Berkel-Enschot, Streepstraat. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven
收藏DANS Data Station Archaeology2013-10-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z45-V85F
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Op 2 en 3 mei 2013 is door BAAC bv een Inventariserend VeldOnderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd in het plangebied Streepstraat te Berkel-Enschot, gemeente Tilburg. Aanleiding voor dit onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van een woning en bedrijfspanden, waardoor eventueel in de bodem aanwezige archeologische resten vergraven dreigen te worden. Bureau- en booronderzoek had uitgewezen dat binnen het plangebied een hoge verwachting rust op archeologische resten uit het neolithicum tot en met de middeleeuwen. Deze verwachting is getoetst door het graven van zes proefsleuven en drie uitbreidingen hierop. De bodem in het plangebied wordt gekenmerkt door een 28 tot 40 cm dikke bouwvoor met bijmenging van fragmenten houtskool, aardewerk en plastic. Hieronder bevindt zich een 10 tot 35 cm dikke, zwak humeuze grijsbruine Aa1-horizont met bijmenging van houtskoolfragmenten en plaatselijk baksteenspikkels. Vaak is tussen de twee genoemde horizonten een menglaag (Aap/Aa1-horizont) waargenomen. Onder de Aa1-horizont bevindt zich een 10 cm dikke Aa2-horizont, met hieronder de oude bouwvoor (Apb-horizont). De overgang naar de onderliggende C-horizont was sterk gebioturbeerd en maakte daardoor over het algemeen een sterk vlekkerige indruk. De C-horizont bestond over het algemeen uit geelwit tot witgeel, sterk tot matig siltig zand met mangaanspikkels, dat (matig) goed gesorteerd was. Zowel in het uiterste noordoostelijke deel als in het zuidelijke deel van het plangebied werden in de C-horizont oxidatievlekken en ijzerconcreties aangetroffen. In totaal werden in de proefsleuven 67 antropogene sporen en 19 natuurlijke sporen blootgelegd. De archeologisch relevante antropogene sporen (paalkuilen, kuilen, greppels) concentreren zich met name op twee plaatsen in het plangebied: in sleuf 2 en in sleuf 5. Hier is sprake van sporen die behoren tot één of meerdere erven. In eerstgenoemde sleuf werd de aanwezigheid van een structuur vastgesteld, mogelijk een boerderijplattegrond, daterend uit de vroege middeleeuwen (structuur 1). Vergelijking met structuren die elders in de regio werden aangetroffen, geeft aan dat de vroegmiddeleeuwse datering waarschijnlijk is, maar dat structuur 1 wel groter is dan de vergeleken plattegronden. Een deel van de sporen van structuur 1 zouden echter ook een tweede structuur, een spieker, kunnen vormen, waardoor structuur 1 kleiner wordt. Uit het sporencluster in proefsleuf 5 kon geen duidelijke structuur worden afgeleid. Wel werd bij deze sporen een scherf Merovingisch ruwwandig aardewerk aangetroffen, wat een indicatie voor de datering van deze sporen geeft. Ten zuiden van het sporencluster bevindt zich een mogelijke waterput die tot 1.90 meter onder het opgravingsvlak reikt. In proefsleuf 6 werd een drietal kleine paalkuilen gevonden, die wellicht een spieker vormen. Een vierde paalkuil ontbreekt echter. Het vermoedelijke structuurtje kan niet gedateerd worden. De vulling van de sporen is echter vergelijkbaar met de vroegmiddeleeuwse sporenclusters. Twee paalsporen wijken wat betreft de vulling af van de hierboven beschreven sporenclusters. Het betreft twee ver uit elkaar liggende paalsporen met een lichtgrijze vulling, waarvan wordt vermoed dat zij een oorsprong in de prehistorie hebben. Jongere sporen in het plangebied zijn een tweetal oost-west georiënteerde greppels in het noorden van het plangebied, vermoedelijk de randen van een houtwal. Vondstmateriaal wijst op een oorsprong in de late middeleeuwen. Een noord-zuid georiënteerde greppel representeert de perceelsverdeling die ook op de kadasterkaart uit de negentiende eeuw is aangegeven. Er werden tijdens het onderzoek negentien vondsten verzameld, waarvan zeventien stuks aardewerk en twee metaalslakken. De slakken zijn afkomstig uit één van de laatmiddeleeuwse greppels en de noord-zuid georiënteerde greppel uit de nieuwe tijd. Het aardewerk is hoofdzakelijk tijdens de aanleg van de vlakken verzameld. Uit twee paalsporen van structuur 1 werd een scherf ruwwandig en handgevormd aardewerk van vroegmiddeleeuwse oorsprong verzameld. Een grotere scherf uit de zone naast het sporencluster in proefsleuf 5 kon als Merovingisch ruwwandig aardewerk worden gedetermineerd. De aangetroffen sporen vormen in totaal twee vindplaatsen met dateringen in de prehistorie, vroege middeleeuwen, late middeleeuwen en nieuwe tijd. Na waardering van de vindplaatsen is gebleken dat de vroegmiddeleeuwse vindplaats (circa 9000 m²) als behoudenswaardig dient te worden aangemerkt. Het wordt dan ook in de eerste plaats aanbevolen deze vindplaats in situ te bewaren. Indien dit niet mogelijk blijkt, wordt geadviseerd de direct bedreigde archeologische resten ex situ veilig te stellen. In totaal beslaat het behoudenswaardige areaal circa 13400 m².</p>
提供机构:
BAAC bv
创建时间:
2013-11-01



