Archeologisch vooronderzoek in het kader van de herontwikkeling van een woonblok te Hillegom, gemeente Hillegom
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xzg-k4rv
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie en Cultuurhistorie heeft een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor een plangebied te Hillegom, gemeente Hillegom. Het betreft het project ‘Goed Wonen fase 2’ in het woonblok aan de Julianastraat, Emmastraat, Hofstraat en Meerstraat. Binnen het plangebied zullen 36 woningen uit de jaren ‘20 en ‘30 van de vorige eeuw worden gesloopt en nieuwbouwwoningen worden gebouwd. Voor het plangebied is al een bureauonderzoek uitgevoerd . Op basis van de landschappelijke context, de ligging op een ingesloten strandvlakte, heeft het plangebied een lage archeologische verwachting voor het aantreffen resten vanaf het Neolithicum. Gezien de nabijheid van de strandwallen bestaat er echter een kans dat er (overstoven) duinafzettingen aanwezig zijn, welke vanwege hun toenmalige relatief hogere ligging in het landschap een hoge verwachting hebben voor het aantreffen van resten vanaf het Neolithicum. De duinen in deze omgeving zijn echter wel voor een groot deel vergraven voor de winning van bouwzand; dat kan ook het geval zijn geweest binnen het plangebied. Ook kan de aanleg van de huidige bebouwing voor verstoring van de oorspronkelijke bodemopbouw hebben gezorgd. Het plangebied blijkt op basis van de AHN daarentegen 0,60 m tot 1,00 m opgehoogd; dit kan de eventuele archeologische waarden hebben beschermd. Binnen het plangebied worden geen (ondergrondse) bouwhistorische waarden verwacht. Op basis van het bureauonderzoek kan de archeologische verwachting worden gesteld op middelhoog voor het aantreffen resten vanaf het Neolithicum. Voor de eerdere periodes, vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met het Mesolithicum geldt geen archeologische verwachting. Gebaseerd op de uitkomsten van dit bureauonderzoek is een vervolgonderzoek geadviseerd bestaande uit 8 boringen; dit onderzoek is uitgevoerd op 20 september 2019. Het inventariserend veldonderzoek door middel van inventariserende boringen had tot doel om de gespecificeerde archeologische verwachting op basis van de resultaten van het bureauonderzoek in het veld te toetsen. Het booronderzoek had tevens tot doel vast te stellen of een intact bodemprofiel aanwezig is binnen het plangebied, of dat er sprake is van verstoring dan wel erosie, met het oog op de eventuele aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Aan de hand van het booronderzoek zijn voor zover mogelijk de volgende onderzoeksvragen beantwoord:- wat zijn de geo(morfo)logische en bodemkundige kenmerken van de ondergrond van het plangebied?- in hoeverre is de oorspronkelijke bodemopbouw intact met het oog op de eventuele aanwezigheid en gaafheid van archeologische vindplaatsen?- bevinden zich in de ondergrond van het plangebied archeologische indicatoren en zo ja, waaruit bestaan deze?- geven de resultaten van het veldonderzoek aanleiding tot vervolgstappen in het kader van de planontwikkeling in relatie tot de archeologische monumentenzorg?Tijdens het booronderzoek is vastgesteld dat er in het plangebied oorspronkelijk duinafzettingen aanwezig zijn geweest, hetgeen in principe betekent dat er voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor archeologische resten vanaf het Neolithicum geldt. Tijdens het veldonderzoek is echter geconstateerd dat binnen het plangebied de ondergrond verstoord/opgebracht is tot een diepte van minimaal 80 centimeter beneden maaiveld. De top van het daaronder liggende duinzand is bij de bouwwerkzaamheden verstoord geraakt. Het valt echter niet te bepalen tot welk niveau het oorspronkelijke moedermateriaal is verstoord. Het daarom valt niet uit te sluiten dat sporen onder het oorspronkelijke maaiveld nog aanwezig zijn. Dit geldt niet alleen voor de huidige boorlocaties, maar ook voor de locaties van de huidige bebouwing huizen, gezien de diepte van het opgebrachte materiaal (0,60-1,00 m) en de verwachte funderingsdiepte van de bestaande huizen (ongeveer op datzelfde niveau). Alleen ter plaatse van de meest westelijke boring is het opgebracht / verstoorde niveau van dusdanige diepte (2,00 m), dat eventuele archeologische resten niet meer aanwezig zullen zijn. AdviesGezien de hoge archeologische verwachting en het feit dat binnen het door ophoging gekenmerkt plangebied niet kan worden uitgesloten dat het archeologisch relevante niveau nog (deels) intact is adviseert Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven. Dit is in overeenstemming met de gemeentelijke richtlijn die proefsleuvenonderzoek voorschrijft voor plangebieden van meer dan 5000 m2 bij (een vermoeden van) een intact bodemprofiel bij een hoge archeologische verwachting. De proefsleuven dienen na de sloop diametraal op de ligging van de strandwallen te worden gepositioneerd. De contour van het plangebied waarbinnen vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd is weergegeven op afbeelding 13. Hierbij zijn de straten niet meegenomen omdat hier niet gebouwd zal worden en de ondergrond door de ligging van kabels en leiding verstoord zal zijn. Ook het deel van het plangebied rondom boring 4223001 hoeft in dit onderzoek niet te worden opgenomen, gezien de vastgestelde diepte van de storing ter plekke. Gezien de omvang van het gebied waarbinnen vervolgonderzoek dient plaats te vinden (ongeveer 6000 m2), zal de totale omvang van de proefsleuven ongeveer 500-600 m2 bedragen (8-10% van het totale oppervlakte van plangebied). Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Hillegom, om een besluit te nemen ten aanzien van het beëindigen van het onderzoeksproces. Ook wanneer het bevoegd gezag hiertoe besluit en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Hillegom, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
创建时间:
2024-01-31



