five

Ondergrondse containers te Gouda, gemeente Gouda

收藏
DataCite Commons2025-12-08 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/PK70TY
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
De plangebieden bevinden zich landschappelijk gezien in het Hollands-Utrechtse veengebied. De diepere ondergrond bestaat uit pleistocene rivierafzettingen van de voorlopers van de Rijn en de Maas, die bestaan uit grove zanden vermengd met grind (Formatie van Kreftenheye), op een diepte van 10-14 m -NAP, ca. 8 tot 13 m onder het maaiveld. Resten uit het Pleistoceen kunnen hierop aanwezig zijn, maar deze diepte zal met de geplande ingrepen tot 3,5 m -mv niet worden bereikt. Door de klimaatverbetering aan het einde van het Pleistoceen (ca. 10.000 jaar geleden) veranderden de rivieren van karakter. De holocene rivieren meanderden en zetten vooral klei en fijner zand af (Formatie van Echteld). Van ca. 6.350 tot 5.200 v.Chr. waren de Gouderak en de Zuidplas meandergordels actief in de plangebieden. Op de oevers van deze riviertakken kunnen jagers en verzamelaars uit het Laat-Mesolithicum kampementen hebben gehad. De top van deze afzettingen bevindt zich op ca. 6-15 m -NAP, ca. 5 tot 14 m onder het maaiveld. Ook deze diepte zal met de geplande ingrepen niet worden bereikt. Rond 4.350 v.Chr. verlegde de Rijn haar loop naar haar huidige positie, de Oude Rijn. Hierdoor kwam de omgeving van het plangebied tijdelijk buiten de invloed van rivieren te liggen. Door een aanhoudende stijging van het grondwater in combinatie met de vorming van de strandwallen waardoor het achterland beschermd werd tegen overstromingen vanuit zee ontstond een relatief rustig en vochtig klimaat waarin grootschalige, dikke veengroei plaatsvond (Hollandveen Laagpakket, Formatie van Nieuwkoop). Het is onwaarschijnlijk dat mensen in deze periode het gebied hebben bewoond: incidentele resten van bijvoorbeeld jacht en visvangst kunnen echter aanwezig zijn. Het gebied kwam pas rond het begin van de jaartelling weer onder directe invloed van een rivier te staan, toen de Hollandsche IJssel ontstond als aftakking van de Oude Rijn. Met name langs de rivieroevers gaf dit weer mogelijkheden tot bewoning. In deze periode werd er bij overstromingen zand en klei in het plangebied afgezet; in rustige perioden groeide het veenpakket (verder) door. Op de Hollandsche IJssel waterde onder andere de veenrivier de Oude Gouwe af, die deels door het plangebied liep. De top van de kleirug die door deze rivier is gevormd bevond zich in het onderzoeksgebied oorspronkelijk vermoedelijk tussen ca. 2,0-3,40 m -NAP, ca. 20-2,80 cm -mv, en vormde een hoger gelegen rug in het landschap die vanaf de Romeinse tijd tot in de Volle Middeleeuwen geschikt was voor menselijke activiteiten en bewoning. In de ruimere omgeving is tot dusver slechts een enkele (mogelijke) Romeinse aardewerkscherf gevonden, maar de herkomst is onduidelijk en sporen van bewoning zijn nog niet aangetroffen. De plangebieden bevinden zich rondom de middeleeuwse stad en grotendeels buiten de singels. Het natte veengebied werd vanaf de 11e-12e eeuw ontgonnen. Door de ontwatering klonk het veen in en daalde het maaiveld waardoor op grote schaal vernatting optrad. Om het gebied toch te kunnen gebruiken werden verhoogde zones aangelegd door zand, klei en/of stadsafval aan het maaiveld op te brengen. Dit betreft de kades en zones waar men wilde wonen of landbouw en veeteelt bedrijven. De plangebieden bevinden zich lange tijd grotendeels ter plaatse van weilanden; in mindere mate ter plaatse van boomgaarden, moestuinen, een vaart, kades en hakhoutbosjes. Drie locaties hebben ter plaatse van voormalige 19e- en vroeg 20e-eeuwse bebouwing gelegen, waarvan mogelijk nog resten in de ondergrond aanwezig zijn. Vergelijking van de locaties van de geplande containers met de zones waar mogelijk sprake kan zijn van ontplofbare resten uit WOII laat zien dat hierop alleen bij locatie 508 een kans bestaat. Verder bevindt geen van de geplande locaties zich in een zone waar sprake is geweest van een bodemsanering. Ten aanzien van de vraag in hoeverre de eventueel aanwezige archeologische waarden bedreigd worden door de voorgenomen ontwikkeling kan een onderscheid gemaakt worden tussen de noordelijk gesitueerde containerlocaties en de overige. Voor de noordelijk gesitueerde locaties (321, 323 t/m 327, 411 t/m 416, 421 t/m 423, 433 en 436) geldt dat hier sprake kan zijn van archeologische waarden uit de periode van het Laat-Mesolithicum, vanwege de ligging van de locaties op de Gouderak en de Zuidplas meandergordels. De top van deze afzettingen bevindt zich echter op ca. 6-15 m -NAP, ca. 5 tot 14 m onder het maaiveld. Deze diepte zal met de geplande ingrepen niet worden bereikt. Voor deze containerlocaties wordt daarom vrijgave voor de geplande ontwikkeling aanbevolen. Voor de overige geplande containerlocaties geldt dat deze nog niet voldoende zijn onderzocht. Deze locaties bevinden zich ofwel langs de oude middeleeuwse ontginningsassen of op afzettingen behorend bij de Hollandsche IJssel of de Oude Gouwe. Van deze rug, en/of de middeleeuwse ontginningsassen (kades, enkele met voormalige bebouwing), zouden restanten in de ondergrond aanwezig kunnen zijn op locaties 145, 201, 204, 211, 212, 315 t/m 317, 506 t/m 508, 611, 621, 631, 634, 635, 637, 641, 642, 644 en 648. Om de kans op de aanwezigheid van archeologische resten te bepalen is vooral het verwerven van inzicht in de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan van belang. ADC ArcheoProjecten adviseert daarom op deze containerlocaties een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te voeren, waarbij op elke geplande locatie een boring tot maximaal 4 m -mv geplaatst wordt. Op basis van de resultaten van het booronderzoek kan de verwachting nader worden gespecificeerd, en aanvullend advies worden gegeven over vrijgave van de plangebieden, nader onderzoek of behoud in situ. Voor locatie 508 wordt, gezien de ligging naast het station in OO-verdacht gebied, een archeologische begeleiding van de geplande graafwerkzaamheden aanbevolen. Specifiek voor deze locatie geldt dat hier de kleirug van de Oude Gouwe aanwezig kan zijn met eventuele resten uit de Romeinse tijd, alsook een Mesolithisch niveau op afzettingen van de Gouderak en/of Zuidplas stroomgordel. Het is aan te bevelen tijdens deze begeleiding een boring te zetten tot ca. 5,5 m -mv, om een beeld te verkrijgen van de diepere ondergrond. Voorafgaand aan deze werkzaamheden dient een door het bevoegd gezag goed te keuren Programma van Eisen te worden opgesteld.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-12-05
5,000+
优质数据集
54 个
任务类型
进入经典数据集
二维码
社区交流群

面向社区/商业的数据集话题

二维码
科研交流群

面向高校/科研机构的开源数据集话题

数据驱动未来

携手共赢发展

商业合作