Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Energieweg 2 te IJsselstein, gemeente IJsselstein
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-x83-w8rf
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten van het verkennend booronderzoek kunnen de onderzoeksvragen als volgt beantwoord worden: 1. Wat is de bodemopbouw ter plaatse? De bodemopbouw ter plaatse van het westdeel van het plangebied bestaat uit komafzettingen van de Hollandse IJssel die tot de Formatie van Echteld worden gerekend. De afzettingen zijn vermoedelijk gevormd voor de bedijking van de Hollandse IJssel in de 12e eeuw. Ter plaatse van het centrale deel en het oostdeel van het plangebied is sprake van een in oostelijke richting steeds dunner wordend pakket komklei met in de ondergrond oeverwal- en beddingafzettingen van de Oud-Overlandstroomgordel. Deze afzettingen zijn aangetroffen op een diepte variërend van 65 cm-mv in het noordelijk deel van het plangebied tot 165 cm-mv in het westelijk deel van het plangebied. Ter plaatse van boring 1 en 2 zijn deze afzettingen niet binnen 260 cm-mv aangetroffen. 2. Is sprake van een intacte bodem en/of waar is deze verstoord? De top van de komafzettingen is vergraven en opgehoogd vanaf de late middeleeuwen of nieuwe tijd. Op een diepte van gemiddeld 50 cm-mv gaat deze over in een natuurlijke bodem die verder niet verstoord of vergraven is, met uitzondering van een defensiekabel die over het oostelijk deel van het plangebied in noord-zuidrichting loopt en tot circa 80 cm-mv ingegraven is. 3. In geval dat er archeologische resten aanwezig zijn, kunnen uitspraken worden gedaan over de aard, omvang, kwaliteit en locatie (horizontaal en verticaal) ervan resten? Het opsporen van archeologische indicatoren was niet het doel van dit verkennend booronderzoek. Derhalve kan deze vraag vooralsnog niet beantwoord worden. 4. In welke mate stemmen de resultaten overeen met de verwachtingen? De resultaten van het bureauonderzoek worden grotendeels bevestigd door het veldonderzoek. Zowel de komafzettingen in het westelijke deel als de stroomgordelafzettingen in het oostelijke deel zijn tijdens het veldonderzoek aangetroffen. Derhalve blijft de hoge verwachting voor het oostelijke deel van het plangebied gehandhaafd. Of sprake is van aanwezigheid van menselijke bewoning zal bij toekomstige bodemingrepen in dit deel van het plangebied moeten worden aangetoond door middel van karterend bodemonderzoek. De lage verwachting voor het westelijke deel van het plangebied is eveneens bevestigd met het onderzoek. Hier zijn uitsluitend komafzettingen aangetroffen met een vegetatiehorizont die echter in een korte tijd en onder relatief natte omstandigheden gevormd moet zijn. Het betreft dan ook oevernabije afzettingen die zelf te nat waren voor menselijke bewoning. 5. In welke mate bevestigen de resultaten de bevindingen van onderzoek in de omgeving? De afwezigheid van bewoning op de oeverwal- of beddingafzettingen van de Oud-Overland stroomgordel ter plaatse van het plangebied zegt weinig over de bewoningsmogelijkheden elders op de stroomgordel. Zo heeft ADC Archeoprojecten bijvoorbeeld in de periode van 4 tot en met 7 september 2012 een inventariserend proefsleuvenonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Panoven even ten noorden van de Energieweg tussen Panoven, de Parallelweg en de Hogedijk (Halverstad, 2013). In het plangebied was de aanleg van een winkelcomplex, kantorencomplex en een parkeerterrein gepland. Tijdens het onderzoek zijn twee vindplaatsen aangetroffen. Vindplaats 1 betreft bewoningssporen die onderdeel uitmaken van tenminste 6 structuren. Aan de hand van de weinige aardewerkvondsten die in twee sporen zijn aangetroffen en ter hoogte van enkele structuren in de daar bovenliggende vegetatiehorizont, dateren de structuren uit de periode Bronstijd/Romeinse tijd. Vindplaats 2 betreft een perceleringsgreppel uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd in het oostelijk deel van het plangebied. Ook op andere plaatsen zijn op dezelfde stroomgordel archeologische vindplaatsen aangetroffen met dateringen uitéénlopend van het neolithicum tot en met de nieuwe tijd.Selectiebesluit Het conceptrapport (versie 2.0) en het selectieadvies zijn op 16 maart 2014 getoetst door de Regioarcheoloog van de ODRU9. De opmerkingen op het conceptrapport zijn verwerkt in deze definitieve versie 2.0. van het rapport van het verkennend booronderzoek. Het grootste deel van de ondergrond van het plangebied bestaat uit komafzettingen met zware jonge rivierklei. De verwachte stroomgordel is aangetroffen in het oostelijk deel van het plangebied. In overleg met dhr. P. de Boer van de ODRU is afgesproken dat indien in de toekomst diepe bodemingrepen voorzien zijn in de strook met oeverwalafzettingen een karterend bodemonderzoek zal moeten worden uitgevoerd (het blauwe kader in bijlage 4). Doordat deze boringen voor een deel onder de grondwaterspiegel plaatsvinden en de boorkernen bemonsterd moeten worden of menselijke bewoning vast te kunnen stellen, is het van belang dat gebruik wordt gemaakt van casings (of sonic drill met een gesloten guts). De dubbelbestemming ‘waarde archeologie’ zal voor dit deel van het plangebied gehandhaafd blijven. Het westelijke deel van het plangebied met komafzettingen kan vrijgegeven worden ten behoeve van de geplande nieuwbouw van de Bethelkerk.Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouw- of herstelwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente IJsselstein hiervan per direct in kennis te stellen.
创建时间:
2024-01-31



