Transect-rapport 2402: Oldebroek, Natuurontwikkeling Koeleweg. Gemeente Oldebroek (GD). Een beknopt Bureauonderzoek (BO) en Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende en karterende fase.
收藏DANS Data Station Archaeology2019-11-17 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZV6-QAWG
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In oktober 2019 is een beknopt bureauonderzoek en een archeologisch Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende en karterende fase, uitgevoerd in een plangebied aan de Koeleweg in Oldebroek (gemeente Oldebroek). De aanleiding van het onderzoek vormt het voornemen tot het uitvoeren van natuurontwikkeling in het gebied. Hiervoor zal een aantal waterbergingen worden gegraven en natte natuur worden aangelegd met een oppervlakte van 3000 m² tot een diepte van maximaal 3,0 m -Mv. Voor deze ingrepen is een omgevingsvergunning vereist. Volgens het bestemmingsplan Buitengebied (2007) heeft het plangebied een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2 waarbij ingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 50 cm -Mv een archeologische onderzoeksplicht kennen. Aangezien de ingrepen in het plangebied deze planregels overschrijden, is in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek geeft een eerste invulling aan deze onderzoeksplicht. Op basis van het uitgevoerde archeologische onderzoek is vast te stellen dat in het plangebied sprake is van een lage verwachting op het aantreffen van intacte archeologische waarden. Deze verwachting is gebaseerd op het ontbreken van een archeologisch relevant niveau in de top van het dekzandpakket, een podzolbodem, in het grootste gedeelte van het plangebied. Het archeologisch relevante niveau is verstoord geraakt, waarschijnlijk samenhangend met landgebruik (bosperceel en stal). Dit heeft geleid tot verstoringen van 25 tot 110 cm -Mv, waardoor in het grootste gedeelte van het plangebied geen sprake meer is van een archeologisch relevant niveau. Er is ter plaatse van twee boringen nog sprake van een B-horizont. Bovendien is in geen van de uitgevoerde karterende boringen is vondstmateriaal aangetroffen samenhangend met een archeologische vindplaats bestaande uit vondstconcentraties. Door de mate van verstoring van het dekzandpakket is eveneens sprake van een lage verwachting op het aantreffen van intacte vindplaatsen bestaande uit sporen. Deze lage verwachting is van toepassing op alle archeologische periodes vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd.</p>
提供机构:
Transect b.v.
创建时间:
2019-11-18



