five

Archeologisch bureauonderzoek: Perceel Uden M 7460, voorheen Markt 151, te Uden. Gemeente Maashorst.

收藏
DataCite Commons2026-03-23 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/V358LO
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
KSP Archeologie is in augustus 2024 gestart met een archeologisch bureauonderzoek voor een vergunning met buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor de bouw van een nieuw appartementencomplex op de hoek van de Markt en Kastanjeweg (voorheen de Markt 151) op perceel Uden M 7460 in Uden (gemeente Maashorst). Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart is aan het plangebied een zeer hoge archeologische verwachting toegekend vanwege de ligging in het historisch centrum dat vanaf de Volle Middeleeuwen ontwikkeld is. Uit de cultuurhistorische analyse voor het centrum van Uden blijkt dat de nederzettingen die nu samen Uden vormen waarschijnlijk in de Volle Middeleeuwen van de vruchtbare hoger gelegen gronden naar de randen verplaatst zijn. Langs de Sint Jansstraat en Marktstraat (de Oude Markt) ontwikkelde zich het burgerlijk/economische hart van Uden. Ten oosten van deze Markt(straat) was begin 19e eeuw de huidige Markt (toen Biggenmarkt) aanwezig. De terreinen ten zuidzijde van de van de Markt waren veelal in gebruik als weiland, waaronder het plangebied. Een archiefonderzoek uit het kadaster geeft aan dat het plangebied onbebouwd was in het begin van de 19e eeuw, maar de vondst van middeleeuwse waterputten in dit gebied (ca. 60 m ten westen van het plangebied) laat zien dat het vóór de Nieuwe tijd wel onderdeel was van de bewoningszone. Op basis is aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor een huisplaats/achtererf uit de Volle Middeleeuwen tot Late Middeleeuwen en een lage verwachting voor de Nieuwe tijd. Voor resten uit de periode jager-verzamelaars heeft het plangebied in het gemeentelijk beleid een lage verwachting door de ligging op ruime afstand van een beekdal. Op basis van het AHN-kaartbeeld, de historische beeklopen en historisch landgebruik als grasland is echter geconcludeerd dat het plangebied in/langs een beekdal ligt. Op basis van de ligging binnen deze gradiëntzone is aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum – Neolithicum. Vanwege de lagere landschappelijke ligging was het plangebied waarschijnlijk geen aantrekkelijk woon-akkergebied voor de latere prehistorie. Op basis daarvan is aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor vindplaatsen in droge context vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen. Er geldt wel een middelhoge verwachting voor vindplaatsen in natte context uit deze perioden. Er worden op basis van het historisch kaartmateriaal geen specifieke vindplaatsen verwacht als watermolens, bruggen en voorden. Wel kunnen, met name in een eventuele venig opvulling. voorwerpen worden verwacht die zijn gebruikt voor voedselverzameling en –verwerking, zoals pijlpunten, harpoenen, fuiken, klemmen en vistrappen. Op basis van de historische ontwikkeling en gegevens van bodemonderzoek is de verwachting dat het archeologische bodemarchief in het noordelijke deel van het plangebied ter hoogte van de voormalige bebouwing diep is verstoord. In het zuidelijke deel van het plangebied is waarschijnlijk een opgebracht humeus zandpakket aanwezig met daaronder vanaf ca. 90 cm beneden maaiveld de C-horizont. Dit is het potentiële sporenniveau voor een vindplaats uit de Volle- tot Late Middeleeuwen. Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een andere archeologische verwachting dan op de archeologische beleidskaart en kunnen drie verschillende periodes/complextypen worden verwacht: - een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen in natte context, die bestaan uit puntvondsten als pijlpunten, harpoenen, fuiken, klemmen en vistrappen. Deze vondsten zijn met archeologisch vooronderzoek (steekproeven d.m.v. boringen/proefsleuven) niet systematisch op te sporen. - een middelhoge archeologische verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum – Neolithicum. De kans op een intacte vindplaats wordt op basis van de historische ontwikkeling (bewoningsgebied in de Middeleeuwen en recente bodemingrepen in de 20e eeuw) klein geacht. - een hoge verwachting op middeleeuwse bewoningssporen, met name van het achtererf (waterputten, afvalkuilen, greppels) met een potentieel sporenniveau op ca. 90 cm beneden maaiveld. Het appartementencomplex komt in het noordelijke deel van het plangebied waar het archeologische bodemarchief naar verwachting diep is verstoord door de bouw en sloop van de voormalige bebouwing in de 20e eeuw. Op basis hiervan is de inschatting dat de bouw van het appartementen geen bedreiging meer vormt voor het archeologische bodemarchief. De parkeergarage komt in het zuidelijke deel van het plangebied waar een intact potentieel niveau wordt verwacht vanaf ca. 90 cm beneden maaiveld. Door de aanleg van de poerenfundering tot ca. 1,5 m beneden maaiveld kan het archeologische bodemarchief dus worden aangetast. Het advies is om de graafwerkzaamheden te beperken tot de poerenfundering. Hiermee blijft de aantasting van het archeologische bodemarchief beperkt en wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. Als wordt gekozen voor een strokenfundering dan wordt de aantasting van het archeologische bodemarchief groter. In dat geval is het advies om vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Voor dit vervolgonderzoek is een goedgekeurd PvE noodzakelijk.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-03-18
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务