Aanleg transformatorstation Noorderlicht te Zuidhorn (gemeente Westerkwartier)
收藏DataCite Commons2025-11-10 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/6456W1
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In september 2025 is in opdracht van Enexis Netbeheer B.V. door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Doel van het onderzoek is om een verwachting op te stellen ten aanzien van de aanwezigheid van archeologische waarden voor een tracé bij Het Noorderlicht te Zuidhorn (gemeente Westerkwartier). Aanleiding voor dit bureauonderzoek is de aanleg van een transformatorstation, een verharding en een toegangsweg van stelconplaten. Bij de aanlegwerkzaamheden kunnen eventueel archeologische waarden worden verstoord. Voor het plangebied geldt een onderzoeksplicht conform het beleid van de gemeente Westerkwartier. Een bureauonderzoek is de eerste stap binnen de Archeologische Monumentenzorg. In dit bureauonderzoek wordt speciaal aandacht besteed aan de kans op het aantreffen van archeologische resten en waaruit deze resten kunnen bestaan.
Het plangebied bevindt zich in het kweldergebied van Groningen dat tijdens het holoceen is ontstaan. De diepere ondergrond bestaat echter uit veel oudere dekzanden en daaronder keizand en keileem. Zuidhorn ligt samen met Noordhorn op een keileemrug waarover tijdens de laatste ijstijd door de wind een dekzandpakket is afgezet. Direct na de laatste ijstijd stegen de temperaturen wereldwijd, wat leidde tot het smelten van gletsjers en een stijging van de zeespiegel. Ook nam de neerslag toe en door deze factoren tezamen vertraagde en verslechterde de afwatering. Als gevolg hiervan liep de Noordzee vol en ontstond de Waddenzee, ook delen van het huidige Nederlandse kustgebied overstroomden.1 Tegelijkertijd begon in het binnenland veen te groeien op de natte gronden. Zo is in het Groninger kweldergebied van beneden naar boven over het algemeen de volgende opbouw aanwezig: keileem, keizand, dekzand, veen, klei. Veen- en kleigronden kunnen elkaar (plaatselijk) afwisselen afhankelijk van de ontstaansdynamiek.
De dekzanden en keileemruggen waren al in de steentijd geschikt voor bewoning. Tijdens de uitgebreide veengroei namen bewoningsmogelijkheden, vooral vanaf de vroege bronstijd, sterk af. Dit geldt zeker voor de Noord-Nederlandse kwelders. De hogere delen van de kwelders werden in de loop ijzertijd (maar plaatselijk, zoals bij Ezinge, al eerder) geschikt voor bewoning. Woonplaatsen werden vanaf de midden-ijzertijd opgehoogd tot wierden. Gedurende de loop der eeuwen ontwikkelde zich hier (met een hiaat rond de volksverhuizingstijd) een agrarisch gebied waarin ook (overzeese) handel geruime tijd een belangrijke rol speelde. Vanaf de late middeleeuwen werden op grote schaal dijken aangelegd.
Het gebied was agrarisch in gebruik en pal ten oosten van het plangebied ligt een 13e-eeuwse dijk. In dit gebied kunnen archeologische waarden aanwezig zijn, van de volle middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd, maar het zal waarschijnlijk alleen gaan om resten van landinrichting en incidentele activiteiten. Oudere archeologische resten zijn ofwel geërodeerd (ijzertijd t/m vroege middeleeuwen), ofwel bevinden zich ruim 6,40 m onder maaiveld (steentijd). In de periode tussen het laat-neolithicum en de midden-bronstijd was het gebied vermoedelijk te nat voor bewoning, waardoor archeologische resten uit deze tijd niet worden verwacht. Op basis van de landschappelijke en archeologische informatie is de kans op aanwezigheid en aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied laag te noemen, zoals ook is aangegeven op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente.
Omdat er voor het gehele plangebied een lage archeologische verwachting is vastgesteld, adviseert Antea Group om het gehele plangebied vrij te geven.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-11-06



