Plangebied uitbreiding begraafplaats, gemeente Blaricum, archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek
收藏DANS Data Station Archaeology2008-07-23 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X37-F7F5
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de gemeente Blaricum heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in juli 2008 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met de uitbreiding van een begraafplaats in de gemeente Blaricum. Dit onderzoek diende te worden uitgevoerd omdat realisatie van de plannen zou kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische resten. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op de oostelijke flank van de stuwwal Laren-Hilversum ligt. In het plangebied is dekzand afgezet. Als gevolg van bemesting in de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd heeft zich volgens de bodemkaart een hoge enkeerdgrond ontwikkeld. De top van een dergelijke bodem bestaat uit een antropogeen opgebracht pakket van (heide)plaggen met mest afkomstig uit de potstal. Onder dit pakket bevindt zich een (haar)podzolbodem. Het plangebied ligt historisch-geografisch gezien in een engen-complex. Een dergelijk complex bestaat uit verschillende gemeenschappelijke akkers. Uit het plangebied zijn geen eerdere archeologische vondsten bekend. Wel zijn uit de wijdere omgeving enkele vondsten uit het Neolithicum en de Bronstijd bekend. Op basis van het bureauonderzoek gold voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen vanaf het Laat Paleolithicum. Het betreft vindplaatsen met uiteenlopende prospectiekenmerken en van verschillende signatuur. Tijdens het veldonderzoek is in vrijwel het hele plangebied een intacte bodemopbouw aangetroffen. Onder de (sub)recente bouwvoor is een plaggendek met archeologische indicatoren uit de Nieuwe tijd aangetroffen. Onder deze akkerlaag is een (haar)podzolbodem aangetroffen die met uitzondering van enkele zones nog intact aanwezig is. Met uitzondering van de bovengenoemde archeologische indicatoren die het gevolg zijn van agrarische activiteiten in de Nieuwe tijd zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor grootschalige en vondstrijke vindplaatsen of vindplaatsen met een vondstlaag. De gebruikte methode is echter niet geschikt om kleinschalige vindplaatsen vindplaatsen met een lage vondstspreiding en/of een sporenniveau en verkavelingspatronen graven en andere zeer lokale archeologische resten op te sporen. Met name vindplaatsen uit de periode Paleolithicum t/m Neolithicum voldoen juist aan deze prospectiekenmerken. Dus hoewel geen archeologische vindplaatsen zijn aangetroffen wil dat in geen geval zeggen dat deze ook niet aanwezig zijn. Dergelijke kleinschalige vindplaatsen kunnen (indien aanwezig) in het schone dekzand (de C-horizont) waar de bodemopbouw niet is verstoord voorkomen. Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek wordt in het plangebied in het kader van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vervolgonderzoek aanbete vinden in de zones met een intact (haar)podzolprofiel met het doel het vaststellen van de aanof afwezigheid van kleinschalige vindplaatsen vindplaatsen met een lage vondstspreiding en/of een sporenniveau uit met name de periode Paleolithicum t/m Bronstijd alsmede verkavelingspatronen graven en andere zeer lokale archeologische resten. Ook dient door middel van dit onderzoek (indien mogelijk) de aard datering en fysieke kwaliteit van de eventuele vindplaatsen te worden vastgesteld. Op basis van dit onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied geen archeologische resten zullen worden aangetast als gevolg van de aanleg van de begraafplaats. Voorafgaande aan het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld. Dit PvE dient voordat het onderzoek plaatsvindt goedgekeurd te zijn door een senior-archeoloog van of namens het bevoegd gezag (gemeente Blaricum). Voor de overige delen van het plangebied waar de bodemopbouw verstoord is wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen dan is conform artikel 53 van de Wet op de archeologische monumentenzorg 2007 aanmelding van de betreffende vondsten bij het bevoegd gezag (gemeente Blaricum) verplicht.</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
创建时间:
2008-07-24



