Bureauonderzoek Archeologie Plangebied Wellinkterrein, Meddoseweg 11 te Zwolle, Gemeente Oost Gelre
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xt4-4zdw
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Rouwmaat Groep, ten behoeve van de (her)ontwikkeling van plangebied “Wellinkterrein” aan de Meddoseweg 11 te Zwolle een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd conform de richtlijnen van de SIKB BRL 4002 (KNA versie 4.1). De toekomstige plannen betreffen de nieuwbouw van dertien woningen en de aanleg van infrastructuur en nutsvoorzieningen. De exacte toekomstige verstoringsdieptes zijn tijdens het opstellen van deze rapportage nog niet bekend. Het plangebied heeft een omvang van circa 10.775 m2 en de bodemingrepen zullen naar verwachting dieper zijn dan 0,80 cm-mv (vorstvrij funderen).Op basis van de archeologische beleidskaart1 en het bestemmingsplan van gemeente Oost Gelre, blijkt dat met de geplande bodemingreep mogelijk archeologische waarden kunnen worden verstoord. Het perceel Drostenhuis 4,6, 8 en 10 Groenlo ligt binnen het bestemmingsplan ‘Buurtschap Zwolle 2011’. Hierbinnen het perceel de bestemming ‘Wonen’ met de nadere aanduiding ‘vrijstaand/twee-aaneen gebouwd’. Het plangebied ligt binnen de circumvallatielinie (AWG categorie 5). In het meest zuidwestelijke deel van het plangebied is tevens een terrein van zeer hoge waarde (AWG categorie 1) met een attentiezone van 50 meter aangegeven. Hiervoor geldt volgens het gemeentelijk beleid een verplichting voor onderzoek als de 30 cm-mv voor bodemingrepen wordt overschreden. Op 15 december 2014 is het terrein voorbeschermd in het kader van de aanwijzingsprocedure , bedoeld in de Monumentenwet 1988 (artikel 3). Dit betekent dat vanaf dat moment alle bodemingrepen vergunningplicht waren. Op 30 juni 2016 is het besluit tot aanwijzing genomen.Sinds 3 februari 2017 is de Circumvallatielinie een beschermd archeologisch Rijksmonument (Rijksmonumentnummer 532275). Hierdoor zijn alle bodemingrepen binnen het Rijksmonument vergunningplichtig en dient voorafgaand aan een geplande bodemingreep een Monumentenvergunning aangevraagd te worden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort.Conclusie Er geldt voor het plangebied een hoge verwachting op vindplaatsen en vondsten uit de periode vanaf het Laat Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen vanwege de ligging op een plateau-achtige terrasrest. De mogelijke archeologische sporen en vindplaatsen kunnen uiteenlopen van tijdelijke jachtkampjes van jagers-verzamelaars (inclusief graven) uit het Laat-Paleolithicum/Mesolithicum/Neolithicum tot nederzettingsterreinen en sporen van landgebruik/verkaveling uit de periode vanaf het Neolithicum/Bronstijd tot aan de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd. Tot de eerste vondstcategorie behoren voornamelijk vondsten van bewerkt vuursteen; tot de tweede categorie behoren o.a. grondsporen van structuren zoals boerderijen, bijgebouwen, sloten, greppels en afvalkuilen, en vondsten van o.a. aardewerk, bot en metaal.Daarnaast geldt een zeer hoge verwachting voor het aantreffen van vondsten en structuren die gerelateerd zijn aan de circumvallatielinie, omdat het plangebied binnen het Quartier van Graaf Ernst gelegen is, het kampement van Graaf Ernst Casimir van Nassau-Dietz. Ernst Casimir (Dillenburg, 22 december 1573 – Roermond, 2 juni 1632) was graaf van NassauDietz (1606-1632), stadhouder van Friesland (1620-1632) en stadhouder van Stad en Lande en Landschap Drenthe (1625-1632) en was een zoon van Jan VI van NassauDillenburg en Elisabeth van Leuchtenberg en neef van Frederik Hendrik van Nassau. Vanuit zijn eigen kampement in Zwolle (bij Groenlo) leidde Ernst Casimir samen met Frederik Hendrik van Nassau het Beleg van Grol in. Resten van het kamp kunnen verwacht worden, maar ook de bijbehorende resten van het Beleg kunnen aanwezig zijn (groot kaliber munitie (kanonskogels), klein kaliber munitie (musket en pistoletkogels), muntgeld, wapentuig of fragmenten daarvan, slachtafval, uitrustingsstukken en menselijke en dierlijke resten (al dan niet verbrand).Selectieadvies In overleg met het RCE en de opdrachtgever adviseert Hamaland Advies om het gehele plangebied vlakdekkend op te graven. Hierbij kan tevens gecontroleerd worden in hoeverre bodemingrepen de ondergrond reeds verstoord hebben, aangezien in het plangebied reeds bodemverstoringen zijn opgetreden door de bouw en sloop van het Wellinkcomplex, de daarop volgende bodemsanering, het uitgraven van een viertal bouwkavels, de aanleg van de nutsvoorzieningen en het gedeeltelijk bouwrijp maken van het plangebied. Met klem wijst Hamaland Advies erop dat bovenstaande een selectieadvies betreft. Het selectiebesluit dient echter genomen te worden door het bevoegd gezag (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed).Selectiebesluit Het conceptrapport is op 10 september 2018 beoordeeld door de RCE. Het rapport en het selectieadvies zijn akkoord bevonden behoudens enkele kleine opmerkingen. De opmerkingen zijn verwerkt in deze definitieve versie van het rapport (versie 2.1).Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Oost Gelre (dhr. P. Ballast, e-mail: p.ballast@oostgelre.nl hiervan per direct in kennis te stellen.
创建时间:
2024-01-31



