five

Bureauonderzoek, Verkennend en Karterend Booronderzoek Plangebied MOB-complex Zwijnsbergen 8, 10 en 12 te Elst gemeente Rhenen

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zkg-957p
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) te Den Haag een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase) uitgevoerd voor het plangebied MOB-complex aan de Zwijnsbergen 8, 10 en 12 te Elst, gemeente Rhenen (zie Afbeelding 1). Het betreft een voormalig mobilisatieterrein van Defensie met een te onderzoeken oppervlakte van circa 145.500m2 m2 (14,5 ha). Het betreft het kadastrale perceel Gemeente Rhenen, Sectie H, Perceel 3160. Het onderzoek wordt uitgevoerd in verband met de voorgenomen verkoop van het terrein door RVB, waarbij een risico analyse gemaakt wordt van de te verwachten archeologische waarden in het plangebied.Op grond van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (2010) heeft de locatie een hoge trefkans op archeologische vondsten. Het beleid van de gemeente is het uitvoeren van KNA conform onderzoek, waarmee aangetoond wordt dat met toekomstige bodemingrepen geen archeologische waarden verloren gaan.Conclusie Het bureauonderzoek toont aan dat er archeologische vindplaatsen vanaf het LaatPaleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting. De gemeente Rhenen heeft hierbij als beleid dat bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100m2 en meer dan 30 cm diepte archeologisch vooronderzoek moet plaatsvinden.Door het gebruik van het terrein in het verleden als tabaksplantage, maar voornamelijk door het inrichten van het gebied tussen 1990 en heden als MOB complex met meerdere wegen en gebouwen, is door grondwerkzaamheden waarschijnlijk een behoorlijke bodemverstoring ontstaan. Onbekend is echter waar en tot hoe diep de bodem daadwerkelijk is verstoord. Uit boringen uit de omgeving van het plangebied blijkt dat de top van het dekzand zich tussen de 95 cm en 120 cm onder maaiveld bevindt.Geadviseerd wordt om voor bodemingrepen in eerste instantie te kiezen voor een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van zes (6) boringen per hectare om de mate van intactheid van de bodem te toetsen. Gerelateerd aan het plangebied (circa 145.500m2 of 14, 5 hectare) zijn dit minimaal 86 boringen. Zij worden zoveel mogelijk in een driehoeksgrid geplaatst en zullen tot 25 cm in de ongeroerde grond worden doorgezet. Voorafgaand aan het veldonderzoek is een Plan van Aanpak opgesteld, dat op 31-10-2016 getoetst is namens de gemeente Rhenen door diens adviseur, drs. R. Torremans van de ODRU.Het bevoegd gezag, de Gemeente Rhenen en diens adviseur van de ODRU (drs. R. Torremans) hebben de resultaten van het bureauonderzoek en het inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase) getoetst op 1 december 2016. De opmerkingen en aanvullingen zijn in deze definitieve rapportage, versie 2.0, verwerkt. Hoewel in meerdere boringen een intact podzolprofiel is aangetroffen en het bureauonderzoek een hoge verwachting geeft op archeologische spoor- of vondstlagen, zijn tijdens het verkennend bodemonderzoek geen relevante archeologische indicatoren of intacte cultuurlagen aangetroffen. Hierdoor kan op basis van het verkennend booronderzoek nog geen uitspraak worden gedaan over de aan- of afwezigheid van archeologische vindplaatsen in het plangebied en is nader onderzoek noodzakelijk door middel van karterende boringen.Tijdens het karterende booronderzoek zijn geen bodemprofielen aangetroffen die sterk afwijken van het beeld van de bodemopbouw in het plangebied, zoals dat reeds bekend was uit het verkennende booronderzoek. Wel is gebleken dat de oorspronkelijke eerdlaag (plaggendek) zowel plaatselijk in de zuidelijke helft van het plangebied is aangetroffen maar ook plaatselijk aanwezig is in de noordelijke helft van het plangebied. Daarnaast is duidelijk geworden dat het dekzand wijder verspreid is binnen het plangebied dan aanvankelijk werd verwacht op basis van de beschikbare bodemkaarten. Het aantreffen van archeologische indicatoren in 8 boringen met een datering vanaf het Laat Neolithicum tot en met de Late IJzertijd heeft Hamaland Advies in staat gesteld om binnen het plangebied een aantal archeologisch waardevolle zones aan te wijzen.Selectieadvies Aan de hand van de verkennende boringen is vastgesteld dat de bodem in een deel van het plangebied nog intact is. Aan de hand van archeologische indicatoren uit de periode Laat Neolithicum tot en met de Late IJzertijd die in 8 karterende boringen zijn aangetroffen, zijn binnen het plangebied een aantal archeologisch waardevolle zones aangewezen. Het betreft een nederzettingsareaal uit de Late Prehistorie, waarvan met name de diepere sporen naar verwachting goed bewaard zullen zijn. Daarnaast kunnen restanten van urnengraven verwacht worden. Deze zijn echter niet of nauwelijks op te sporen met booronderzoek.Omdat het archeologisch niveau in deze zones zich mogelijk al op 30 cm-mv bevindt adviseert Hamaland Advies dat bij bodemingrepen dieper dan 30 cm-mv vervolgonderzoek nodig is, bijvoorbeeld in de vorm van proefsleuvenonderzoek of een opgraving. Waar mogelijk adviseren wij om in de archeologisch waardevolle zones geen bodemingrepen te plannen, zodat behoud in situ gegarandeerd is. Voor de niet geselecteerde zones met een verstoorde bodemopbouw adviseren wij vrijgave. Hier is de oorspronkelijke bodem vergraven en deels afgegraven tijdens de realisatie van het MOB complex. Met het vergraven en afgraven van de oorspronkelijke bodem tot in de top van de C-horizont zijn naar verwachting ook de potentiële archeologische vondst- en spoorniveaus verdwenen. Diepere sporen zoals paalsporen, kuilen en greppels zijn eventueel nog wel aanwezig in de ongeroerde bodem, maar aanwezigheid kan moeilijk worden vastgesteld middels booronderzoek. Daarnaast kan middels booronderzoek niet worden vastgesteld in hoeverre de top van de C-horizont daadwerkelijk verstoord is aangezien delen van het terrein bedekt zijn met een laag dekzand die een variabele dikte heeft binnen het plangebied en delen van het terrein, met name de wegen, tot op onbekende diepte zijn afgegraven.Voorbehoud Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het in dit rapport gespecificeerde advies en haar eigen eisen kan stellen aan eventueel vervolgonderzoek. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Rhenen hiervan per direct in kennis te stellen.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务