Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Van Heemstraweg 26 te Beuningen, gemeente Beuningen
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zqx-mswn
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Eric Hendriks Beuningen B.V., een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor de geplande nieuwbouw aan de Van Heemstraweg 26 te Beuningen, gemeente Beuningen. Het gaat om een ontwikkeling waarbij een voormalig bedrijfspand met een bedrijfswoning,volledig wordt omgezet naar wonen, waarbij tevens een extra woning wordt gebouwd. Het plangebied bestaat uit twee percelen met een totale oppervlakte van 2.375 m², verdeeld over twee kavels. De nieuwe ontwikkeling zorgt voor een bij het opstellen van deze rapportage nog onbekende nieuwe bodemverstoring.Het plangebied ligt volgens het gemeentelijk beleid, vastgelegd in de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart en de archeologische beleidsnota, op een terrein met een archeologische waarde (beleidszone 3). In het bestemmingsplan Buitengebied Beuningen heeft het ‘Waarde Archeologische 2’. Conform het gemeentelijk beleid is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 120 m² en dieper dan 30 cm-mv op basis waarvan aangetoond kan worden dat met de geplandeontwikkelingen geen archeologische waarden verstoord worden.ResultatenOp basis van de overschrijding van de vrijstellingsgrens is door Hamaland Advies een KNA conform bureauonderzoek uitgevoerd, aangevuld met een inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen. Het bureauonderzoek toont aan dat de bodem in de omgeving van het plangebied bestaat uit klei behorende tot de Formatie van Echteld. De diepere ondergrond bestaat uit grindig zand op grof zand behorende tot de Formatie van Kreftenheye. De grindige en de grove zandlagen behoren tot de meandergordel van de Waal die van 210 vC tot 500nC heeft gefunctioneerd. De kleiige lagen zijn overslaggronden die gevormd zijn tijdens dijkdoorbraken.Alle boringen in het plangebied kenmerken zich door een recente bouwvoor die op een diepte van 40-50 cm-mv (boringen 1, 2 en 5) tot 90 cm-mv (boringen 3 en 4) overgaat in de oorspronkelijke bouwvoor die gevormd is in komklei-afzettingen van de Formatie van Echteld. De ongeroerde klei wordtaangetroffen vanaf een diepte van 120 cm-mv en loopt in boringen 1,2 en 5 door tot de maximale boordiepte van 2,5 m-mv. Aan de noordzijde van het plangebied worden op 195 cm-mv crevasseafzettingen behorend tot de Formatie van Echteld aangetroffen die doorlopen tot de maximaleboordiepte van 2,5 m-mv.In de oorspronkelijke bouwvoor en de ploegzool zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Gezien de functie van het plangebied als akkerland en boomgaard worden ook niet veel indicatoren verwacht. In de ongeroerde komafzettingen zijn geen indicaties gevonden voor menselijke bewoning. Dit is ook niet erg waarschijnlijk, omdat deze sedimenten onder relatief natte omstandigheden gevormd zijn, waardoor permanente menselijke bewoning onmogelijk was.SelectieadviesAan de hand van de verkennende boringen is vastgesteld dat in de basis van het profiel sprake is van komklei en crevasse-afzettingen van de Formatie van Echteld, waarvan de top bewerkt is voor landbouwdoeleinden. Het terrein is in subrecente tijd opgehoogd.Behalve dat het hier komklei en dieper gelegen crevasses betreft ligt de oorspronkelijke bouwvoor (in het onbebouwde deel vanaf ca 90 cm – mv) en daaronder de ongestoorde klei (vanaf 1.20 m –mv) zo diep dat de geplande nieuwbouw hiermee niet in aanraking komt.Vanwege het ontbreken van archeologische indicatoren en omdat de natuurlijke afzettingen gevormd zijn onder relatief natte omstandigheden die permanente menselijke bewoning onmogelijk maakten, adviseren wij om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren. De kans dat met de voorgenomen bodemingrepen archeologische waarden verstoord gaan worden is nihil.SelectiebesluitHet conceptrapport is op 26-10-2016 beoordeeld door het bevoegd gezag, gemeente Beuningen en haar adviseur, de regionaal archeoloog van gemeente Beuningen (mw. drs. S. van Roode). Het rapportis akkoord bevonden behoudens enkele opmerkingen die in versie 2.0 van de rapportage zijn opgenomen. Versie 2.0 van het rapport is op 14-3-2016 beoordeeld door het bevoegd gezag, gemeente Beuningen en haar adviseur, de regionaal archeoloog van gemeente Beuningen (mw. drs.S. van Roode). Het rapport is akkoord bevonden behoudens enkele opmerkingen die in deze definitieve versie van de rapportage zijn opgenomen. Het selectieadvies is overgenomen. Er wordtgéén archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. De nieuwbouw leidt niet tot de aantasting van archeologische niveaus en er zijn geen indicaties dat er in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn of worden verwacht.VoorbehoudHet uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen danwel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Beuningen hiervan per direct in kennis te stellen.
创建时间:
2024-01-31



