Ganzenwei en Kloosterwei, Warmond Gemeente Teylingen
收藏DANS Data Station Archaeology2014-08-20 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZNA-R5ZK
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Aannemingsmaatschappij Van Gelder b.v. heeft IDDS Archeologie in juli 2014 een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Ganzenwei en Kloosterwei in Warmond, gemeente Teylingen. Aan de hand van een bureauonderzoek (Moerman 2013) is geconstateerd dat in het plangebied een hoge verwachting geldt voor archeologische resten vanaf de Vroege Middeleeuwen. Het is echter niet bekend of het plangebied of delen er van zijn verstoord in het kader van de bollenteelt. Er werd geadviseerd om de bodem zo min mogelijk te verstoren, bijvoorbeeld door de nieuwe leidingen aan te leggen in bestaande leidingsleuven. Indien dit niet mogelijk bleek, werd vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek kan in eerste instantie het beste bestaan uit een archeologisch booronderzoek dat gericht is op het bepalen van de intactheid van de bodemopbouw in het plangebied. Het booronderzoek dient plaats te vinden binnen de grenzen van het toekomstig leidingtracé. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde verwachting. In het plangebied zijn 25 boringen gezet met een diepte tussen 2,0 m en 4,0 m beneden het maaiveld. Deze boringen zijn verdeeld over de openbare delen van zowel de Ganzenwei als de Kloosterwei. De boringen zijn gezet in delen van het openbare gebied waarvan bekend is dat er nog geen leidingen voorkomen. Zoals uit het bureauonderzoek al bleek, ligt het plangebied op de overgang van een strandwal in het zuidoosten en een strandvlakte in het noordwesten. De strandwal is duidelijk te herkennen in de boringen omdat de top van het strandwalzand humeus is en dit gebied minder is opgehoogd omdat er geen inklinking voorkwam. De strandvlakte is te herkennen aan het voorkomen van veenlagen en dunne kleilagen op het zand in de ondergrond. Niet in alle boringen is veen aangetroffen en aangenomen wordt dat dit veroorzaakt is door het voorbelasten van het terrein, waarbij de bodem zo diep is ingeklonken dat de ophooglaag een dikte heeft van meer dan de boordiepte (2,0 tot 2,5 m). Direct ten noordwesten van het plangebied ligt het terrein van het kasteel van Dirk van Teylingen: Dirks Steenhuis. Uit boringen 1, 2 en 3 blijkt dat dit terrein zich mogelijk uitstrekte naar het zuidoosten. In boring 1 is mogelijk een deel van een gracht aangetroffen. Wat precies is aangetroffen bij boringen 2 en 3 is onduidelijk. Uit het booronderzoek blijkt dat eventuele archeologische resten die voor kunnen komen in de natuurlijke en onverstoorde bodem zullen liggen op een behoorlijke diepte van 0,9 tot 1,7 m onder maaiveld of zelfs nog dieper. De geplande ingrepen bij de herinrichting van de openbare ruimte zullen over het algemeen niet reiken tot deze diepten. Op twee locaties, namelijk in de zone rondom boring 1 en de zone rondom boring 13, zullen rioleringen worden gegraven tot onder de daar vastgestelde diepte van de verstoorde bodem. Op deze locaties zal archeologisch vervolgonderzoek daarom noodzakelijk zijn. Dit vervolgonderzoek kan gezien de beperkte omvang van de rioleringssleuven en de ligging er van in de openbare weg het beste bestaan uit een archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden.</p>
提供机构:
IDDS Archeologie
创建时间:
2014-08-21



