five

Inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van boringen t.b.v. het m.e.r. en bestemmingsplan Larserpoort te Lelystad

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xfs-ktwc
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van de gemeente Lelystad heeft Oranjewoud in april 2009 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de project-MER en het bestemmingsplan OMALA/Larserpoort te Lelystad1. Hieruit is gebleken dat, op basis van het vigerend gemeentelijk beleid (op basis van de tweede generatie IKAW; IKAW 2), het plangebied grotendeels een lage trefkans voor archeologie kent. Daarnaast is een zone van circa 48 ha aanwezig dat een hoge archeologische verwachtingswaarde is toegekend. Conform het gemeentelijk beleid dient hier dan ook nader archeologisch (veld)onderzoek plaats te vinden. Uit het bureauonderzoek is tevens gebleken dat op basis van de nieuwe Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (derde generatie: IKAW 3), het plangebied grotendeels een middelhoge tot hoge verwachting is toegekend. De zone die op de gemeentelijke kaart een hoge archeologische waarde heeft, is op de IKAW juist deels een lage en deels en middelhoge verwachtingswaarde toegekend. Vanwege de discrepantie tussen beide kaarten is door zowel de gemeente Lelystad als de provincie Flevoland aangegeven dat op een "strategische manier" de discrepantie tussen beide kaarten dient te worden onderzocht. Dit moet leiden tot een nadere specificatie van de archeologische verwachting, en de toetsing van de verschillende verwachtingskaarten aan de hand van de daadwerkelijke situatie. In dit kader heeft tussen juli en november 2009 een verkennend booronderzoek plaatsgevonden binnen het plangebied. Het veldonderzoek heeft aangetoond dat het grootste deel van het plangebied bestaat uit een laaggelegen dekzandgebied waar nog plaatselijk een veenpakket aanwezig is. De dekzandondergrond blijkt echter bijna overal te zijn geërodeerd, waardoor de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden hier laag wordt ingeschat. In het noordwesten van het plangebied blijkt inderdaad sprake te zijn van een dekzandopduiking/-rug, dat ook deels is geërodeerd. Er zijn hier echter nog locaties aanwezig met een (deels) intact bodemprofiel, waarvoor geldt dat hier nog (intacte) archeologische waarden aanwezig kunnen zijn. Deze waarden zijn echter (nog) niet aangetroffen. Een nader karterend onderzoek zou hierin duidelijkheid moeten verschaffen. De aangetroffen situatie blijkt zeer goed aan te sluiten op het verwachtingsmodel dat is weergegeven in de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Lelystad. De landelijke IKAW lijkt, in ieder geval voor het huidige plangebied, niet specifiek genoeg. Weliswaar kan een deel van de genoemde dekzandopduiking inderdaad een lage verwachtingswaarde worden toegekend, en de rest van deze zone een (middel)hoge verwachting, het grootste gedeelte van het plangebied kan een lage verwachtingswaarde worden toegekend. Dit gebied bestaat uit een laaggelegen, voor bewoning minder geschikte dekzandgebied, waar bovendien de ondergrond is geërodeerd. Op basis van het veldonderzoek kan dan ook worden gesteld dat de gemeentelijke verwachtingskaart (vooralsnog) een goede leidraad is voor de archeologische verwachtingen binnen de gemeente Lelystad. Aanbevelingen 1 Sophie, G., 2009. Het veldonderzoek heeft aangetoond dat de verwachtingswaarden voor het plangebied zijn zoals ze in de gemeentelijke verwachtingskaart zijn voorgesteld; het grootste gedeelte kende en kent opnieuw een lage verwachtingswaarde. In dit gebied golden geen restricties ten aanzien van archeologie, en aanbevolen wordt om dit zo te houden. Voor wat betreft de hooggewaardeerde dekzandopduiking in het noordwesten van het plangebied geldt dat een deel hiervan door overstromingen is geërodeerd. De kans op de aanwezigheid van (intacte) archeologische waarden wordt hier derhalve laag ingeschat. Aanbevolen wordt om ook dit gebied vrij te geven voor wat betreft archeologie. Een deel van deze dekzandopduiking/-rug blijkt echter nog deels intact te zijn. Hier kunnen derhalve (deels) intacte archeologische waarden worden verwacht. Aanbevolen word dan ook om bij grondverstorende werkzaamheden in deze zone vooraf te laten gaan door een karterend booronderzoek. Een dergelijk onderzoek dient om de aan- of afwezigheid van intacte archeologische waarden aan te tonen. Op basis hiervan kunnen mogelijk delen van het plangebied worden vrijgegeven voor wat betreft archeologie. Anderzijds kan bij aanwezigheid van archeologische waarden een planaanpassing of nader proefsleuvenonderzoek noodzakelijk blijken. Vooralsnog wordt aanbevolen dit gebied een dubbelbestemming voor wat betreft archeologie toe te kennen. Daarnaast geldt dat het momenteel niet onderzochte deel van het plangebied dat eigendom is van de familie Piek, nog zal moeten worden onderzocht indien hier bodemverstorende werkzaamheden gaan plaatsvinden. Aanbevolen wordt bom deze zone een dubbelbestemming te geven voor wat betreft archeologie. Voor een visuele weergave van de bovenstaande aanbevelingen wordt verwezen naar kaartbijlage 201469-AVK (de archeologische verwachtings- en aanbevelingenkaart voor het plangebied Larserpoort). Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 53 van de Monumentenwet 1988 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: ARCHISmeldpunt, telefoon 033-4227682. Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. Zowel het bureauonderzoek als het veldonderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 3.1.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务