuidoostelijke deel van het bedrijventerrein Laarberg. Het is zeer waarschijnlijk dat ten behoeve van het bouwrijp maken van het bedrijventerrein ontgravingen van de oorspronkelijke humeuze bovengrond heeft plaatsgevonden (bouwen op humeuze grond is niet bevorderlijk), en daarmee verstoring van het oorspronkelijke/van nature gevormde bodemprofiel. Tevens is een groot deel van het plangebied bebouwd met een gedeelte van een fabrieksgebouw. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, gecombineerd verkennende en karterende fase) bevestigen de verwachting dat er al bodemverstorende ingrepen binnen het plangebied zijn uitgevoerd. Er is sprake van een aanzienlijk dik pakket cunet-/stabilisatiezand en gevlekte/geroerde lagen grond tot minimaal 145 en maximaal 195 cm -mv. De onverstoorde bodem betreft direct het oorspronkelijk moedermateriaal, met nog een restant van het pakket dekzandafzettingen tot circa 200 -mv, gevolgd door fluvioperiglaciale afzettingen/sneeuwsmeltwaterafzettingen. In géén van de boringen zijn restanten waargenomen van het oorspronkelijke/van nature gevormde bodemprofiel. Op grond van de gezette boringen is binnen het gehele plangebied het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau volledig verstoord/vergraven. Er zijn verder ook geen archeologische indicatoren aangetroffen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek geen aanwijzing zijn om restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een middelhoge verwachting gold voor de perioden (Laat)-Paleolithicum t/m Middeleeuwen en een lage verwachting voor de periode Nieuwe tijd, dient bijgesteld te worden naar geen verwachting. Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er is sprake van een diep verstoorde/vergraven bodemopbouw, waardoor archeologische resten niet meer in situ worden verwacht (archeologisch potentiële sporen-/vondstniveau is volledig verstoord/vergraven). Daarnaast zijn er geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen tijdens het onderzoek. Een archeologische vindplaats wordt niet meer verwacht binnen het plangebied. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Het is raadzaam om ook de bevoegde overheid (gemeente Oost Gelre) op de hoogte te stellen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-02-11
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务