Plangebied Kraijelheide in Blerick, gemeente Venlo
收藏DANS Data Station Archaeology2014-09-16 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZY7-ZEHB
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Development Company Greenport Venlo heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd in plangebied Kraijelheide in de gemeente Venlo. Het doel van dit onderzoek was het verkrijgen van inzicht in de archeologische resten die in het plangebied verwacht worden en de te verwachte diepteligging en fysieke kwaliteit daarvan.<br>Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een dekzandrug ligt, waar tegenwoordig redelijk goed ontwaterde, lemige veldpodzolgronden voorkomen. Uit de grote hoeveelheid aangetroffen archeologische resten uit diverse archeologische perioden (Steentijd, Brons-/IJzertijd, Romeinse tijd) kan worden afgeleid dat de directe omgeving van het plangebied in ieder geval tot en met de Romeinse tijd zeer intensief in gebruik is geweest voor bewoning, begraving en beakkering. Pas in de loop van de Middeleeuwen/Nieuwe tijd is het gebied door overexploitatie gedegradeerd tot woest heidegebied (Brokenderheide, Kraijelheide). Begin 19e eeuw lag centraal in het plangebied een groot ven/natte laagte (figuur 6: linksboven). Omstreeks 1837-1844 was het ven in ieder geval niet of nauwelijks meer waterhoudend (figuur 6: rechtsboven).<br>Op basis van deze landschappelijke situatie in combinatie met het grote aantal vondsten van jager-verzamelaars in de directe omgeving, geldt voor het plangebied (met name de randen van het voormalige ven) een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars.<br>Gezien de natte context was het plangebied in het verleden voor landbouwkundige doeleinden waarschijnlijk minder geschikt. Dit blijkt ook uit het feit dat het plangebied, in vergelijking met de omringende gronden, pas relatief laat omgezet is in cultuurgrond. Gezien echter het zeer grote aantal vondsten in de directe omgeving, kan niet worden uitgesloten dat in het plangebied toch resten van bewoning, begraving en beakkering aanwezig zijn die aan landbouwers gerelateerd zijn (middelhoge archeologische verwachting). Met name de randen van het voormalige ven kwamen hiervoor in aanmerking. In het (voormalige) ven zelf worden archeologische resten verwacht die gerelateerd zijn aan ‘natte archeologie’, zoals jacht- en visattributen, afvaldumps, rituele deposities en sporen van veenwinning. Het betreft veelal puntlocaties waarvan de exacte ligging zeer lastig is te voorspellen.<br>Het verkennend booronderzoek heeft zich beperkt tot het zuidelijke deel van het plangebied (= onderzoeksgebied; figuur 1). Tijdens het veldonderzoek zijn verspreid in het onderzoeksgebied de restanten van het oorspronkelijke veldpodzolprofiel aangetroffen. Een venbodem of oeverzone, met humeuze, venige lagen, is nergens aangetroffen. De bovenkant van het bodemprofiel is overal in mindere of meerdere mate verploegd/verstoord. In het grootste deel van het onderzoeksgebied is van het oorspronkelijke (podzol)bodemprofiel nauwelijks meer sprake.<br>Hoewel uit het veldwerk duidelijk blijkt dat de bovengrond verploegd/verstoord is, is de mate van verstoring van de top van de C-horizont (waar normaliter het archeologisch vlak wordt aangelegd) op basis van de boringen lastig te bepalen. Het lijkt er op dat de top van de C-horizont (en dus het archeologische vlak) in een groot deel van het onderzoeksgebied nog (relatief) intact aanwezig kan zijn. Dit betekent ook dat dieper ingegraven grondsporen (die tot de BC-/C-horizont zijn ingegraven) bewaard kunnen zijn gebleven. Deze grondsporen komen vooral voor in periode Bronstijd t/m Nieuwe tijd (landbouwers). Aan de randen van het ven zal sprake van resten gerelateerd aan ‘droge archeologie’. In het ven zelf worden resten verwacht die gerelateerd zijn ‘natte archeologie’.</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
创建时间:
2014-09-17



