Onderbanken Schinveld reconstructie N274 Booronderzoek
收藏DANS Data Station Archaeology2014-03-17 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XMK-47WJ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in juni en juli 2013 een Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op en langs het tracé van de provinciale weg N274 in Schinveld (gemeente Onderbanken). Aanleiding was de voorgenomen reconstructie van de weg.</p><p>In een eerdere fase van de AMZ-cyclus is door Van Rooij (2013) een bureauonderzoek uitgevoerd naar de archeologische waarden in het plangebied. Op basis van de resultaten is een archeologische verwachting opgesteld. Het centrale en zuidelijk deel van het tracé doorsnijdt de oostelijke flank van het plateau van Doenrade (‘lösswand’). Vanwege de relatief hoge ligging werden hier resten verwacht uit het Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Het vondstniveau bevindt zich naar verwachting op of in de top van een in de lössbodem gevormde briklaag (Bthorizont). Resten uit de prehistorie zullen hoofdzakelijk uit vuursteenstrooiïngen bestaan. Resten vanaf het Neolithicum kunnen staan uit sporen van nederzettingen, grafvelden en akkercomplexen.<br>Het noordelijke en zuidelijke deel van het tracé kruist het dal van de Roode Beek en de Merkelbeker Beek. Gezien de lage ligging zal dit gebied in de prehistorie niet aantrekkelijk zijn geweest voor bewoning. Wel moet rekening worden gehouden met laatmiddeleeuwse resten gerelateerd aan de kasteelhoeve Heyenhoven (Schinvelder Huiske). Voorts kunnen aan stromend water gerelateerde resten aanwezig zijn, zoals funderingsresten van een watermolen, brughoofden, sluizen, beschoeiingen, voorzieningen voor visvangst en dergelijke.</p><p>Teneinde deze verwachting te toetsen werd in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit het booronderzoek kwam naar voren dat in het noordelijke en centrale deel van het plangebied, behoudens het dal van de Roode Beek, de bodemopbouw veelal wordt gekenmerkt door een zwak ontwikkelde briklaag (Bt-horizont). In overeenstemming met de op basis van het bureauonderzoek uitgesproken verwachting is er inderdaad sprake van brikgronden.</p><p>In het zuidelijk deel van het plangebied is geen briklaag vastgesteld. Het ontbreken van een dergelijke laag kan een natuurlijke oorzaak hebben (hellingprocessen) en/of het resultaat zijn van menselijk ingrijpen (ontgraving ten behoeve van de aanleg van de provinciale weg). Gezien de AHN-beelden, waarop te zien is dat de weg lager ligt dan zijn omgeving, lijkt dit laatste het meest aannemelijk. In het dal van de Roode beek bestaat de bodemopbouw uit beekafzettingen en veen, afgedekt door colluvium. Brikgronden zijn hier niet aanwezig. In het noordelijke en centrale deel van het plangebied is het potentiële archeologische niveau (Bthorizont) intact. Eventuele archeologische grondsporen kunnen hier nog aanwezig zijn. Verder moet in het dal van de Roode Beek en de Merkelbeker Beek, in bijzonder in de omgeving van de Heyenhoven (Schinvelder Huiske), rekening worden gehouden met archeologische resten.</p><p>Om de op het bureauonderzoek gebaseerde gespecificeerde verwachting voldoende te kunnen aanvullen en toetsen, adviseert ADC ArcheoProjecten om in het noordelijke en centrale deel van het plangebied tijdens graafwerkzaamheden (indien dieper dan 25 cm –mv) in een archeologische begeleiding te voorzien. De archeologische begeleiding dient hetzelfde doel als een inventariserend veldonderzoek door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P). Dit betekent dat indien bij de civiele werkzaamheden toch vondsten of archeologische sporen worden aangetroffen, deze worden geregistreerd en, in zover de werkzaamheden dat toelaten, worden gedocumenteerd. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).Voorts wordt geadviseerd het zuidelijk deel van het plangebied (vanaf de kruising met de Brunsummerstraat) vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2014-01-13



