Middeleeuwse sporen op de vindplaats Beuningen-Distelakkerstraat. Aardgastransportleidingtrace Angerlo-Beuningen (A-663), catalogusnummer 13
收藏资源简介:
<p>In opdracht van N.V. Nederlandse Gasunie heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in augustus 2009 een opgraving van beperkte omvang uitgevoerd in de gemeente Beuningen. De aangetroffen archeologische resten betreffen de periferie van een middeleeuwse nederzetting, waaraan een datering in de periode 11e tot 13e eeuw is toegekend. De grondsporen wijzen op de aanwezigheid van een erf dat in ieder geval bestaan heeft uit een boerderij en een vroeg-11e-eeuwse waterput. Er wordt vanuit gegaan dat alle grondsporen tot dezelfde bewoningsperiode behoren. Het vondstmateriaal betreft vooral scherven van gebruiksaardewerk die zeer gangbaar waren in de Volle Middeleeuwen. Over de uiterlijke verschijning van huis en bijgebouwen kunnen geen uitspraken gedaan worden. Het erf was agrarisch van karakter. De aanwezige onkruiden wijzen op akkerbouw op een voedselrijke en vochtige bodem. Uit de analyse van het botmateriaal blijkt dat er vooral runderen en varkens werden gehouden. De vondst van een benen drietand wijst op het vervaardigen van textiel of op het twijnen van draden voor visnetten. De vondst van een groot aantal schelpen in een kuil wijst eveneens op visserij in de nabijgelegen rivier.</p><p>Het keramische vondstmateriaal heeft ook gebruiksgoed uit oudere bewoningsperioden opgeleverd. Dit materiaal impliceert dat in de directe nabijheid van het erf al bewoning aanwezig was vanaf de late 5e of 6e eeuw. De opmerkelijk lage percentages van aardewerk uit latere perioden geven aan dat het terrein in de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd niet tot de woongronden heeft behoord, maar waarschijnlijk al die tijd agrarisch van karakter is geweest.</p><p>De aangetroffen nederzetting is waarschijnlijk ontstaan op de buitenste oeverwal/crevassewaaier van een actieve meander van de vroege Waal uit de Late IJzertijd /Romeinse tijd. Rond of kort voor 1250 brak een periode van grote rivieractiviteit aan. Langs de Linge ontstond in de 13e en 14e eeuw grote wateroverlast. Omdat na het sluiten van de dijkenring de impact van overstromingen ook nog eens sterk toenam, liggen boerderijen die daarna zijn gesticht veelal op kunstmatig opgeworpen woonheuvels. Een aanwijzing voor mogelijk toenemende wateroverlast op de onderzoekslocatie is het feit dat op de kleiige crevasseafzettingen zwaardere (oever)kleien zijn afgezet. Het is dus denkbaar dat de bewoners van de nederzetting zich als gevolg van de voortgaande vernatting in de 12e/13e eeuw terug hebben moeten trekken naar hogere gronden of zelf een hogere woongrond hebben aangelegd.</p>



