five

Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen, karterende fase, NABO Achterdijk 64 / Koenderseweg, Kedichem, gem. Vijfherenlanden

收藏
DataCite Commons2026-02-27 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/WFVLO4
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>De absolute hoogteligging van de vegetatiehorizonten (de archeologisch relevante diepte) is circa 0,5 m -NAP, vanaf circa 0,5 m -mv. De vegetatiehorizonten zijn gevormd in een matig siltige klei. Dit betreft ofwel een laagje komklei ofwel top van een oeverwal. De afzettingen onder de vegetatiehorizont zijn in het algemeen te karakteriseren als geulafzettingen: ze zijn gereduceerd, vertonen zandlenzen, plantenresten of rommelige niet eenlijnige profielen en zijn bovendien kalkrijk en ongerijpt. De textuur van uiterst siltige klei is bovendien kenmerkend voor een geulafzettingen. Een oeverwal op deze plaats zou (tenminste aan of nabij de top) moeten bestaan uit een sterk tot matig siltige klei en bovendien enige mate van rijping moeten vertonen. Hoewel er geen duidelijke oeverwallen zijn aangetroffen, is er toch onmiskenbaar sprake van een stroomrug. Deze stroomrug is voornamelijk ontstaan door de zandige beddingafzettingen in de ondergrond. Door differentiële klink zijn deze als welving in het landschap overgebleven. Aanvankelijk hierop aanwezig veen en pas (vermoedelijk) geruime tijd na de afsluiting van de Schaikse stroomgordel is de stroomrug ontwikkeld en is het veen droog komen te liggen en verteerd. De relatie van het veenpakket in komgebieden met de vegetatiehorizont op de stroomrug werd vooral duidelijk uit het dwarsprofiel van het verkennend booronderzoek. </p><p> De stroomrug is ontstaan door differentiële klink en er is geen sprake van oeverwallen. Eventuele bewoonbaarheid of betreding startte vermoedelijk pas in de bronstijd, vele eeuwen na de afsluiting van de stroomgordel en pas nadat eerst enige veenvorming had plaatsgevonden. Dit blijkt onder meer uit boring K08 waar de laklaag (met houtskool) aan de top van een veraard veenpakket ligt. Dit betekent dat de verwachting op neolithicum vervalt. Tijdens het booronderzoek (karterende fase) zijn de zones waarbij tijdens het verkennende booronderzoek een laklaag + houtskool + hoge bedding werd aangetroffen nader onderzocht.</p><p> Hierbij zijn geen vindplaatsen aangetroffen. Het lijkt erop dat het houtskool wijdverspreid is en als ingrediënt toebehoort aan deze vegetatiehorizont. Daarmee kan het representatief zijn voor een periode van bosbranden of wellicht een periode van antropogeen landgebruik (met bijvoorbeeld vegetatiebranden) of wellicht zelfs specifieke activiteitenzones, echter door het ontbreken van andere indicatoren (zoals aardewerk of vuursteen) wordt hierbij niet aan huisplaatsen of nederzettingen gedacht.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-02-19
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务