Kasteelweg 10 en 12 te Naaldwijk, gemeente Westland
收藏DataCite Commons2026-01-12 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/LC3U5V
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van KP Holland en in samenwerking met ArcheoWest heeft ADC ArcheoProjecten in oktober en november 2025 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Kasteelweg 10 en 12 te Naaldwijk, gemeente Westland. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van een kas met
bedrijfsruimten. Dit betreft een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA) waarvoor een omgevingsvergunning nodig is.
Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Uit de beschikbare aardwetenschappelijke bronnen blijkt dat de ondergrond van het plangebied is opgebouwd uit mariene getijdenafzettingen van het Laagcomplex van Delfland afgedekt door het
Hollandveen Laagpakket en het Laagcomplex van Westland. Het Laagcomplex van Westland bestaat achtereenvolgens uit afzettingen van de Oer-Gaaglaag, de Gantellaag en de Laag van Poeldijk, waarbij laatst genoemde afzettingen mogelijk door een dun veenrestant van elkaar zijn gescheiden. Indien aanwezig geldt voor de top van oever- en geulafzettingen van de Oer-Gaaglaag een middelhoge verwachting op het aantreffen van resten uit de IJzertijd. Voor de top van
eventuele oever- en geulafzettingen van de Gantellaag geldt een hoge verwachting op het aantreffen van resten uit de Romeinse tijd. Een potentieel archeologisch niveau zal zich manifesteren als een gerijpte kleilaag of vegetatiehorizont al dan niet met indicatoren zoals houtskool of kleine fragmenten aardewerk.
In de 12e eeuw drong de zee via verschillende vloedkreken het onderzoeksgebied binnen waarbij circa 600 m ten zuiden van het plangebied de Lee actief werd en zandige geulafzettingen en kleiige dekafzettingen (Laag van Poeldijk) werden gevormd. Deze afzettingen vormen het bovenste deel van de lithostratigrafische opeenvolging. In en direct onder de (oude) bouwvoor moet rekening worden gehouden met archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Op basis van oude kaarten zullen deze uit sporen van landbouw zoals greppelsystemen en voormalige sloten bestaan. Als gevolg van intensieve bodembewerking ten behoeve van de glastuinbouw, de aanleg van bebouwing en leidingwerk vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw moet worden aangenomen dat deze resten vanwege de ondiepe ligging (deels) zijn verstoord.
Om bovenstaande verwachting te toetsen en aan te vullen is op de locaties van de toekomstige bedrijfsruimten een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit volgt dat de diepere ondergrond van onderzochte delen uit kleiige kwelderafzettingen van het Laagcomplex van Delfland gevolgd door een 40 tot 165 cm dik pakket sterk kleiig veen behorende tot het Hollandveen Laagpakket
bestaat. Dit veen wordt op zijn beurt afgedekt door kleiige kwelderafzettingen van het Laagcomplex van Westland met een dikte variërend van 55 tot 120 cm. Plaatselijk is hierop een 15 cm dikke, post-Romeinse veenlaag aanwezig. De kwelderafzettingen of, indien aanwezig, de veenlaag gaan over in een bovengrond van 30 tot 90 cm dikte. Hierin zijn de oorspronkelijk aanwezige dekafzettingen van de Laag van Poeldijk en plaatselijk het post-Romeinse veen opgenomen.
Concluderend kan worden gesteld dat de bodemopbouw in de door middel van verkennende boringen onderzochte delen van het plangebied in grote lijnen overeenkomt met in de omgeving uitgevoerde onderzoeken. Op basis van het ontbreken van potentieel archeologische niveaus kan ook voor locaties van de toekomstige bedrijfsbebouwing de middelhoge verwachting voor resten uit
de IJzertijd en de hoge verwachting voor resten uit de Romeinse tijd naar een lage verwachting worden bijgesteld. De lage verwachting voor resten uit de overige periode kan worden gehandhaafd.
ADC ArcheoProjecten adviseert op basis van de huidige plannen het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Westland.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-01-08



