Ecoduct N226 - Maarsbergen
收藏DANS Data Station Archaeology2018-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XH5-89MV
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de Provincie Utrecht heeft Archol een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd naar twee percelen langs de Woudenbergseweg (N226), te Maarsbergen. Aanleiding voor het onderzoek is de geplande aanleg van een ecoduct over de N226. Op de beleidsadvieskaart van de Gemeente Utrechtse Heuvelrug valt het plangebied binnen een zone een met hoge verwachting op archeologische resten. Conform bestemmingsplan OMMA Buitengebied 2016 geldt dat een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd.</p><p>Doel van het onderzoek is vast te stellen of de werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden. Het bureauonderzoek is erop gericht een specifiek verwachtingsmodel voor het terrein op te stellen met de bekende en verwachte archeologische waarden. Doel van het booronderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van de paleolandschappelijke en bodemkundige opbouw van het plangebied. Daarnaast heeft het onderzoek ten doel vast te stellen in hoeverre het bodemprofiel intact is en of eventuele bodemverstoringen aanwezig zijn, en de invloed hiervan op de archeologische verwachtingswaarde. Op basis hiervan volgt een advies over de noodzaak van vervolgonderzoek.</p><p>Tijdens het onderzoek zijn in totaal 18 boringen gezet binnen het plangebied, met een onderlinge afstand van ca. 50 m. Binnen het ruimtebeslag van het ecoduct inclusief de toeloop is bij benadering een 40x50 m grid gehanteerd. Langs het te verdiepen weggedeelte (lengte 300 m) zijn aan beide zijden om de 50 m verkennende boringen geplaatst. De boringen zijn tot uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. Deze methode is geschikt voor het in kaart brengen van de verwachte geologische afzettingen en het vaststellen van eventuele verstoringen.</p><p>Tijdens het booronderzoek is gebleken dat in zone A (langs de provinciale weg) de oorspronkelijke bodemprofielen niet meer bewaard zijn gebleven en alleen geroerde lagen aanwezig zijn direct op de C-horizont. In zone B (toeloop in het noordoosten) en C (toeloop in het zuidwesten) zijn nog wel restanten van podzolprofielen aangetroffen. Tevens is vastgesteld dat in zone C een dikke akker- of eerdlaag aanwezig is.</p><p>Met betrekking tot mogelijke aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden door de werkzaamheden betekent dit het volgende: - Voor zone A geldt dat de maximale verstoringdiepte ca. 1,35 m –Mv bedraagt. Eventueel aanwezige archeologische resten worden hier verwacht vanaf 0,6 m –Mv. De bodemingrepen zorgen hier dus voor mogelijke aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden. De daadwerkelijke verstoringsdiepte varieert van 0 tot 1,35 m –Mv richting het ecoduct en heeft alleen impact op eventueel aanwezige resten waar de ontgraving ook daadwerkelijk beneden 0.6 m –Mv komt. - Voor zone B geldt dat archeologische resten kunnen worden aangetroffen vanaf 0,2 m –Mv en dat de bodemingrepen tot ca. 0,3 m –Mv gaan. Ook hier zorgen de bodemingrepen dus mogelijk voor aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden. Daarbij moet opgemaakt worden dat alleen in boring 13 het potentieel archeologisch niveau zich op 0,2 m –Mv bevindt en dat bij de overige boringen het niveau overal dieper dan 0,3 m –Mv is aangetroffen. - Voor zone C geldt dat potentieel aanwezige resten zich vanaf 0,5 m –Mv bevinden en de bodemingreep maximaal 0,3 m –Mv bedraagt. Hier vormen de bodemingrepen dus geen bedreigen voor eventueel aanwezige archeologische waarden. </p><p>Indien planaanpassing niet mogelijk is wordt geadviseerd te onderzoeken of daadwerkelijk archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn. Omdat er geen vondstlaag aanwezig is, is karterende booronderzoek hier geen zinvolle methode. Daarom wordt geadviseerd een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Binnen zone A is de praktische uitvoering van een proefsleuvenonderzoek door de aanwezige infrastructuur lastig. Een optie is om een dergelijk onderzoek hier in te passen in de civieltechnische werkzaamheden. Een alternatief is om aan de westzijde van de N226, in een 5 m brede strook tussen de rand van de weg en het tracé van een hier gelegen gasleiding, een 2 m brede proefsleuf aan te leggen.</p>
提供机构:
Archol bv
创建时间:
2018-01-01



