Gat van den Ham en Keenehaven, gemeenten Drimmelen en Moerdijk Bureauonderzoek
收藏DANS Data Station Archaeology2025-06-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XEG-QAUG
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft een bureauonderzoek uitgevoerd voor de plangebieden ‘Gat van den Ham’ in de gemeente Drimmelen en ‘Keenehaven’ in de gemeente Moerdijk. In beide plangebieden zal een ecologische verbindingszone (EVZ) worden gerealiseerd. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een projectprocedure ten behoeve van een Milieu Effect Rapportage (MER) en was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.<br>Op basis van het bureauonderzoek werd de volgende gespecificeerde verwachting opgesteld. De diepere ondergrond in beide plangebieden bestaat uit dekzand (Laagpakket van Wierden binnen de Boxtel Formatie). Daar waar het dekzandoppervlak buiten het bereik van mariene erosie is gebleven, zoals in het plangebied ‘Keenehaven’, kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit het Laat-Paleolithicum, Mesolithicum en Neolithicum. Eventuele resten zullen hoofdzakelijk bestaan uit vuursteenstrooiïngen. In het plangebied ‘Gat van den Ham’ zullen dergelijke resten echter niet meer aanwezig zijn.<br>In het Subboreaal trad op grote schaal veengroei op en ontstond een aaneengesloten veenlandschap, dat werd doorsneden door enkele getijdenkreken. Mogelijk vond op de oevers van deze kreken bewoning plaats. In de loop van de Middeleeuwen groeiden de kreken onder invloed van stormvloeden uit tot grote geulen, van waaruit het veenoppervlak werd aangetast en/of afgedekt door een kleidek (Laagpakket van Walcheren binnen de Naaldwijk Formatie). Ter plaatse van de Keene en het Gat van den Ham zal door erosie het veen grotendeels of geheel zijn verdwenen. Bewoningssporen uit de Bronstijd, IJzertijd en Romeinse tijd zullen niet aanwezig zijn. Pas in de loop van de Middeleeuwen ontstonden verschillende kleine nederzettingen. Op de oevers van de getijdekreken vond in deze periode geen bewoning plaats. Vanaf halverwege de 16e eeuw werden gebieden, als ze hoog genoeg waren opgeslibd, bedijkt en in gebruik genomen voor de landbouw. Langs de dijken vond wel bewoning plaats, maar de gebieden zelf bleven echter onbebouwd. In de plangebieden worden daarom geen sporen van bewoning uit de Nieuwe tijd verwacht.<br>Eventuele resten uit het Laat-Paleolithicum, Mesolithicum en Neolithicum zullen bij de voorgenomen ontgraving niet aangetast worden. De kans op archeologische resten uit de periode Bronstijd t/m Nieuwe tijd wordt als zeer klein beschouwd. Daarom adviseert ADC ArcheoProject om de plangebieden vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen.</p>
创建时间:
2012-05-30



