five

Inventariserend veldonderzoek (IVO-O) Waterstofnetwerk Noord-Nederland Emmen, Siepeldijk-Emmen Gemeente Emmen (DR)

收藏
DataCite Commons2025-04-07 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/DAHY08
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
De natuurlijke ondergrond in het plangebied bestaat uit keileem met daarop dekzand soms afgedekt door een restant veen of vergraven dekzand en/of bouwvoor. Op grote delen binnen het plangebied is nog een (deels) intacte podzolbodem waargenomen in het dekzand. In het noordoostelijk deel van het plangebied ligt eveneens dekzand op keileem afgedekt door veen. De veenlaag is hier 0,5 tot 2 m dik. In het noordelijk deel is in het dekzand geen podzolbodem waargenomen. Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren en/of Indicaties voor de aanwezigheid van bewoning aangetroffen in het plangebied. De aanwezigheid van een (deels) intacte podzolbodem op de flanken van ijsstroomruggen in combinatie met de in eerder uitgevoerde onderzoeken aangetroffen vondsten, binnen het onderzoeksgebied, wijzen echter wel op een gebied waarbinnen deze resten kunnen worden aangetroffen. Deze gronden vormden aantrekkelijke locaties voor jager-verzamelaars (kortstondig) en de vroege boeren (sedentair). Eventuele archeologische resten worden dan ook verwacht binnen de ontgravingsdiepte van het tracé, daar waar een (deels) intacte bodem is waargenomen (bijlage 5). Indien hier archeologische resten voorkomen dan kunnen deze verstoord raken door de plannen. De verwachting blijft op deze locaties hoog- tot middelhoog voor (kortstondige) prehistorische bewoning (steentijd-bronstijd, mogelijk ook nog ijzertijd) De verwachting is naar laag bijgesteld voor het noordoostelijk deel van het plangebied voor resten van (kortstondige) prehistorische bewoning (steentijd-bronstijd, mogelijk ook nog ijzertijd). Hier worden geen archeologische resten meer verwacht voor hierboven genoemde perioden. Hier is geen (deels) intacte podzolbodem waargenomen. Voor het aantreffen van landcultivatie (sloten, greppels), infrastructuur en bebouwing is het verkennend booronderzoek niet geschikt. Deze kunnen alleen worden aangetroffen door middel van systematisch opsporen. Indien deze resten aanwezig zijn kunnen deze verstoord raken door de plannen. De verwachting blijft dan ook ongewijzigd ten opzichte van het bureauonderzoek. Op de locaties waar alleen een C-horizont is waargenomen is geen vervolgonderzoek nodig. Het betreft de delen waar alleen veen op dekzand zonder een podzolbodem is waargenomen. De verwachting op het aantreffen van archeologische resten is hier laag. Op de 6 kansrijke locaties (1, 3 t/m 7) kunnen intacte archeologische vindplaatsen aanwezig zijn (bijlage 5). Geadviseerd wordt op deze locaties een inventariserend veldonderzoek, karterende fase uit te voeren met een Edelmanboor van 15 cm in een boorgrid van 13 x 15 m. De relevant opgeboorde lagen dienen vervolgens gezeefd te worden over een zeef met een maaswijdte van 3 mm om eventueel aanwezige indicatoren op te sporen. In dit vervolgonderzoek ligt de nadruk op steentijdvindplaatsen. Bronstijd – ijzertijd vindplaatsen kunnen hiermee echter ook opgespoord worden. Indien tijdens het karterend booronderzoek archeologische artefacten worden aangetroffen dient het boorgrid verdicht te worden naar een 4x5 m boorgrid. Een andere optie is om direct over te stappen op het graven van proefsleuven. Ter hoogte van locatie 2 is in de directe nabijheid een vindplaats vastgesteld (bijlage 6). Deze vindplaats zal vermoedelijk doorlopen tot in onderhavig plangebied. Geadviseerd wordt deze locatie te behouden en hier geen openontgraving uit te voeren. Ten westen van de locatie wordt een gestuurde boring uitgevoerd. Geadviseerd wordt de gestuurde boring door te zetten tot buiten locatie 2. Indien dit niet mogelijk is wordt geadviseerd hier een waarderend booronderzoek in een 4x 5 m boorgrid of een proefsleuvenonderzoek uit te voeren om de omvang van de vindplaats binnen het plangebied vast te stellen (bijlage 5). Voor de jagers-verzamelaars-vindplaatsen geldt dat deze relatief klein zijn en zich kenmerken door een (oppervlakkige) spreiding van vuurstenen werktuigen en afval. Voor de vindplaatsen van (vroege) boeren moet naast de aanwezigheid van vuursteenstrooiïngen ook rekening worden gehouden met nederzetting-gerelateerde sporen zoals paalkuilen, afvalkuilen, greppels en graven en daaraan gerelateerd vondstmateriaal Resten van landcultivatie (sloten, greppels), infrastructuur en bebouwing worden op basis van het bureauonderzoek in het gehele plangebied verwacht. Deze resten zijn tijdens het veldonderzoek niet waargenomen. De verwachting is op basis van het verkennend booronderzoek dan ook onbekend. Voor deze resten wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd aangezien ze beperkt kunnen voorkomen en slechts 100 tot 150 jaar oud zijn. Eventueel kan bij het uitgraven van het tracé een inspectie worden uitgevoerd om deze resten op te sporen en te documenteren.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-04-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务